'Burger wantrouwt overheid'
Het vertrouwen van de burger in de overheid als het gaat om persoonsgegevens staat onder druk. De burger heeft geen inzicht in de toename van gegevensdatabanken, de koppeling daartussen en wie daarvoor verantwoordelijk is.
Het vertrouwen van de burger in de overheid als het gaat om het zorgvuldig beheren van persoonsgegevens staat onder druk. Er is een gebrek aan inzicht in de toename van gegevensdatabanken, de koppeling daartussen en het is onduidelijk bij wie de verantwoordelijkheid voor het beheer van persoonsgegevens ligt. Bovendien lopen de wettelijke kaders altijd achter bij de actualiteit. Dit concludeert Matt Poelmans, directeur van Burger@overheid, aan het einde van de discussiebijeenkomst “Vertrouwen in de Informatiesamenleving” gisteren in de raadszaal van het Haagse gemeentehuis.
“Het probleem is niet dat er gegevens worden verzameld, maar dat ze niet gebruikt worden waarvoor ze initieel zijn verzameld,” zegt Hans Dijkstal, voorzitter van het bestuur van Het Expertise Centrum (HEC). Hij reageert hiermee op Guus Rutgers, directeur van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR).
Rutgers heeft even daarvoor het debat geopend met een uiteenzetting over wanneer de burger als klant, de overheid als dienstverlener wel zou moeten en kunnen vertrouwen. Namelijk als de overheid de juiste balans weet te vinden tussen de uitgangspunten bestrijding van fraude, bescherming persoonsgegevens en de verbetering van de overheidsdienstverlening.
Dijkstal vraagt zich af of het beeld dat Rutgers schetst realistisch is in een samenleving die op wantrouwen is gebaseerd, waarbij hij verwijst naar alle maatregelen die in verband met terreurbestrijding genomen worden. Waarbij, met andere woorden, die balans ontbreekt.
Register Niet-Ingezetenen (RNI), Gemeentelijke Basis Administratie (GBA), Burger Service Nummer (BSN), OV-Chipkaart, Google, Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) , biometrisch paspoort; het zijn maar enkele van de vele publieke en private gegevensverzamelingen die deze middag in snel tempo de revue passeren. Het verklaart ook direct de teneur van de discussie: de hoeveelheid persoonsgegevens die op alle mogelijke plaatsen wordt verzameld is zo groot en onoverzichtelijk dat de verantwoordelijkheid voor die gegevens niet meer te controleren is.
Reden genoeg, althans volgens Michiel Leenaars, directeur van het ISOC, buitengewoon voorzichtig te zijn met het registreren van alles wat los en vast zit. Aan de andere kant moeten we ook niet te voorzichtig zijn volgens Dirk Schravendeel van HEC: “Analoog laten we ook al overal gegevens zonder enig probleem achter. We moeten nu niet voor de digitale gegevensopslag grenzen gaan trekken waar die voor de analoge wereld al lang niet meer gelden.”
Eind november organiseren Burger@Overheid, Het Expertisecentrum en het agentschp BPR een internationale conferentie waar de discussie wordt voortgezet.
(Ivar van Bekkum)