of 59100 LinkedIn

Over alcohol en bestuurlijke ongehoorzaamheid

Volgens de huidige Drank- en horecawet mogen strandtenten geen zandschepjes verkopen en kappers geen wijn schenken. Het is een boekwinkel verboden bij een boekpresentatie een glas wijn aan te bieden. Een café kan geen kunstwerken te koop aanbieden en bruidsboetieken mogen het "say yes to the dress"-moment niet met champagne beklinken.

Dit transsectoraal ondernemen om de consumentenbeleving in winkels te vergroten, wordt belemmerd door verkokerde wetgeving. Al in de Retailagenda van 17 maart 2015 en een advies van Actal, het adviescollege toetsing regeldruk, wordt aangegeven dat daar iets aan gedaan moet worden. De Agenda Lokale Democratie leek de indruk te wekken dat experimenten met de Drank- en Horecawet mogelijk zouden  worden gemaakt, maar  dat bleek een misverstand. In een brief  van 15 februari 2015 aan STAP, het Nederlands Instituut voor alcoholbeleid, lezen we dat deze wet niet aan de lijst zal worden toegevoegd. Staatssecretaris Van Rijn  gaf in een brief van 28 april 2015 aan dat hij zich zorgen maakt om de openbare orde en veiligheid en de controle en handhaving van de Drank- en horecawet. Echter, dat is een gemeentetaak. En het zijn  juist de gemeenten die hebben gevraagd om de mengvormen te legaliseren die zij steeds meer tegenkwamen in de praktijk.
 

De VNG kreeg al in 2014 signalen van gemeenten dat er behoefte was aan het experimenteren met mengvormen van winkels en horeca en is waarschijnlijk kort nadat duidelijk werd dat de Experimentenwet geen optie was , gestart met de voorbereidingen van een pilot. Op 26 oktober 2015 werden gemeenten opgeroepen deel te nemen, en begin 2016 ging deze van start met 35 gemeenten en 448 ondernemers ( beschrijving Berenschot van 8 februari 2017).  Deze gemeenten hebben veelal een beleidsregel bekend gemaakt waarin het voor de pilot benodigde gedoogbeleid is neergelegd.

Het gaat volgens de VNG om ‘bepaalde mengvormen tussen horeca en detailhandel, waarbij geen sprake is van overtredingen van structurele aard, maar eerder van ontwikkelingen, die aansluiten bij de nieuwe manier van winkelen en uitgaan.” De over en weer bestaande irritatie en  powerplay kan uit de briefwisseling tussen de VNG en de staatssecretaris, maar ook  uit zijn antwoorden op kamervragen worden herkend.
 

In de pilot neemt het gemeentebestuur  een gedoogbesluit waarin wordt toegezegd om onder strenge in de beleidsregel neergeschreven voorwaarden een zevental overtredingen van de Drank- en Horecawet niet te handhaven. Dit gedogen mag echter niet, de rechter zal de aan hem voorgelegde  besluiten vrijwel zeker vernietigen en de betrokken ondernemers zullen zich niet met succes  op dat gedoogbesluit of gewekte verwachtingen kunnen beroepen om zich tegen handhavingsverzoeken te verweren, zoals ook uit het terechte oordeel van de rechtbank Midden Nederland (Utrecht) van  28 juli 2016 blijkt. De motivering van de rechter kan voor geen enkel misverstand aanleiding geven. Trouwens, ook  een iets ander experiment werd door de Afdeling bestuursrechtspraak onderuit gehaald in een tweetal rijk gemotiveerde uitspraken van 28 december 2016, namelijk dat van de borrelshop in een supermarkt (een slijterij in een afzonderlijke ruimte binnen de supermarkt).  .   
 

Wat we met de pilot zien, is bestuurlijke ongehoorzaamheid van gemeentebesturen. Willens en wetens zijn ze de risico’s aangegaan om deze drempel voor economische innovatie op de agenda te zetten van de evaluatie en latere herziening van de Drank- en horecawet. Uit een  Algemeen Overleg van 15 februari 2017 met de staatssecretaris lijken zij iets kleins te hebben bereikt: indien de jongeren worden beschermd, de onnodige toename van alcoholverkooppunten wordt voorkomen en personeel aan de eisen voor alcoholverkoop voldoet, wil de staatssecretaris nadenken over de benodigde wetswijziging, en dat is de enige manier om de illegaliteit van mengvormen op te heffen. Dat lijkt me eerlijk gezegd gelet op de maatschappelijke ontwikkelingen onontkoombaar. Maar om dit te laten werken, zullen de bestuurlijke boetes moeten worden aangescherpt en gemeentebesturen zullen  nog steviger, actiever en slimmer moeten handhaven.
 

Prof. mr. Oswald Jansen, hoogleraar Europees bestuursrecht en openbaar bestuur

Verstuur dit artikel naar Google+