of 58959 LinkedIn

Eén klokkenluider is minstens één klokkenluider

Heeft u wel eens een tschäggättä in levenden lijve gezien of misschien een groepje koudonofori? Waarschijnlijk niet, maar als het wel gebeurde, zou u het niet snel vergeten. Het zijn imposante verschijningen; grote mannen in beestenvellen met grimmige maskers die woest rondspringen en veel lawaai maken.

De Zwitserse tschäggättä en de Griekse koudonofori zijn voorbeelden van de duivelachtige figuren die een rol spelen in folkloristische rituelen in bergdorpjes door heel Europa. De koudonofori uit Grieks Macedonië doen bijvoorbeeld op Driekoningen een wilde dans door het dorp om de winter te verdrijven en de vruchtbare lente uit te nodigen. Je herkent ze behalve aan hun geitenvellen en hun zwartgemaakte gezichten vooral aan de enorme metalen koebellen die ze luid laten rinkelen. ‘Koudonofori’ betekent dan ook ‘klokkendragers’.

 

Soms zou het handig zijn als de klokkenluiders in onze moderne Nederlandse samenleving ook zo duidelijk herkenbaar waren. Voor alle duidelijkheid: ik gebruik hier bij wijze van uitzondering het woord ‘klokkenluider.’ In het algemeen vinden we bij de Onderzoeksraad ‘melder van een vermoede misstand’ een betere, want zorgvuldiger, benaming. Bij de meldingen die wij bij de raad onderzoeken, maken we nog wel eens mee dat er in de praktijk op de werkvloer problemen zijn ontstaan omdat niet zeker was of iemand een klokkenluider was. De uitersten zijn duidelijk. Aan de ene kant heb je de personen die expliciet een beroep doen op de klokkenluidersregeling van hun organisatie. Dan is er geen twijfel mogelijk. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de werknemers die wel een vermoeden hebben dat er iets mis is, maar daar niets mee doen. Dat zijn dus geen klokkenluiders.

 

Tussen die uitersten bevindt zich een groot, grijs gebied waarin niet altijd duidelijk is of iemand als klokkenluider behandeld dient te worden of niet. Wat doe je met de mensen die een bepaalde kwestie bij hun chef aankaarten, zonder dat die er iets mee doet? Als dat niet bij één keer blijft, zonder dat de betreffende werknemer hogerop gaat of een brief schrijft, zou je strikt genomen kunnen zeggen dat zo iemand (nog) geen klokkenluider is. Ik vind dat echter een te formalistische opstelling. De intentie om een integriteitskwestie te melden is er, al is dan misschien het juiste traject nog niet gekozen. Als steeds te goeder trouw is gemeld, past hier geen formalisme, maar meedenken met de medewerker. Die probeert een misstand aan te kaarten en de organisatie is er bij gediend dat op te pakken.

 

Laatst sprak ik een manager die de lat voor het klokkenluiderschap wel heel hoog legde. Hij had als beleidslijn: één klokkenluider is géén klokkenluider. Met andere woorden, pas als er meerdere mensen over hetzelfde beginnen ziet hij reden om in actie te komen. Die gedachte vind ik erg kortzichtig. Elke melding verdient de volledige aandacht. Bovendien vergt het vaak nogal wat persoonlijke moed van een werknemer om aan de bel te trekken. Dat betekent dat als je dan als manager een melding krijgt, dat een teken kan zijn dat hetzelfde ook bij anderen leeft. Wat dat betreft kan één klokkenluider vaak juist meer zijn dan één klokkenluider.

 

Frank Kerckhaert is voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid.

Verstuur dit artikel naar Google+