Volkstelling in Kenia en Nederland
Er was in de media allerlei gedoe over, mensen die niet mee wilden doen aan de volkstelling omdat ze bang waren voor privacy, bang voor raciale tendensen. In de maanden die we hier hebben doorgebracht is me wel duidelijk geworden dat Kenia een tribale democratie is: je kiest hier eerst voor je stam, daarna voor een partij. Raciale vraagstukken liggen erg gevoelig. Om het volk mild te stemmen is vorige week besloten om vandaag daarom tot een vakantiedag uit te roepen.
Als publieke sector-freak wilde ik het wel eens meemaken, zo'n telling. Ik doe mijn autoraam open en vraag de dames of ze al bij ons zijn geweest. 'Bij de groene poort onderaan de weg', leg ik uit. Specifieker kan niet, want ons huis heeft geen nummer en onze straat ook geen naam. Ze zeggen dat ze daar al geweest zijn. Ik rij verder, de bewaker doet onze poort open, en in de achteruitkijkspiegel zie ik dat de rode T-shirts toch achter me aanlopen. Op de parkeerplaats aangekomen loop ik samen met de interviewers de vragenlijst door. Ze willen weten uit welk land ik kom, uit welk land mijn vrouw, en uit welk land mijn kind. Geboortedata. Leeftijd van de ouders. Of we religieus zijn, en zo ja, welk geloof? Hoe dat voor onze ouders zit? Of ik werk heb, of mijn vrouw werk heeft, of mijn kind werk heeft en hoeveel we daarmee verdienen? Of we radio, TV, warm water, een brommer en/of een auto hebben. En zo gaat het maar door.
Na iedere vraag volgt een heel geblader tussen de vragenlijst en het invulformulier, beiden van een onhandzaam A3 formaat. Tijdens het voortdurende geblader begin ik me hoe langer hoe meer af te vragen wat de data-analysten straks gaan doen met deze bizarre verzameling van gegevens. Zijn ze op zoek naar de correlatie tussen religie en autobezit om een religie-gebaseerde ecotax te kunnen heffen? Als we na een minuut of vijftien ongeveer alle aspecten van ons leven in Nairobi hebben behandeld zijn de dames klaar. Ik vertel ze dat er nog drie andere gezinnen op onze compound wonen, en dat ze die ook kunnen interviewen, maar dat vinden ze niet nodig. Iedere Keniaan moet geteld worden, maar dat zien de interviewsters niet als hun probleem. Ze vertellen dat sowieso meer dan de helft van mensen weigert om mee te werken. Gezien de hoeveelheid en het soort vragen kan ik me daar wel wat bij voorstellen.
Twee weken later ben ik een paar dagen in Nederland. In de stapels post vind ik een strenge brief van het CBS. Of ik als de sodemieter de statistische gegevens van mijn adviesbureau -digitaal- wil aanleveren. Het vragenlijstje is prettig kort, twee A4. En in de begeleidende brief wordt me uitgelegd dat ik me niet aan deze telling kan onttrekken, anders krijg ik straf. Desnoods moet ik de gevangenis in, zo staat er in dreigende letters.
Eenmaal terug in Kenia vertel ik wat lacherig aan Moses dat je in Nederland de gevangenis in kunt gaan omdat je niet meewerkt aan een volkstelling. Hij kijkt me ongelovig aan. Nederland wordt voor hem een steeds gekker land. Hij moest al erg hard lachen toen ik hem vertelde dat je rechtszaken kunt aanspannen omdat de stroom uitvalt. En dan nog winnen ook! Ronduit hilarisch vond hij dat. Maar de gevangenis in omdat je niet meewerkte aan een enquête, dat gaat wel heel ver. 'Wow Francis, your courts must be even busier than ours'.


