of 59232 LinkedIn

Interoperabiliteit moet op de agenda

Bij de uitvoering van het plan Heemskerk is de selectieve aandacht van velen blijkbaar slechts gericht op een specifiek onderdeel van het actieplan, namelijk open source software. Dit bleek bijvoorbeeld weer eens op 25 januari jl. toen het advies ‘Towards a Dutch Interoperability Framework’ werd aangeboden aan SER-voorzitter Rinnooy Kan. Het advies is opgesteld op verzoek van het Forum Standaardisatie als voorbereiding op het Nederlandse interoperabiliteitsraamwerk, dat een onderdeel is van de uitvoering van het plan ‘Nederland Open in Verbinding’. De symbolische overhandiging trok maar weinig aandacht in de media en de politiek. Vreemd, aangezien de SER toch hét overlegorgaan is dat al decennia zorg draagt voor het aanbrengen van verbindingen tussen partijen in de Nederlandse samenleving.

Maar goed. Het advies. Hierin wordt aangegeven dat interoperabiliteit een ‘cruciaal aspect vormt van eGovernment’. Het is opgesteld rondom vier vragen, die bij de ontwikkeling van een Nederlands interoperabiliteitsraamwerk aan de orde moeten komen.

 

Deze vragen richten zich op de onderdelen waaraan in het raamwerk aandacht moet worden besteed, de factoren die kunnen bijdragen aan een succesvolle adoptie van het raamwerk, welke relatie het raamwerk heeft met de NORA en welke stappen nog moeten worden gezet om tot het raamwerk te komen. De onderzoekers werken deze vragen uit aan de hand van een uitvoerige definitie van interoperabiliteit. Daarbij geven ze aan dat het gaat over het vermogen van systemen om met elkaar te kunnen communiceren en semantisch vergelijkbare informatie te delen. Ervan uitgaande dat hier onder systemen slechts ICT-systemen worden verstaan, voldoet het eerste gedeelte volledig aan de definitie uit het actieplan.

 

Door de onderzoekers wordt dit terecht aangevuld met een opmerking over de semantiek. Hierbij hebben we het over de betekenis die aan de verzonden informatie wordt toegekend. Zonder een goed woordenboek over de uit te wisselen informatie kunnen systemen niet zo veel doen met uitgewisselde en gedeelde informatie. Naast goed gedefinieerde informatie en vastgelegde betekenissen is het noodzakelijk dat organisaties ook vergelijkbare en uitwisselbare terminologieën hanteren in hun bedrijfsproces en cultuur en gelijksoortig beleid ontwikkelen voor privacy, toegang, transparantie en controleerbaarheid van de uitgewisselde en gedeelde informatie. Door de onderzoekers wordt hierover aangegeven: “such alignment requires each organization, sector and community of interest tot define and codify its own semantics and to establish appropriate correspondence with the semantics of any other such entities with which it interacts”.

 

Verder wordt de definitie uit het actieplan uitgebreid met de mogelijkheid transacties uit te kunnen voeren op basis van de beschikbare en begrijpelijke informatie. Als overheidsorganisaties onderling in staat zijn informatie uit te wisselen en te delen, wordt daarmee de mogelijkheid gecreëerd diensten te ontwikkelen die over organisaties of binnen ketens en netwerken kunnen worden uitgevoerd. Zelfs zonder dat de medewerker of de burger daar iets van merkt.


Tot slot wordt in de definitie aangegeven dat op basis van de verkregen informatie organisaties moeten kunnen samenwerken en de verkregen informatie direct op moeten kunnen nemen in hun bedrijfsprocessen en activiteiten. Organisaties worden dus steeds meer met elkaar verbonden door middel van informatierelaties. Voor de gebruiker van de processen, de burger of de medewerker, wordt het zo steeds eenvoudiger er daadwerkelijk gebruik van te maken.

 

Met deze overheidsbrede uitdaging voor de boeg is het niet vreemd dat de onderzoekers constateren dat: “in this regard, the tradition of relying on consensus as the basis for decision-making in The Netherlands has some important advantages for interoperability”. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn geworden dat overleg, samenwerking en het vastleggen en controleren van afspraken noodzakelijk zijn om informatie-interoperabiliteit binnen de Nederlandse overheid te kunnen realiseren.

 

Het noodzakelijke overleg kan zich ook niet langer beperken tot alleen overleg binnen de overheid zelf. Om de doelstelling van interoperabiliteit te realiseren zal ook overleg tussen overheid en het betrokken ICT-bedrijfsleven noodzakelijk zijn. In dit geval zal overleg in een opeenvolgende reeks, eerst binnen de overheid en aan de hand van de bereikte resultaten met het bedrijfsleven, eerder belemmerend dan bevorderend gaan werken. De overheid zal dan ook bereid en in staat moeten zijn bij dit onderwerp een structurele open verbinding aan te gaan met het betrokken bedrijfsleven.

Ik ben benieuwd of het realiseren van een dergelijke open verbinding op net zoveel politiek bestuurlijke aandacht kan rekenen als de keuze voor een specifieke soort software ...

 

Ben van Lier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

 

 

Antwerpseweg 8, 2803 PB Gouda 

0182 - 34 57 01 

info.pss@centric.eu

www.centric.eu/overheid

Meer nieuws

Bloggers

Whitepapers