Ombudsman: schaf WOB liever af
Andere weg
De hoorzitting van donderdag volgde op de stelling van minister Donner dat de WOB te vaak wordt misbruikt en dus moet worden ingeperkt. Verschillende deskundigen, onderzoeksjournalisten, advocaten en VNG-bestuurders voerden het woord. De meesten probeerden Donner tijdens de bijeenkomst duidelijk te maken dat hij een andere weg moet bewandelen. VNG-directieraadslid De Vet gaf op de hoorzitting toe dat er op het gebied van de openbaarheid bij gemeenten nog een lange weg te gaan is, maar stelde dat er wel wordt gewerkt aan professionalisering op dat gebied.
Misbruik
Volgens Brenninkmeijer is het tijd voor een ander openbaarheidsregime. "De overheid gebruikt de WOB in de dagelijkse praktijk vaak om gronden te vinden voor het afwijzen van een verzoek en juridische barrières op te werpen voor burgers en journalisten. De WOB leidt tot onnodige, kostbare en tijdrovende procedures. De openbaarmaking van informatie moet primair vanuit behoorlijk bestuur beoordeeld worden en niet vanuit een juridisch perspectief. Openbaarheid van informatie is immers een onmisbaar middel om het vertrouwen van burgers in de overheid te versterken." Hij waarschuwt ook dat verdere beperkingen in de WOB door ambtenaren misbruikt gaan worden voor andere doelen.
Visie
De ombudsman wil nog dit jaar zijn visie op de openbaarheid van overheidsinformatie verder invullen. Hij wil de overheid handreikingen bieden voor actieve informatieverstrekking en voor het voorkomen van juridische procedures bij informatieverstrekking.
Archiefellende
Wob-advocaat Roger Vleugels, ook geraadpleegd op de hoorzitting, somt een aantal veranderpunten op, met als eerste de slechte archieven van de overheid. Omdat die niet op orde zijn, duren verzoeken erg lang. Hij vindt ook dat er een opleiding voor Wob-ambtenaren moet komen. Daarnaast moeten bezwaren net meer naar het betreffende bestuursorgaan, maar naar een nieuwe onafhankelijke en bindende Wob-autoriteit. Ook moet 'wobben' bij alle proganen mogelijk worden die werken met publiek geld.
Reactie op dit bericht
Hoezo "luxe-problematiek"? Burgers staan steevast op informatie-achterstand. En dat wordt door overheden bijzonder vaak handig gebruikt om zich niks aan te hoeven trekken van belangen van burgers. Iedereen die als burger of ambtenaar bij dat soort processen betrokken is geweest, weet dat.
Zelfs mèt een Wob die door de overheid netjes wordt uitgevoerd, zullen burgers en andere niet-ingewijden altijd op enige achterstand staan. Openbaarheid is geen luxe, maar een fundament van onze democratie.
Jouw laatste zin illustreert mooi die verkeerde houding in de hoofden van veel ambtenaren die hun bazen "adviseren".
Je schrijft: "Zo is het niet nodig om informatie 'op straat' te gooien, als een manier van inzage met maatwerk gevonden kan worden."
Vergelijk dat eens met de zin: "Het is niet nodig om informatie binnenskamers weg te moffelen, zolang openbaarmaking geen aantoonbare schade toebrengt aan de privacy of veiligheid van burgers."
Wat jij de "straat" noemt, Jaap, dat zijn de burgers voor wie de overheid het allemaal doet - of zou moeten doen.
Ook het argument dat concurrentiegevoelige informatie van private bedrijven niet "op straat" mag worden gegooid, wordt veelvuldig misbruikt. Als publieke taken geprivatiseerd worden, maar nog wel gesubsidieerd blijven, dan is dat geen excuus om de publieke controle op de besteding van dat subsidiegeld weg te geven.
Als burgers "de eigen broek moeten ophouden", dan moeten bedrijven dat toch ook doen? En als de te verrichten activiteiten commercieel niet aantrekkelijk zijn zonder overheidssubsidie, maar wel maatschappelijk noodzakelijk of nuttig zijn, had de financiering van zulke activiteiten dan überhaupt buiten de publieke controle geplaatst moeten worden? Nee dus.
De inrichting van de verschillende overheidsarchieven is gericht op de uitvoering en de bedrijfsprocessen van één specifieke wettelijke taak, opslag van informatie geschied geheel conform de hiervoor geldende wettelijke archiefnormen. De archieven zijn dus wel degelijk voldoende “op orde”.
Echter als er een nieuwe overheidstaak zoals Wob wordt vastgesteld moet vooraf ook duidelijk in beeld gebracht worden wat dit “kost” om uit te voeren, om daarna deze taak in de overheidorganisatie te implementeren. Ik constateer alleen dat deze laatste handelingen zijn nagelaten, dus is er nu stres tussen de overheid en haar burgers en discussie over de reikwijdte van Wob.
Bij de inwerkingtreding van de Wet kwam de VNG als met een ontwerp-instructie voor de gemeentesecretaris want de ambtelijke organisatie vreesde met name voor openbaarmaking van de adviezen (met persoonlijke opvattingen).
De navolgende evaluatie stonden alle in het teken van de wens meer openbaarheid te bewerkstelligen, maar dat is maar steeds niet gelukt. Men poogde namelijk de mentaliteit te veranderen met regels en dat gaat nu eenmaal niet, zeker niet bij ambtenaren.
Waar het namelijk in wezen om gaat, is niet de openbaarheid maar de openheid van het bestuur. Dat is een bepaalde mentaliteit waarmee men wil besturen en openbaar maken.
Te veel nog blijft in beslotenheid omdat veel bestuurders en ambtenaren kennelijk een soort angst voor de burger koesteren. Om zie het toch allemaal is begonnen in een democratische rechtsstaat, zou men zeggen.
Uiteraard mogen we onze ogen niet sluiten voor gepast gebruik, maar over hoeveel gevallen hebben we het, gemeten het belang bij openheid van bestuur?
Wat de kosten betreft: de burger betaalt belastingen en heeft er dus recht op te weten wat het bestuur allemaal bijhoudt met dat geld.
In principe moet gelden dat alles openbaar is, tenzij gewichtige belangen zich hiertegen verzetten. Welke zijn dat zoal?
Brenninkmeijer heeft dus groot gelijk en de TK doet er goed aan het beginsel van absolute openbaarheid in de Wet vast te leggen.