Discussie eOverheid in Tweede Kamer niet meer van de tijd
De Tweede Kamer bespreekt deze week de voortgang van de in 1994 ingezette ambitie om een elektronische overheid te realiseren. Zouden Kamerleden zich in een tijd van iPads, smartphones en social media zich niet beter kunnen richten op de vraag wat deze nieuwste technologische ontwikkelingen betekenen voor de kwaliteit van de dienstverlening vanuit de overheid?
Deze week bespreekt de Tweede Kamer de overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven. Het gaat daarbij niet zozeer om de kwaliteit van de dienstverlening, maar om de samenhang tussen het grote aantal deelprojecten die tezamen moeten leiden tot een coherente elektronische overheid (eOverheid).
De eerste schetsen om te komen tot een eOverheid dateren al uit 1994. De gedachte achter de eOverheid was om de overheidsdienstverlening dusdanig te automatiseren dat informatie snel en veilig beschikbaar en uitwisselbaar zou worden. Inmiddels hebben de innovaties rond het gebruik van het internet niet stil gestaan en zijn er goede redenen om de vraag te stellen of de uitgangspunten achter eOverheid nog wel toekomstbestendig zijn.
De techniek is steeds minder leidend in de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. Het gaat nu om de noodzakelijke informatiestromen. De overheid als informatieleverancier, ofwel iOverheid. Met de opkomst van sociale media verwachten burgers niet alleen instant respons van bedrijven, maar steeds vaker ook van de overheid. Die zal zich in haar informatievoorziening moeten aanpassen aan een situatie waarbij de burgers aan het stuur zitten en de kwaliteit van de overheidsdienstverlening willen bepalen.
Een student die zich online inschrijft voor een opleiding wil dan meteen automatisch zijn OV jaarkaart ontvangen, studiefinanciering regelen en alle mogelijke informatie om waar nodig bepaalde vakken bij andere instellingen te kunnen volgen. Iemand die werkloos raakt wil zich via zijn PC en een Google search à la minute inschrijven bij het UWV, een uitkering aanvragen en via ondermeer social media zijn CV neerleggen bij alle bedrijven waar zijn of haar profiel gewenst is.
Deze verregaande maar reële voorbeelden van ketenintegratie betekenen dat oude organisaties en systemen er aan moeten geloven en dat de samenwerking met semi-overheden en bedrijven op basis van de nieuwe innovaties moet worden versterkt. In de tijd van het ontstaan van de eOverheid was het nog relatief belangrijk dat er ministeries, provincies en gemeente bestonden met hun eigen specifieke taken. In de tijd van de iOverheid waar de informatiestromen centraal staan en overheden verworden tot leveranciers van informatie is alleen nog maar relevant dat de overheid als geheel wendbaar is en blijft als informatieverstrekker aan burgers en bedrijven.
Daarbij hoort uiteraard ook een regierol als toezichthouder op de beveiliging en integriteit van de informatie. Het is goed om het debat over de eOverheid deze week in de Kamer af te ronden en de bouwstenen snel te implementeren. Tegelijkertijd zal de aandacht zich op een nieuwe overheid moeten gaan richten die zich opstelt als informatieverstrekker in ketens die door burgers en bedrijven worden bepaald. Zowaar een uitdagende opgave maar wel een opgave die past in het verwachtingspatroon van de wendbare iBurger.
Zsolt Szabo is oud-Kamerlid voor de VVD en is werkzaam als Vice President bij Capgemini
Reactie op dit bericht