Andere focus en meetlat van NUP gewenst
De Automatiseringsgids van 12 februari kopt groot over een dreigend falen van het NUP-programma, de regisseur die de e-overheidsambities en dito plannen van het Kabinet in goede banen moet leiden.
AG haalt een recent onderzoek o.l.v. Docters van Leeuwen aan waarin de voortgang van het NUP tussentijds wordt beoordeeld. De conclusie van Docters van Leeuwen is helder: alle hens aan dek want het NUP zit fors in de vertraging. Oorzaken: te complex, te veel techniek, te weinig visie, te weinig expertise op de werkvloer (m.n. gemeenten) en te weinig ondersteuning. “Een niet samenhangend en aanbodgedreven pakket ICT-producten”, zo wordt geciteerd. Met te weinig inbreng van de gemeenten, die uiteindelijk de e-overheid vorm en inhoud moeten geven.
Kijkend naar de achtergrond, de bedoeling en de inhoud van NUP dan is het een goede zaak dat er regie is op alle stappen op weg naar een overheid met een betere graad van dienstverlening en een efficiënter werkproces. Dat ICT hierbij kan helpen is evident. Maar ook hier geldt het bekende adagium “eerst organiseren en dan automatiseren” om echte voortgang te boeken. De “organisatie-onderwerpen” van de NUP-agenda, zoals de Basisregistraties en de Open standaarden, worden bedolven onder ICT-onderwerpen als E-toegang, E-authenticatie en E-uitwisseling. Een goed functionerende elektronische overheid vereist echter meer dan E-toepassingen aan de voorkant van het (digitale) werkproces. Natuurlijk zijn ze van belang, maar ze vormen de mooie “E-talage”. Het werkelijke hart van de e-overheid ligt daarachter, in het magazijn, de wijze waarop de informatiehuishouding is georganiseerd. Integratie en standaardisatie zijn daar de kernwoorden voor succes. En dat is echt organisatie.
De invoering van de BAG bijvoorbeeld, een voorbeeld van echte gegevensintegratie en voorwaarde no. 1 voor een e-overheid, neemt aanzienlijk meer tijd in beslag dan oorspronkelijk bedacht. Niet omdat de ICT zo ingewikkeld is, maar de hele informatiehuishouding gaat op z’n kop en vergt dus veel tijd. Maar de BAG is er tenminste en de winst daarvan wordt langzaamaan duidelijk. Een tweede voorbeeld is het Omgevingsloket, één van de voorbeeldprojecten van e-overheid. Welbeschouwd is het Omgevingsloket een vraagstuk om verschillende werkprocessen nauwkeurig op elkaar af te stemmen, te integreren. Daarmee is het een organisatie-probleem pur sang. De ICT-ondersteuning voor het Omgevingsloket is relatief eenvoudig, de organisatie daaromheen is echter weerbarstig en vergt dus tijd. Maar als die organisatie één keer staat, dan kan het snel gaan.
De toepassing van open standaarden is een essentiële voorwaarde om de e-overheidsambities waar te maken. Het tot stand brengen van dergelijke standaarden en het implementeren daarvan vergt veel tijd, energie, geld maar vooral ook leiderschap en besliskracht. De toepassing van open standaarden kent geen wettelijke basis en is daarmee niet afdwingbaar, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij de BAG. In tijden waarin de broekriem fors wordt aangehaald is het reëel te verwachten dat gemeenten doen wat zij móeten doen en minder prioriteit geven aan “the-nice-to-haves” zoals open standaarden, hoe nuttig dan ook. De hoge e-overheidsambities en de voordelen die daarmee zijn te behalen legitimeren een wettelijk grondslag onder de open standaarden, en pleiten dus voor leiderschap en besliskracht bij BZK, zoals ook door Docters van Leeuwen wordt betoogd.
De voortgang van het NUP-programma wordt gemonitord door middel van verschillende checklists. Het is opvallend dat deze checklists vooral de kwaliteit van de “E-talage” beoordelen en in mindere mate wat zich in het magazijn afspeelt, terwijl het daar juist moet gebeuren. Is het magazijn op orde, dan volgt de “E-talage” vanzelf. Kijk naar de BAG: het op orde brengen van de interne BAG-organisatie vergt veel tijd, maar daarna volgen de winstpakkers snel. Dat is ook de verwachting met het Omgevingsloket. Gemeenten die er noodzakelijkerwijs nu voor kiezen de kwaliteit van haar interne informatiehuishouding op orde te krijgen, komen voorlopig niet voor in de hogere regionen van de ranglijsten, terwijl juist zij grote sprongen voorwaarts maken. Het NUP zou er goed aan doen haar ranglijsten langs andere meetlatten samen te stellen.
De realisatie van de e-overheidsambities is vooral geen ICT-probleem maar een leerproces van vallen en opstaan, met telkens kleine stapjes voorwaarts. Een groeiproces dat iedere gemeente moet doorlopen. Leveranciers van oplossingen maken overigens eenzelfde leerproces van vallen en opstaan door. Bij gemeenten en leveranciers gaan ontwikkelingen de ene keer wat beter en sneller dan de andere keer, maar overall heeft het vooral tijd nodig.
ICT-oplossingen kunnen we maken, en als het moet snel. De organisatie daaromheen is een geleidelijk groeiproces. Dit pleit ervoor dat het NUP haar aandacht verlegt naar het coachen en motiveren van de spelers in het veld. Sturen op “best practices” en “leren van je buurman” is van belang, want her en der zijn er al fors wat meters gemaakt. Vooral door gemeenten die al een fiks aantal jaren systematisch bezig zijn met het op orde brengen van hun informatiehuishouding door het structureren en integreren van gegevens. Nog voordat er sprake was van NUP en aanverwante ranglijsten legden zij, meestal in een intensieve samenwerking met leveranciers, de basis voor hun eigen ambities met betrekking tot een betere dienstverlening en efficiëntere werkprocessen. Zij plukken daar nu de vruchten van, al dan niet zichtbaar in huidige ranglijsten. Deze gemeenten, met hun achterliggende leveranciers, zijn de echte NUP-ambassadeurs om de e-overheidsambities op nationaal niveau te vertalen naar een e-overheidsmotivatie op gemeentelijk niveau, en zij zouden een meer prominente focus in het NUP-programma moeten krijgen.
Dirk Winkel
Vicrea Solutions
Dirk Winkel is hoofd strategische marketing en communicatie bij Vicrea Solutions BV