Het Apeldoorn syndroom: besturen voorbij het incident
Vorige week was Nijmegen heel even het centrum van Nederland. Op een zonovergoten zondag herdacht Nijmegen samen met de laatste veteranen de bevrijding 65 jaar geleden.
Het was in vele opzichten een prachtige dag. Voor het eerst werd de geschiedenis van Market Garden ook in verband gebracht met Nijmegen. De bevrijding die Nijmegen wel vrijheid bracht, maar ook een plek midden in de forntlinie bezorgde. Negen maanden lang was Nijmegen het toneel van bommen en granaten.
Het verhaal werd verteld door de mensen die er 65 jaar geleden ook waren. Het verhaal werd aanhoord door vele duizenden mensen. Applaudiserend voor de mensen die hun leven hadden gewaagd voor onze vrijheid. Kijken naar de voertuigen die hen daarbij hadden ondersteund. Maar misschien ook wel benieuwd naar alle hoogwaardigheidsbekeders die naar de Waalstad waren getrokken.
De ene hoge gast volgde na de andere. Van Lord Carrington, die als jonge soldaat in zijn tank aan de voet van de Waal had gestaan, tot generaal Petrias tot aan onze eigen Koningin. Al die aandacht was natuurlijk prachtig. Maar zorgde ook voor veel onrust. Alle registers werden opengetrokken om de veiligheid van de hoogwaardigheidsbekleders te kunnen garanderen. Veiligheidsfunctionarissen kwamen dagen voor de viering alles in controleren. Tot aan de toiletten die bestemd waren voor de dames en heren.
Niets werd aan het toeval overgelaten. Op de dag zelf natuurlijk al helemaal niet. Overal waar je keek zag je politie. De stad was afgezet. En op de belangrijke plekken waren grote betonblokken neergezet. Als je naar de reden vroeg, was er één woord dat voortdurend terugkwam: Apeldoorn.
Want tja, Apeldoorn. Natuurlijk Apeldoorn. Een vreselijke gebeurtenis. Te erg voor woorden wat er toen gebeurd is. En dat mocht in Nijmegen niet gebeuren. Nee natuurlijk niet. En dus deden we alles wat gevraagd werd. En kon aan het einde van de dag opgelucht worden geconstateerd dat Apeldoorn zich gelukkig niet herhaald had.
Dat Apeldoorn geen Nijmegen was geworden, was heel fijn. Maar waren daarmee al die maatregelen die we sinds Apeldoorn verzinnen ook echt allemaal nodig. Er was toch ook een tijd voor Apeldoorn? Een tijd waarin we dit toch ook niet allemaal niet deden. En toen ging het toch ook goed? Apeldoorn was toch niet de regel, maar een vreselijke uitzondering op die regel? Apeldoorn was toch het dramatische incident. En Apeldoorn moet daarmee toch niet tot de nieuwe norm worden verheven? Een norm die we voortaan als uitgangspunt voor ons bestuurlijk handelen moeten nemen.
Natuurlijk niet. Maar toch staat Apeldoorn niet op zichzelf. Op teveel plekken is er sprake van een bestuurlijk Apeldoorn-syndroom. Maken we van het incident ineens de standaard. En bedenken we maatregelen om dat incident nooit meer te laten voorvallen. Komen we met nieuwe regels. Nieuwe controles. Nieuwe veiligheidsregimes. Nieuwe beheersmaatregelen. Allemaal met de beste bedoelingen. En niemand die er vragen over durft te stellen. .
Toch zou het goed zijn als er een keer iemand op stond. En wel die vraag zou stellen. En durft aan te geven dat we ons toch gek niet moeten laten maken door dat ene incident. Maar niemand die dat doet. En al helemaal geen bestuurder. Want stel je voor dat dat incident zich wel nog een keer voordoet!
Dan hang je als bestuurder natuurlijk. En dat willen we niet. Dus gaan we allemaal mee in het Apeldoorn-syndroom. Of we nu willen of niet. En plaatsen we bij ieder bezoek van de koningin voortaan standaard betonblokken op iedere kruising. Normaal? Of een gevolg van een bestuurlijk syndroom. Een syndroom dat we maar beter actief kunnen bestrijden voordat we in een situatie terecht komen dat we bij een volgend bezoek van de koningin een gebiedsverbod voor zwarte auto's afkondigen!