De voordelen van armoede
Deze keer ging het om de centrale database met biometrische gegevens (o.a. vingerafdrukken) die wordt gebouwd ten behoeve van het nieuwe paspoort. De ultieme droom van iedere ambtenaar en politicus, omdat hij daarmee gegevens krijgt van iedere Nederlander. Vooralsnog is het gebruik van die gegevens omgeven met strenge waarborgen, maar ach, over een paar jaar zijn we die vergeten en kan de overheid de informatie in de database naar eigen inzicht inzetten, zo waarschuwen de privacy-adepten.
Big brother komt er niet aan, maar is er al!
De discussie over dit vraagstuk roept bij mij de vraag op of er een verband is tussen toenemende welvaart en verminderde privacy. Dat hoe rijker we worden als samenleving, des te meer onze privacy gevaar loopt? Eens kijken hoe het verband tot stand komt: Naarmate we rijker worden, is er meer geld beschikbaar voor nieuwe technieken. De opkomst van ICT (en internet) is mogelijk omdat we technologisch steeds vernuftiger worden èn omdat de welvaart steeds meer toeneemt.
Omgekeerd: in de middeleeuwen waren er geen ICT-toepassingen omdat het technisch denken nog niet zo ver was èn omdat er minder geld beschikbaar was om die technologische ontwikkeling mogelijk te maken (zowel het bedenken als het realiseren van die technieken).
Dat leidt naar de tweede stap: omdat de welvaart is toegenomen, is de techniek beter geworden. Tegelijkertijd worden burgers in een welvarend land beter opgeleid, mondiger en veeleisender. Ze veranderen van onderdanige burgers in veeleisende consumenten, die goed en snel willen worden bediend. Private partijen hanteren de nieuwe technieken om hun dienstverlening aan de burger/consument te verbeteren. De burger raakt gewend aan dit soort dienstverlening (online shoppen, telebankieren) en vindt dat de overheidsorganisaties niet achter mogen blijven.
De overheid, die democratisch tot stand komt, wil natuurlijk zo veel mogelijk aan de wensen van haar bevolking tegemoet komen en gaat die in de markt in gebruik zijnde technieken ook toepassen. Bijvoorbeeld door website-applicaties te bouwen (bestel het uitreksel uit de GBA online!) en door het opslaan van informatie in databases.
En dan komt het dilemma van de privacy om de hoek kijken. De overheid bouwt en gebruikt databases en IT-netwerken applicaties die de dienstverlening groter maken. Maar die vormen tegelijkertijd een veel groter gevaar dan voorheen om de privacy van de burger te schenden omdat die gegevens in die systemen ook makkelijk gebruikt kunnen worden voor ander doelen.
De ouderwetse kaartenbak (waar ambtenaren in arme tijden mee werkten) was voorheen op zich al een goede bescherming van de privacy, omdat het fysiek onmogelijk was heel veel mensen er toegang toe te geven, of een koppeling te maken met andere kaartenbakken.
En zo zaagt de toenemende welvaart aan de poten van onze privacy. Armoede heeft ook voordelen.
Paul Lensink


