of 59232 LinkedIn

Nederland en het European Interoperability Framework 2.0?

Het vernieuwde European Interoperability Framework 2.0 (EIF) staat op het punt te worden vastgesteld door de Europese Commissie. De nieuwe versie van het EIF wijkt in zijn definitie van interoperabiliteit aanzienlijk af van de definitie in versie 1.0 uit 2004. Duidelijk is dat in Europa het denken over interoperabiliteit de afgelopen zes jaar een aanzienlijke evolutie heeft doorgemaakt.

Jammer is dat deze evolutie op beleidsmatig vlak door Nederland (nog) niet wordt gevolgd en het in Nederland nog steeds ontbreekt aan een interoperabiliteitsraamwerk, zoals gedefinieerd in het EIF: “an agreed approach to interoperability for organisations that wish to work together towards the joint delivery of public services”. 

De definitie van interoperabiliteit in het nieuwe EIF 2.0 verschilt op twee plaatsen van de definitie in het EIF 1.0.  Op de eerste plaats geeft de definitie een duidelijk plaatsbepaling. Het nieuwe EIF richt zich expliciet op de ontwikkeling van interoperabiliteit binnen de context van de Europese publieke dienstverlening aan burgers en bedrijven. Het gaat dan vanuit het EIF gezien primair om grensoverschrijdende publieke dienstverlening tussen de 27 lidstaten van de Europese Unie. Grensoverschrijdende publieke dienstverlening ontstaat als gevolg van Europese regelgeving (Inspire of de Dienstenrichtlijn) of daar waar publieke autoriteiten zelfstandig besluiten tot gecoördineerde activiteiten (Schengen-verdrag).

Het EIF regelt enkel die zaken die in het kader van interoperabiliteit van informatie voor alle 27 lidstaten binnen de Europese Unie van belang zijn. Toch laat het nieuwe EIF een grote vrijheid aan lidstaten om de noodzakelijke informatie-uitwisseling en deling zelf vorm te geven binnen de individuele lidstaat. Dit wordt in het EIF gerangschikt onder het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. Daarbij wordt de meest in het oog springende verandering in de definitie van interoperabiliteit in het EIF gevormd door de zinsnede: “Interoperability is the ability of disparate and diverse organizations to act towards minimally beneficial agreed common goals, involving the sharing of information and knowledge between the organizations”.

Het nieuwe EIF gaat er dus vanuit dat een diversiteit aan ongelijksoortige en autonome publieke organisaties, verspreid over de Europese Unie, in staat en bereid zijn onderling verbindingen aan te gaan en informatie uit te wisselen en te delen, op basis van een minimale set aan gezamenlijke uitgangspunten. Deze uitgangspunten worden in het EIF onderscheiden in twaalf principes over publieke dienstverlening in het algemeen en 23 aanbevelingen voor de realisatie van interoperabiliteit van informatie voor grensoverschrijdende dienstverlening in het bijzonder.  Daarmee vormt het EIF volgens de opstellers “an agreed approach to interoperability”. Met behulp van de principes en uitgangspunten hoopt men binnen de EU een omgeving te creëren: “in which public administrations organise themselves in order to establish new European public services”. Het EIF geeft daarmee de kaders aan voor het realiseren van interoperabiliteit zonder voor te schrijven hoe dit per autonome organisatie of lidstaat moet worden ingevuld.

Binnen de Nederlandse overheid wordt het belang van de ontwikkeling van een apart en overstijgend interoperabiliteitsraamwerk voor publieke dienstverlening nog niet gezien en een Europese dimensie op dit vlak is nog ver te zoeken. We kunnen alleen maar hopen dat een nieuw kabinet meer aandacht aan deze ontwikkeling zal gaan besteden. Het realiseren van interoperabiliteit van informatie binnen en tussen maatschappelijke sectoren is relatief nieuw en daarmee in zijn uitwerking nog onbekend fenomeen. Simpele antwoorden en oplossingen op zowel technisch, semantisch als contextueel niveau zijn niet voorhanden en er is nog veel tijd, kennis en investering in zowel Nederland als Europa noodzakelijk om het uiteindelijke doel te realiseren. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven op dit vlak is onontbeerlijk. De EU en de NATO zijn een voorbeeld hoe samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven voortgang op dit terrein kan opleveren. Misschien een idee voor het nieuwe kabinet om een dergelijke samenwerking als uitgangspunt te hanteren om interoperabiliteit van informatie ook binnen de Nederlandse overheid vorm te geven.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ralf Meelker (concernadviseur) op
@Erik Saaman: Taalkundig ontleden van kamerstukken 26.643 nr.128 en 136 leren mij dat nora helemaal niet is vastgesteld door het kabinet. Die indruk wordt weliswaar vaak gewekt, maar er ligt geen besluit aan ten grondslag. In 128 staat zelfs een misleidend zinnetje: "Het kabinet stelt vast dat NORA en MARIJ als referentie-architectuur fungeren voor ICT-projecten binnen de rijksdienst." Op basis daarvan mag niet geconcludeerd worden dat nora als zodanig is vastgesteld. Er wordt alleen iets geconstateerd over het fungeren daartoe. Divers woordgebruik over erkenning en ondersteuning verschaffen ook geen formele status. Zou het kunnen dat "pas toe of leg uit" daarmee op losse schroeven komt te staan? Zou het kunnen dat nora en haar strategiekatern überhaupt geen status hebben... en dientengevolge momenteel geen formeel interoperability framework (IF) bestaat in Nederland? Probleem is m.i. dat het bestuursrechtelijk besef ontbreekt om een juiste, formele status te verschaffen aan dit soort stukken. Een ministeriële regeling is de juist landingsplaats voor nora incluis IF. Let wel, daar hoort een formele wettelijke bevoegdheid aan vooraf te gaan. (Ik laat de rol van College Standaardisatie hier geheel buiten beschouwing.)
Door Hans Donkhorst op
Na het RAND rapport volgde een behoorlijke periode van stilte. Goed dat er nu aandacht wordt besteed aan het EIF. Jammer wel dat de essentie van het EIF deels wordt gemist. Juist de overduidelijke aandacht voor het wettelijk kader als aanleiding voor taken en bevoegdheden en de prioriteit van die wetgeving ten opzichte van de daaruit voortkomende diensten ontbreekt. Waar NORA (ook het katern Strategie) de wet noemt, maar vooral zien als een belemmering, is nog veel te winnen. Al is het maar in de digitale toegankelijheid van het katern Strategie.
Door Erik Saaman (Hoofdredacteur NORA) op
In tegenstelling tot de bewering hierboven, is er een interoperabiliteitsraamwerk voor de Nederlandse overheid: dit is het katern Strategie van NORA 3.0. Wellicht verschillen de opvattingen over wat een interoperabiliteitsraamwerk zou moeten zijn. Het katern Strategie en NORA 3.0 zijn echter vastgesteld door het kabinet als norm voor de Nederlandse overheid. Dit na brede consultatie en op advies van College standaardisatie, dat hiertoe de opdracht gekregen heeft van het kabinet. Naar verwachting zal het bijbehorende tactisch katern "Principes voor samenwerking" in november van dit jaar worden vastgesteld. De opmerkingen in het RAND-report ten aanzien van NORA 2.0, zijn bij de herziening van NORA leidend geweest. Dit betekent dat interoperabiliteit het centrale begrip is geworden in NORA 3.0. Bovendien is NORA nu gericht op een brede doelgroep van bestuurders, architecten en projectleiders. De toegankelijkheid en bruikbaarheid heeft veel gewicht gekregen. NORA kan zich nu in de praktijk gaan bewijzen als instrument om de interoperabiliteit van overheidsorganisaties te verhogen.
Door Ralf Meelker (concernadviseur) op
Eens. Liefst buiten NORA, zie RAND Europe: “We are not convinced that it would be cost-effective to expand and transform NORA into an IF. To do so, the concern for interoperability would have to be infused pervasively throughout NORA. Moreover, NORA would have to shift its image from being “by and for architects” to appeal to a wider group of stakeholders, and its advice would have to be divided into multiple levels so as to be more accessible and more relevant to policymakers, decisionmakers, and system implementors, as well as to architects. We therefore recommend that NORA be viewed as an architectural complement to a Dutch IF, though we note that the primary reasons for choosing this approach over the alternative are pragmatic and political rather than technical.”

 

 

Antwerpseweg 8, 2803 PB Gouda 

0182 - 34 57 01 

info.pss@centric.eu

www.centric.eu/overheid

Meer nieuws

Bloggers

Whitepapers