of 59232 LinkedIn

Gezondheidsnormen in Omgevingswet: welk probleem lost dat op?

Gert-Jan van de Bovenkamp 2 reacties

Begin dit jaar pleitte de GGD in Binnenlands Bestuur voor nomen over gezondheid in de nieuwe Omgevingswet. Onlangs sloot het RIVM zich hierbij aan, met een methode om verschillende milieugezond-heidsrisico’s onder één noemer te brengen. Toen ik het las vroeg ik me af: wat is hier nu precies het maatschappelijk probleem’?

In mijn visie staat ‘kennis’ ten dienste van de oplossing van maatschappelijke problemen, o.a. door wettelijke taken gewoon goed uit te voeren. Maar wetgeving/norm/methode als metafoor voor de ‘mythe van beheersbaarheid’, mag nooit belangrijker worden dan de unieke behoeften van de feitelijke eigenaren van een stad: bewoners, bedrijven, instellingen etc.(hierna: ‘belang-hebbenden’).

 

In termen van ‘Verdraaide organisaties’: de denkrichting omdraaien en onze blik richten van binnen naar buiten. Niet richten op het ‘afkrijgen’ van de ‘systeemwereld’, maar juist op ‘belanghebbenden’.

 

Welk maatschappelijk probleem wordt met een (nieuwe) wet, norm of methode opgelost? De beruchte omkering van doel en middel dreigt. Staan in de artikelen niet vooral een aantal veronderstelde problemen die opgelost moeten worden? Zoals te weinig aandacht voor gezondheidsrisico’s, bouwplannen niet kunnen tegenhouden, moeilijk een afweging kunnen maken tussen uiteenlopende belangen en beleidsalternatieven kunnen vergelijken, wegen en prioriteren.

 

Deze ‘problemen’ worden naar mijn mening niet door (opname in) een wet, norm of methode opgelost. Het milieubelang in brede zin, waaronder direct of indirect allerlei gezondheidsrisico’s, kan bijvoorbeeld via een MER al op een systematische wijze vroegtijdig in de planvorming worden betrokken.  En met een multicriteria-analyse kan je tussen diverse discrete alternatieven een rationele keuze maken op basis van meer dan één onderscheidingscriterium.

 

Perceptie van gezondheidsrisico’s heeft tot gevolg dat de overheid niet alleen verantwoordelijk wordt voor de aantoonbare mate van gezondheid, maar ook voor de mate waarin ‘belanghebbenden’ zich gezond voelen. Een moeilijk te realiseren opgave.

 

Dus er is voldoende wetgeving, normering en methoden. De mythe van ‘beheersbaarheid’ en genoemde ‘omkering’ liggen op de loer. Ik ben nu juist benieuwd wat er gebeurd wij als politicus, bestuurder, ambtenaar niet meer, maar juist minder gaan doen (binnen kaders en randvoorwaarden). In beleidstermen: de maatschappelijke opgave wordt teruggeven aan de samenleving. De ‘belanghebbenden’ weten vaak niet alleen wat er beter kan in hun stad of buurt, maar zien ook vaak kansen om dit te realiseren: aansluiten op de energieke samenleving, de gemeente als vliegwiel om initiatieven kracht bij te zetten.

 

Voorwaarde is dan wel dat de overheid de goede vraag voorlegt, de dialoog faciliteert, (financierings)kracht van de samenleving benut, ruimte geeft om te acteren, op innovatie stuurt en dat beloont en zorgt dat nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan.

 

Door de pijl van binnen naar buiten te richten, verandert veel. Wetgeving, norm of methode wordt weer middel, geen doel. Communiceren krijgt aandacht in plaats van persvoorlichter, afdeling communicatie of communicatiebeleid. Niet ‘plan-do-check-act, zonder ‘belanghebbende’, maar focus op het vergroten van de vaardigheid ‘act-reflect-act-reflect’ in bijzijn van de ‘belanghebbenden’. De leercultuur krijgt meer aandacht dan POP/PWC-gesprekken of audits, een open relatie met feedback is belangrijker dan de beoordelingsgesprekken etc.

 

Er is wel een keerzijde aan deze vorm ‘participatiesamenleving’ zoals het sinds de Troonrede heet. In de woorden van cultuurhistoricus Herman Pleij: “Wij zijn goed in verbeelding en in plannen maken, maar slecht in het uitvoeren….Wij zijn van de ideeën. Exploiteren en beheren is ons zwakke punt. Dat is verontrustend.”

 

Veel wordt anders en dat zou best eens leuk kunnen worden. Het is een traag proces, waar je morgen mee kunt beginnen, ongeacht je positie in je organisatie. Al helpt het als je bestuurder bent. Niet vanaf morgen alles afbreken wat er is opgebouwd, maar een proces van ‘laden en gummen’ te starten vanuit het gezond boerenverstand.

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door lokale gemeenteboy op
Je zegt hetzelf ook: het instrument MER werkt wat jou betreft niet goed. ....Dus dan maar terug naar de oude normbenadering? Ik denk van niet.

Heb je de afgelopen jaren dan niet gemerkt dat juist de normatieve benadering niet werkt? Dit is een van de redenen voor de nieuwe omgevingswet, met o.a. meer bestuurlijke afwegingsruimte.

Het gaat juist niet om een discussie over wetgeving/-normen/methoden, is de strekking van mijn artikel, dat lost geen enkel probleem op.

De centrale vraag bij een verandering van tijdgeest is of onze aannames en oplossingen rondom vooruitgang nog kloppen. We lossen niets fundamenteels op door te blijven investeren in efficiency en we consumeren ons de crisis niet uit. Teveel investeren we in de
oude wereld terwijl deze eindig is. Clay Shirky verwoordde dit mooi: ‘Institutions will try to preserve the problems to which they are the solution’.

De grootste uitdaging binnen innovatie in een verandering van tijdgeest is om je geconditioneerde blik vanuit het verleden te doorbreken. Hoe kunnen we immers vooruitgang creëren als we blijven uitgaan van onze oude aannames van vooruitgang, organisatie,
communicatie en rol van de overheid?

Door vastgoedmeisje op
Sorry de MER?
De MER ja, het nationale instrument om bezwaren in een vergeetput te werpen en vast te stellen dat een plan weliswaar zeer ongezond is maar dat de gemeenteraad het toch maar gewoon goedkeurt omdat het zo belangrijk voor de bevolking dat er sociale woningbouw wordt gepleegd pal naast de omgeving van tunnelmond x en er basisscholen worden gebouwd langs de afrit van de snelweg.
Wat we hiermee opschieten is dat gezondheidsnormen zoals luchtkwaliteit eindelijk uit de linksehobbyhoek komen en serieus genomen worden.