Holdijk
Hij is de enige politicus die tijdens een ‘interview’ (als ons goede gesprek dan toch zo mocht heten) tegen mij (als journalist) heeft gezegd dat ik hem maar moest onderbreken wanneer ik dacht dat hij het niet goed zag.
Hij noemde zichzelf, met veel zelfkennis, een ‘in de coulissen van de politiek verzeild geraakte jurist’. De naam van deze man is Gerrit Holdijk. Holdijk heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en daarmee is er deze maand een einde aan zijn 37-jarige (!) dienstverband bij de Tweede-Kamerfractie van de SGP gekomen. In 1972 trad hij daar in dienst als beleidsmedewerker ‘juridische en moeilijke zaken’. Vanaf 1977 was hij ook redactielid van het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van de SGP. Sinds 1986 is hij, met een korte onderbreking, lid van de Eerste Kamer, sinds 1987 is hij lid van de Provinciale Staten van Gelderland.
Beide laatste ambten blijft hij bekleden. Hij was en is een staatkundig-gereformeerd buitenbeentje. Hij koestert afwijkende standpunten over ‘theocratie’ en het beruchte vrouwenstandpunt. In de SGP is hij als christelijke conservatief ‘verzeild geraakt’.
Holdijk had, sinds 1971, ook zijn eigen juridische adviesbureau. En iedere woensdag fietste hij van Apeldoorn naar Uddel om zijn moeder te helpen op haar boerderij. Na haar overlijden is hij op die boerderij gaan wonen. Hij wordt in het werk op de boerderij bijgestaan door een tractor uit 1947, die hij vorig jaar heeft laten restaureren.
Holdijk heeft één keer de landelijke pers gehaald. Bij het debat over de toestemmingswet voor het voorgenomen huwelijk van prins Maurits en een dochter van Van den Broek (in 1998) en later (in 2001) bij een vergelijkbaar debat over Willem-Alexander en Maxima, stond hij ernstig te mopperen achter het spreekgestoelte. Geen gezeur, zo luidde in essentie zijn standpunt: de Oranjes zijn protestants, en die ‘onaantastbare traditie’ mag niet worden doorbroken door huwelijken met roomse burgermeisjes. Toenmalig premier Kok was daar zwaar chagrijnig over. Maar Holdijk vroeg zich doodgemoedereerd af waarom hij niet ‘op een ontspannen en volwassen manier over de verschillen in beleving van de historie’ had mogen spreken.
Het indrukwekkendst vond ik een optreden van Holdijk in het voorjaar van 2000. Prins Constantijn trad toen in het huwelijk met een dochter van Brinkhorst. Holdijk behoorde als senator tot de genodigden maar hij ging niet. Hij wilde niet in een situatie terechtkomen waarin hij de vader van de bruid, bewindsman op Landbouw, de hand moest schudden. Brinkhorst was ten tijde van de MKZ-crisis politiek verantwoordelijk voor de preventieve ruiming van gezonde koeien. ‘Het uit puur economische motieven op grote schaal doden van gezonde dieren gaat naar mijn diepste overtuiging radicaal in tegen de zorgplicht voor vee dat aan ons is toevertrouwd’.*
Aan Holdijks lijf geen polonaise, en bij hem zeker geen toneelstukje om de feestvreugde niet te bederven. Recht is recht, krom is krom. Diep respect afdwingende ‘politici’ als Holdijk dreigen, vrees ik, tot een uitstervend ras te gaan behoren.
*Voor wie wil weten wat hij zich bij die ‘zorgplicht’ moet voorstellen, verwijs ik naar twee miniatuurtjes van Koos van Zomeren over boer Van den Dikkenberg uit Lunteren (die ik hier uit ruimtegebrek niet in extenso kan citeren): Koos van Zomeren, Ruim duizend dagen werk (De Arbeiderspers, 2000), pp. 847-848.


