of 59054 LinkedIn

Pro-actief en waar mogelijk samen

Gemeenten moeten door met digitaliseren: voor hun dienstverlening, hun werkprocessen en om te innoveren. En dan vaker als collectief dan nu het geval is, stelt de ‘Digitale Agenda (2020)’ die de VNG heeft opgesteld.

Gemeenten moeten door met digitaliseren: voor hun dienstverlening, hun werkprocessen en om te innoveren. En dan vaker als collectief dan nu het geval is, stelt de ‘Digitale Agenda (2020)’ die de VNG heeft opgesteld.

Het programma Operatie NUP, dat de noodzaak van digitale dienstverlening bij gemeenten tussen de oren moest krijgen, is eind 2014 afgelopen. Maar het was nog niet ‘af ’, zoveel werd duidelijk op de slotbijeenkomst van begin december. De wil tot samenwerken was er wel, maar er moest nog veel worden uitgedacht en gestandaardiseerd. Rond dezelfde tijd kreeg de VNG van haar leden de opdracht met een nieuw plan te komen. Dat werd de Digitale Agenda 2020, die volgende week op de algemene ledenvergadering van de VNG wordt besproken.

Het voorstel is uiteraard deels een voortzetting van Operatie NUP en de invoering van de bijbehorende bouwstenen, die tezamen tegenwoordig de Generieke Digitale Basisinfrastructuur heten. Maar het slaat ook een nieuwe weg in, met de onderkenning van het enorme belang van informatie voor gemeenten en hun inwoners. Er is duidelijk gekozen voor een meer proactieve houding tegenover nieuwe ict-ontwikkelingen, zoals ‘collectieve opschaling op gebieden waar gemeenten zich niet onderscheiden’, vereenvoudiging en standaardisatie van werkprocessen, en ‘een impuls in het opdrachtgeverschap richting softwareleveranciers’.

Gezamenlijke aanpak
Jan Westmaas, burgemeester van Meppel en voorzitter van de VNG-commissie Dienstverlening & Informatievoorziening die het voorstel heeft opgesteld, wil niet van een doorbraak spreken. ‘Ik denk dat het een wenselijke doorontwikkeling is van de lijnen die we jaren geleden hebben ingezet om te komen tot een gezamenlijke aanpak van digitalisering. Nee, het is geen doorbraak, maar het borduurt wel voort op het inzicht dat we een gezamenlijke aanpak nodig hebben om tot resultaten te komen, dus om op het niveau te komen van wat burgers en bedrijven al allemaal met elkaar doen. Daar hebben we nog wel wat in te halen.’

Als het om digitalisering gaat, kleeft aan gemeenten nog steeds het imago dat ze te veel dingen zelf willen oplossen. Het VNG-voorstel lijkt dat te onderkennen, maar hoewel het woord ‘collectivisering’ diverse keren valt, vindt Westmaas het niet de centrale boodschap. Hij noemt het uitgangspunt dat gemeenten zich proactief op de ict-ontwikkelingen richten en deze inzetten voor hun veranderopgaven – de trendwatchfunctie – het belangrijkste.

Westmaas: ‘Je moet wel zorgen dat je wat je samen kunt doen ook samen gáát doen. Misschien moet je sommige dingen wel helemaal niet samen wíllen, omdat het gewoon niet generiek is. Dat zou best kunnen. Het is ook niet zo dat iedereen zijn hele instrumentarium overboord moet gooien en zou moeten denken dat ze hun programma’s niet meer mogen gebruiken. Uiteindelijk gaat het over de infrastructuur die we voor heel Nederland nodig hebben. Om ervoor te zorgen dat je, waar je ook bent, op dezelfde manier met de gemeente kunt interacteren.’

Aangiften en rijbewijzen
Gemeenten laten nu al kansen liggen, vindt Westmaas. ‘Wat we bijvoorbeeld op dit moment niet goed gebruiken is MijnOverheid en de Berichtenbox, daar kunnen we veel meer mee. Dat is maar een simpel voorbeeld. De dienstverlening rond verhuizingen, dat moet toch allemaal digitaal kunnen? En waarom moet je als vader of moeder naar het gemeentehuis om te vertellen dat je kind geboren is? Dat kan toch gewoon digitaal, door een verloskundige of het ziekenhuis?’

Dat het zo nog niet gaat, heeft volgens Westmaas vaak te maken met het uitgangspunt dat alleen bij iemand die lijfelijk aan de balie verschijnt diens identiteit met zekerheid is vast te stellen. Westmaas: ‘Nou, dat is nog maar de vraag. De zekerheden die we denken te hebben als iemand aan de balie komt, zijn in 99 procent van de gevallen juist, maar soms ook niet.’

Dat soort aanpassingen staat expliciet in de Digitale Agenda (2020), niet alleen in de vorm van ‘digitaal doen als het kan’, maar ook in de vorm van procesinnovatie, zoals bij de uitgifte van rijbewijzen. Westmaas: ‘Eigenlijk zijn wij daarin nu als gemeenten niet anders dan een uitvoeringsorganisatie van het CBR, dus van het rijk. Dat kan makkelijker.’

Voor de slimmere uitgifte van rijbewijzen loopt inmiddels een pilot. Meer dingen samen oppikken is niet een doel op zich, benadrukt Westmaas. ‘Het gaat er niet om dat wij als gemeenten enkel ons best doen om zelf heel veel geld te besparen op digitale infrastructuur. We willen een bijdrage leveren aan de dienstverlening aan onze inwoners. Dáár moet het om gaan. Als dat collectief kan, moet je het niet laten, natuurlijk. Dat scheelt echt geld. Maar collectivisering is niet het belangrijkste punt.’ Het voorstel stelt wel: ‘Het wiel wordt niet 393 keer uitgevonden. Geen vrijblijvendheid als het gaat om voorzieningen die door elke gemeente gebruikt worden.

Westmaas: ‘Aan de andere kant: er zal altijd wel een gemeente zijn die zegt: dat werkt niet voor ons. Dan helpt dwang ook niet. Je overtuigt alleen maar door dingen aan te bieden, door te tonen wat er mogelijk is en door elkaar te helpen.’

Leveranciers
Ook de genoemde ‘impuls in het opdrachtgeverschap richting softwareleveranciers’ behelst volgens Westmaas een meer proactieve houding. ‘Daar zijn we de laatste jaren al een beetje mee bezig, onder meer met de softwarecatalogus. We moeten de vraag helderder krijgen van gemeentezijde. We moeten veel meer in de opdrachtgevende rol komen te zitten, in plaats van dat er aanbieders naar ons toekomen en aangeven dat het ook wel aardig is als we dit of dat erbij nemen en tegen die en die prijs.’

Westmaas wil de positie van de overheid als gebruiker van software uit de markt versterken. ‘En daarbij gaat het met name om het definiëren van je vraag. Je moet aan de voorkant van het probleem komen in plaats van dat je pakketjes af moet nemen die van alles en nog wat bieden waar je uiteindelijk niks aan hebt.’

Dat kan volgens Westmaas met de huidige leveranciers, maar dat hoeft niet. ‘Er is meer mogelijk dan de paar die we altijd al gebruiken. Het gaat om het verder open krijgen van de ruimte op die markt. Wat we afnemen gaat meer worden bepaald door wat we gezamenlijk als overheid vinden dat we nodig hebben. Je moet meer professionaliteit kunnen zetten tegenover de grote aanbieders op de markt. We willen daar een betere counterpart voor worden.’

Essentieel
Dat streven is ingebed in een van de projecten die voor de komende twee jaar op de rol staan, onder de noemer ‘informatie-uitwisseling’. Omdat de grote veranderingen bij gemeenten veelal invloed hebben op de informatie-uitwisseling tussen (overheids)organisaties, is het vaststellen van standaarden en voorwaarden essentieel om fouten en ‘vendor lock-in’ te voorkomen. Voor het project is ruim twee miljoen euro opzij gezet, van een totaal van tien miljoen voor de gehele Digitale Agenda (2020).

De financiering is volgens Westmaas voor een belangrijk deel gericht op het in stand houden en verbeteren van de bestaande infrastructuur. ‘En de rest is zorgen dat we de komende jaren gaandeweg bewijsvoering leveren voor deze aanpak, in kleine stappen.’ Hij verwacht weinig aanpassingen op het voorstel. ‘We hebben de opdracht op de bijzondere algemene ledenvergadering in november gekregen. Die is heel breed uitgevraagd bij de gemeenten. Er zullen zeker gemeenten zijn die er kanttekeningen bij hebben, maar dit is het generieke gevoel over digitalisering van de gemeenten in Nederland.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.