of 59045 LinkedIn

Zorgvuldige transitie vraagt daadkracht en kwetsbaarheid

Jan de Vries 1 reactie

Nederland beleeft een warme zomer. Het RIVM en diverse verpleeghuizen hebben hun hitteplan in werking gesteld. De airco’s draaien op volle toeren. Half Nederland is op vakantie. En de andere helft werkt waarschijnlijk aan de implementatie van de nieuwe Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. De opdracht is groot en de tijd is kort. Het is ‘alle hens aan dek’!

Bij de behandeling van de Wmo 2015 in de Eerste Kamer is uitgebreid stil gestaan bij de vraag of het verantwoord is om de wet op 1 januari 2015 in te voeren. Staatssecretaris Martin van Rijn heeft de kleinst mogelijke meerderheid daarvan weten te overtuigen. ‘Ik hou niet één vinger aan de pols, maar tien’, zo zei hij.

Met gemeenten en sectorvertegenwoordigers heeft hij daarom een reeks aan maatregelen afgesproken: werkafspraken, regionale overlegtafels, stappenplannen, cockpitoverleg, een ondersteuningsteam, een transitiecommissie, een transitieautoriteit en een transitievolgsysteem. Daarbij gaat het over afstemmen, monitoren, ondersteunen en waar nodig aanspreken.
 

Een huisarts weet dat een vinger aan de pols niet alles zegt over de gesteldheid van de patiënt. Hij vraagt daarom altijd door. Dat is voor de transities ook nodig. Beleidsplannen, verordeningen, stappenplannen en behaalde mijlpalen zijn geen garantie voor succes.     
 

De effectiviteit van al deze maatregelen staat of valt daarom bij de kwaliteit van de inhoud. Zo is een Transitievolgsysteem geen thermometer die objectief de zomerse waarden vaststelt. Gemeenten vinken zelf aan waar zij denken te staan in hun voorbereiding. De vraag is alleen of dit niet gebaseerd is op een te positief beeld, gevoed door een gezonde bestuurlijke ambitie. Wij kennen allemaal de neiging om ons beter voor te doen dan wie we in werkelijkheid zijn. Alleen zijn de verantwoordelijkheden en risico’s daarvoor nu te groot.

Het gaat om kwetsbare mensen. Van gemeentebestuurders mag daarom worden verwacht dat zij nu vooral de feiten laten spreken en realistisch zijn in hun verwachtingen. Vijf maanden voor de invoeringsdatum is het goed om ook rekening te houden met het worstcasescenario. En als gemeentebestuurders daarbij goed  te luisteren naar signalen van cliënten en zorgaanbieders en niet te schromen om externe ondersteuning in te roepen of de noodklok te luiden. Een zorgvuldige transitie is gebaat bij zowel daadkracht als openheid en kwetsbaarheid van gemeentebestuurders.
 

Jan de Vries, directeur MEE Nederland

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Van Geenen (ambtenaar) op
De doelen van het rijk bij de decentralisatie raken momenteel door de haast van de decentralisatie helemaal uit zicht. Doelen zijn toch grofweg: de (jeugd)zorg goedkoper dus efficienter en meer integraal maken. Decentraliseren naar gemeenten en korten op budgetten is de nu ingeslagen weg, maar dit vereist ook een verandering van het type uitvoerende organisaties, en dus de manier van bekostigen van die organisaties. Zullen gemeenten op middellange termijn die omslag weten te maken? Van dergelijke ontwikkelingen is nauwelijks iets zichtbaar, of kijk ik niet goed?