Volg ons op: , 48582 LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Adverteren BB Magazine

Coffeeshops met succes geweerd

Ondanks alle kritiek lijkt het afstandscriterium tussen coffeeshops en scholen ingeburgerd. Het aantal shops daalt gestaag.
Ondanks alle kritiek lijkt het afstandscriterium tussen coffeeshops en scholen ingeburgerd. Het aantal shops daalt gestaag.

De afgelopen maanden heeft de Raad van State een tiental gevallen uit Rotterdam op het bureau gehad waarbij een coffeeshophouder probeerde sluiting op grond van het afstandscriterium ongedaan te maken. In alle gevallen steunde de hoogste bestuursrechter het stadsbestuur in de gekozen lijn.

 

Den Haag, dat sinds 1997 het afstandscriterium hanteert, heeft daarmee het aantal coffeeshops weten te halveren, tot veertig stuks. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt 80 procent van de gemeenten die een coffeeshop binnen hun grenzen hebben inmiddels met een afstandsnorm van 250 meter of meer.

 

De overige gemeenten houden een kortere afstand aan, of zoeken hun heil in ‘overige drempelverlagende maatregelen’, zoals beperkte openingstijden. ‘De shop gaat bijvoorbeeld pas open een uur nadat de nabijgelegen school de deuren heeft gesloten’, legt VNG-woordvoerster Liane ter Maat uit.

 

Het nieuwe kabinet wil het afstandscriterium verruimen tot 350 meter, en de alternatieve route van andere beperkende maatregelen afsnijden. De VNG is daar op tegen. ‘Het afstandscriterium is niet zaligmakend. Die andere drempelverlagende maatregelen kunnen veel meer effect hebben dan alleen een afstandscriterium’, aldus Ter Maat.

 

De Rotterdamse advocaat Jos Herrewijnen stond met zijn kantoorgenoten diverse coffeeshophouders bij die naar de Raad van State stapten. Ook in de laatste drie zaken waarin de Raad vorige week uitspraak deed was hij de raadsman. Volgens Herrewijnen wordt het afstandscriterium ingezet als middel tot ‘willekeurige sanering’ van het aantal coffeeshops in een bepaalde gemeente. ‘Vooraf wordt dan bedacht: hoeveel coffeeshops willen we laten verdwijnen? Daar wordt dan een criterium bij gezocht’.

 

Herrewijnen: ‘Ons standpunt in de rechtzaken is steeds dat het afstandscriterium niets toevoegt aan de bestaande criteria, die onder meer de verkoop aan jeugdigen verbieden. Er is géén verband aangetoond tussen de locatie van een coffeeshop of school en het gebruik van softdrugs. Er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor dit beleid. Het is allemaal puur arbitrair. Kijk alleen maar naar de verschillende criteria die her en der worden aangehouden. De ene gemeente gaat uit van 500 meter, de andere van 250 meter, en nu wil het kabinet weer naar 350 meter’.

 

Niettemin is volgens Herrewijnen, op grond van de diverse Raad van State-zaken, de conclusie onontkoombaar dat het afstandscriterium ‘haalbaar’ is. ‘Maar het moet wel zorgvuldig worden toegepast en dat is ons inziens niet altijd het geval. We oriënteren ons daarom op de mogelijkheden om naar het Europese Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te stappen. Het einde van deze strijd is nog niet in zicht’.

 

De sociologe Nicole Maalsté is verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Ze doet al twintig jaar onderzoek naar cannabisbeleid in Nederland en is - door het kantoor van advocaat Herrewijnen - in diverse rechtzaken gevraagd als getuige-deskundige.

 

‘Het afstandscriterium is symboolbeleid, het zal geen enkel effect hebben’, zegt ze stellig. ‘Het idee erachter is dat jongeren minder worden gestimuleerd om te blowen als ze minder in aanraking komen met softdrugs. Maar jongeren komen sowieso de coffeeshop niet binnen. Uit onderzoek blijkt dat ze hun drugs vooral halen op illegale adresjes, bij straatdealers of scooterdealers. Of ze laten anderen het spul voor hen kopen. Coffeeshophouders blijken héél erg goed op te passen dat er geen minderjarigen binnen komen, want het kan sluiting van hun zaak betekenen’.

 

Ze verwijst naar eigen onderzoek, gedaan in het kader van haar verhoor als getuige-deskundige, waaruit blijkt dat het cannabisgebruik in sommige Rotterdamse wijken zonder coffeeshops hoger is dan in wijken mét shops. (zie kader). ‘Er is géén relatie tussen het aantal minderjarige blowers en het aantal coffeeshops’, aldus Maalsté. ‘Als er een coffeeshop bij een minderjarige in de buurt is, heeft dat niet tot gevolg dat de kans dat hij gaat blowen groter wordt’.

 

Ook Maalsté heeft de indruk dat het afstandscriterium vooral wordt gebruikt als handvat voor gemeenten die toch al willen snoeien in het aantal coffeeshops. ‘Het lastige is dan wel dat je niet kunt kiezen welke shops er verdwijnen. Daar kunnen ook hele goede tussen zitten’.

 

 

Utrecht

 

Utrecht hanteert een afstand van 250 meter voor nieuwe shops en bij overnames van bestaande shops. Daarbij wordt gekeken naar de afstand tot scholen (lager en voortgezet onderwijs) en tot jongerencentra, buurthuizen, andere shops of verslavingsinstellingen. Ook mogen er geen coffeeshops komen in straten met louter een woonbestemming. Het beleid is nog niet aangevochten bij de rechter of de Raad van State. De Domstad telt momenteel vijftien coffeeshops.

 

Den Haag

 

Den Haag was landelijk voorloper op het gebied van afstandscriteria. Van 1997 tot 2009 hanteerde de stad een afstandscriterium van 500 meter, geldend voor scholen in het voortgezet onderwijs. Voor lagere scholen geldt dat de coffeeshop niet zichtbaar mag zijn vanuit de school. In 2009 ging Den Haag over op de norm van 250 meter die Binnenlandse Zaken vanaf dat moment aanbeval. Tussen 1997 en nu daalde het aantal coffeeshops van 87 naar 40.

 

Rotterdam

 

Rotterdam sluit net als Den Haag bestaande coffeeshops op basis van het afstandscriterium, in dit geval 250 meter. In één geval is een shop zelfs gesloten nadat de betreffende school al was verdwenen. ‘En zelfs als er een school wordt gevestigd nabij een bestaande coffeeshop, dan kan die shop worden gesloten’, stelt de gemeentelijk woordvoerder. Het Rotterdamse beleid is een keer of tien aangevochten tot bij de Raad van State, tot dusverre zonder resultaat. Van de 61 coffeeshops zijn er nog 44 over.

 

Amsterdam

 

Amsterdam werkt niet met een afstandscriterium. ‘Betere voorlichting aan jongeren, strakker handhaven op de overige voorwaarden waaraan een coffeeshop moet voldoen en dergelijke. Die weg kiezen wij’, legt gemeentelijk woordvoerster Iris Reshef uit.

Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures