of 59232 LinkedIn

Standaard nodig in sociaal domein

Met veel aanbieders van zorg en ondersteuning sluiten gemeenten voor 1 januari 2015 (nieuwe) contracten af. Ze zullen informatie moeten uitwisselen over indicaties, toewijzingen en declaraties – bijvoorbeeld over de mensen die van de Awbz overgaan naar de Wmo, of kinderen die onder jeugdzorg vallen – en dan het liefst allemaal op dezelfde manier.

Gemeenten krijgen door de decentralisaties veel nieuwe ‘klanten’ en krijgen daardoor ook te maken met een aantal nieuwe gegevensstromen over die klanten. In die communicatie valt nog heel wat te stroomlijnen.

Met veel aanbieders van zorg en ondersteuning sluiten gemeenten voor 1 januari 2015 (nieuwe) contracten af. Ze zullen informatie moeten uitwisselen over indicaties, toewijzingen en declaraties – bijvoorbeeld over de mensen die van de Awbz overgaan naar de Wmo, of kinderen die onder jeugdzorg vallen – en dan het liefst allemaal op dezelfde manier. Niet alleen omdat dat handig is voor die gemeenten, maar ook voor de zorgaanbieders en eveneens voor de leveranciers van software die die berichten moeten verwerken. De schaalvergroting voor zowel gemeenten als zorgleveranciers maakt standaardisatie van de berichten ook noodzakelijk om het ene systeem met het andere te laten praten.

‘De pijn zit bij gemeenten, maar misschien nog wel meer bij de zorgleveranciers en vooral de grotere, die met tien, twintig of dertig gemeenten afspraken moeten maken’, zegt Arjen Brienen, werkzaam als adviseur gegevensknooppunt en standaarden bij KING. Hij schetst de belangrijkste reden voor het standaardisatieproject waarin KING het voortouw neemt. ‘Gemeenten sluiten nu contracten met aanbieders van zorg en ondersteuning, de huidige Wmo-leveranciers. Maar daar komen veel nieuwe partijen bij.’ Brienen duidt op bijvoorbeeld de lang­durige zorg die van de Awbz wordt overgeheveld naar de gemeentelijke Wmo. ‘Met al die partijen zullen ze informatie moeten uitwisselen en dat gebeurt nu op verschillende manieren. Met de bestaande Wmo-leveranciers gaat dat bijvoorbeeld met Excel-bestandjes of via de mail. Een aantal gemeenten, zoals Amsterdam, heeft een berichtenstandaard afgesproken met een zorgleverancier, maar straks zijn er misschien wel vijfduizend leveranciers – de huidige en de nieuwe. Als die met 403 gemeenten gegevens moeten uitwisselen, is het handig als we daar standaarden voor afspreken.’

Declaraties
Voor de huidige berichtenketen in de Awbz is er al AZR (Awbz Zorgbrede Registratie), opgezet vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS. Brienen: ‘Zorgkantoren, het indicatieorgaan, zorgleveranciers, de hele keten wisselt gegevens conform AZR uit.’ Vanuit het project iWMO van VWS is al eerder begonnen met het op soortgelijke wijze standaardiseren van de Wmo-berichten en het overhalen van leveranciers om die standaarden ook te gebruiken. In eerste instantie zullen de standaarden voor Wmo-toewijzing en -declaratie (met retourberichten) beschikbaar zijn; later volgen berichten voor ‘aanvang ondersteuning’ en ‘mutatie einde ondersteuning’. ‘Helemaal zoals dat voor de Awbz al geregeld is. Het enige nadeel is dat AZR al een gedateerde standaard is; die zal in de loop der tijd wel moeten worden gemoderniseerd.’

Wellicht zullen de betreffende berichten op termijn moeten worden omgebouwd naar het Standaard Uitwisselingsformaat (StUF) dat in de gemeentewereld gemeengoed is. ‘We zullen met VWS moeten afspreken hoe we die standaarden meer laten aansluiten bij bijvoorbeeld de basisregistraties. Het BSN mogen we uitwisselen en dat geeft een gedegen haak om persoonsgegevens mee op te vragen, maar in AZR staat de achternaam op een andere manier dan in StUF.’

Persoonsgebonden budget
Naast de iWMO-berichten zijn er meer berichtenstromen die erbij komen voor gemeenten. De tweede stroom is het declaratieverkeer in het kader van de jeugd-ggz. Daar wordt ook al AZR voor gebruikt. Een derde is de gegevensuitwisseling met het indicatieregister langdurige zorg dat het CIZ aan het opzetten is. Gemeenten kunnen daar vragen of er voor een burger een indicatie langdurige zorg is afgegeven, waardoor er geen Wmo-recht meer is. Je kunt niet meer in een instelling zitten en nog Wmo krijgen.’

Voor communicatie met de Sociale Verzekeringsbank over het trekkingsrecht voor een persoonsgebonden budget (PGB) kunnen gemeenten al bij een portal terecht, maar er is behoefte om dat ook met gestandaardiseerd elektronisch berichtenverkeer af te handelen. ‘Dat staat al in de steigers, maar heeft iets minder prioriteit.’

CORV (Collectieve Opdracht Routeer Voorziening), het portaal voor justitiële informatie over jeugdigen, is ‘zeker relevant’ als het om de standaarden gaat. ‘Daar zijn al berichten voor afgesproken volgens de StUF-standaard.’ Het meeste werk zit volgens Brienen bij de leveranciers. ‘Gemeenten moeten hun leveranciers en de zorginstellingen motiveren om aan die standaarden te voldoen. En ze moeten nadenken over de processen, maar dat moeten ze toch al.’ Met een groep leveranciers legt KING in een convenant vast wanneer ze welke standaard zullen hebben geïmplementeerd in hun software.

Koppelen
De grote gemeentelijke ict-leveranciers zitten volop in de standaardisatietrajecten en zeggen die van harte te onderschrijven. ‘Wij zijn content met de aanpak tot dusverre’, zegt Ron Bartels, directeur uitvoering sociale zekerheid bij Centric. ‘Er is goed gekeken naar wat er al is.’

Bartels ziet wel regelmatig de afweging voorbij komen tussen op een standaard wachten en een maatwerkachtige koppeling bij een gemeente die verder wil. ‘We moeten regelmatig nee zeggen tegen een verzoek van klanten om met partij X of Y te koppelen.’

Ook voor PinkRoccade Local Government is standaardisatie van groot belang, vertelt directeur Samenlevings­zaken Patrice van Geffen. ‘Met Veiligheid & Justitie en KING hebben we een pilot lopen rond CORV en dat kunnen we binnenkort aanbieden. Ook binnen het iWMO-traject zijn we betrokken bij een pilot.’

Hij ziet dat de uitdagingen voor gemeenten het grootst zijn als ze in ‘3D’ grote stappen willen zetten. ‘Als men meteen van een integraal klantbeeld uitgaat is er veel meer te koppelen en te ontsluiten.’ Maar zijn ervaring is vooralsnog dat gemeenten niet ‘de hele wereld aan elkaar willen knopen’.

Voor de logistiek rond het berichten­verkeer is al een goede oplossing gevonden. Samen met het Inlichtingenbureau, dat voor Sociale Zaken al het gegevensverkeer in de werk- en inkomensketen met gemeenten verzorgt, werken de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en KING aan een gemeentelijk gegevensknooppunt, waarlangs alle iWMO- en andere berichten zullen lopen. ‘Dan hoeven we niet vierhonderd gemeenten met een paar duizend zorgleveranciers onderling aan te sluiten.’ Alleen CORV-berichten zullen – althans voorlopig – niet over het gegevensknooppunt lopen. Wel zijn er afspraken over gemaakt met de leveranciers.

Bottleneck
Brienen denkt dat het standaardisatieproces tijdig op stoom komt, omdat gemeenten, zorgverleners, softwareleveranciers en andere instanties er voldoende gedeeld belang bij hebben. De bottleneck wordt wellicht wat hij noemt de ‘proceskant’. ‘Stel er komen bij de gemeente declaratieberichten binnen en er is een systeem dat die kan ontvangen, maar wat dan? Iemand zal dat willen matchen met eerdere opdrachten. Of willen controleren of het volume van het contract misschien wordt overschreden. Hoe ga je dat dan afhandelen? Dat zijn procesvraagstukken die veel gemeenten nog moeten oplossen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.