Vadertje Staat
‘Vervolgens blijkt een groot deel van de priesters pedofiel te zijn – daarmee is een andere traditionele gezagsdrager haar gezag kwijtgeraakt. Die katholieken worden dan heel puberaal. Het bevalt ze niet, ze voelen wantrouwen tegen de traditionele gezagdragers en gaan pesten. ‘Wat, jullie zijn tegen Wilders? Dan gaan we lekker op hem stemmen.’ Leert mij die katholieken kennen. Zo recalcitrant als de pest.’
Ik denk dat de meeste politieke partijen, met uitzondering van de PVV en de SP, nog steeds niet goed doorhebben wat de PVV-stemmers beweegt. Het ontbreken van een geloofwaardige gezagsdrager, een soort vaderfiguur, zou daar wel eens een doorslaggevende rol kunnen spelen.
Niet alleen kinderen hebben een vader en een moeder nodig. Een bevolking heeft daar ook behoefte aan. Niet voor niets is er de uitdrukking: ‘vadertje staat’. De vaderfiguur is verdwenen uit een groot deel van de Nederlandse politiek. Een sterke man of vrouw, die richting heeft. Daarvoor in de plaats zijn de rekenaars en juristen gekomen, die denken dat de samenleving bestuurd kan worden op basis van cijfers en wetten. Die vinden dat je de bankiers in Nederland geen dieven mag noemen als dat juridisch niet is te onderbouwen.
Juist die partijen die inspelen op die archetypische behoefte aan een vaderfiguur, worden door de andere politici denigrerend ‘populistisch’ genoemd: de PVV en de SP. Omdat ze als een vader, gehurkt en in eenvoudige woorden, praten met hun achterban. En luisteren naar de ‘kleine’ problemen die mensen in bepaalde wijken ervaren: geweld op straat, slechte scholen. De kiezersgroep die schreeuwt om oplossingen voor deze zaken, heeft zich de laatste verkiezingen laten verleiden door de harde woorden van Geert Wilders. Beter een bóze vader die aandacht geeft, dan géén vader. Op zo’n manier vult de platte retoriek van Wilders een politieke behoefte waarvoor andere politici hun neus ophalen.
Door hun populistische manier van spreken weten SP en PVV een moreel gezag af te dwingen onder bepaalde bevolkingsgroepen. Gezag, dat de andere politieke partijen hebben verloren. Omdat ze zich te sjiek voelen deze ‘verloren’ groepen te vertegenwoordigen. ‘Wij zijn nu eenmaal een elitaire partij’, fluisteren de D66-aanhangers. ‘Wij vinden de middeninkomens belangrijker’, zegt de PVDA-campagnevoerder hardop.
Toen Balkenende zijn ‘normen en waardendebat’ startte, lachte de andere partijen hem uit. Maar hij kreeg steun van Pim Fortuyn en haalde een grote verkiezingsoverwinning. Moraal doet het goed bij de kiezers.
Inmiddels valt te constateren dat Balkenende heeft gefaald. In de ogen van veel mensen zijn de ‘normen en waarden’ in Nederland erop achteruit gegaan. Balkenende kreeg met zijn overwinning de kans, maar hij is nooit de vaderfiguur, of - om het eens hoogdravend te zeggen - de spirituele leidsman geworden aan wie Nederland behoefte heeft. De leidsman die zegt: het is lastig en het is moeilijk, maar ik zie dat je hard je best doet. Je zult het zelf moeten redden, maar ik sta achter je. En als er een echt probleem is, zal ik kijken hoe ik je kan helpen. Want daarvoor heb je nu eenmaal een vader.’
Laten we hopen dat bij de kabinetsformatie niet alleen oog is voor de sanering van de overheidsfinanciën. Maar dat Premier Rutte ook zijn rol als ‘Vadertje Rutte’ gaat waarmaken.
Paul Lensink


