De schijnbare economische ‘systeemfout’?
Blokkeert de placebo genaamd ‘economische groei’ de noodzakelijke paradigma doorbraak richting werkelijk duurzaam economisch denken en handelen?
Recent beschreef duurzaamheid goeroe en columnist Ruud Koornstra in de Financiële Telegraaf de ‘systeemfout’ van het vrijemarktkapitalisme. In een nogal ‘geladen’ betoog wordt de Westerse wereld getypeerd als ’s werelds grootste producent van zowel ecologisch als sociaal afval. Hij betoogt verder dat de samenhang tussen beide afvalverschijnselen bestaat uit ‘de systeemfout van verspilling’ die diepgeworteld is in ons industriële denken. Hij stelt vervolgens dat het bedrijfsleven inefficiënt is en het gehele maatschappelijk bestel als ineffectief, bureaucratisch en asociaal. De Westerse wereld genereert niet slechts afval, maar is bovendien in verval. Met een drietal voorbeelden over procedurele misstanden, misplaatste financiële interventies en domme regeltjes illustreert hij de uitdijende kostenplaatjes en het sociaal verval. Het is slechts weinigen gegeven in circa 400 woorden de gehele wereldproblematiek te vangen. Ook hier blijkt voor het verwezenlijken van een betere wereld slechts één remedie te bestaan: het magische toverwoord ‘duurzaamheid’.
De suggestie wordt gewekt alsof het Westerse vrijemarktkapitalisme het alleenrecht heeft op ecologische en sociale vervuiling en verspilling. Niet alleen de Westerse (Angelsaksische en Rijnlandse), maar nagenoeg alle maatschappelijke (economische en sociale) structuren zijn gebaseerd op groei en verspilling. Groei wordt nog steeds door alle politieke en maatschappelijke stromingen gepredikt als het enig zaligmakende medicijn voor de huidige crisis. Groei is geen fictie, noch een hersenschim maar een gepersonificeerde prooi waar met alle middelen jacht op moet worden gemaakt. Groei heeft niet alleen een positieve klank maar wordt zelfs verheerlijkt. De andere kant van de groei medaille is winst. Winst is het noodzakelijke bijproduct van groei. Een beetje winst kan nog, maar als de winst (veel) toeneemt lijkt er stront aan de knikker? Toch streven we naar meer, meer, veel meer, meer krijgen en meer hebben. Wanneer (meer) winst het streven is, dan is groei kennelijk noodzakelijk. Maar, zijn groei en winst noodzakelijk? Is het mogelijk zonder groei en winst toch een positief bedrijfsresultaat te behalen? Kan dat? In dat geval krijgen naast de gangbare economische begrippen efficiency en effectiviteit, begrippen als duurzaamheid en rendement betekenis. Duurzame groei staat dan voor langdurig, stabiel en betrouwbaar. Rendement is niet slechts het effect, de opbrengst of het resultaat, maar ‘wat je ervoor terugkrijgt’; noem het de tegenprestatie van de duurzame investering.
Groei is iets anders dan verspilling, noch bestaat er een omgekeerd evenredig causaal verband tussen beide begrippen. Er is dan ook geen sprake van een ‘systeemfout’ zoals Koornstra suggereert maar van een ‘denkfout’. Willen we overleven dan kunnen we niet door blijven gaan met het systematisch voor blijven schrijven van de ‘groei placebo’ van gisteren. Daarmee laat de ecologische en sociale crisis zich niet overwinnen. Ongebreidelde, onbeheerste en buiten proportionele groei maakt zowel het beste als het slechtste in mensen los. Genoeg is niet langer voldoende maar transformeerde geleidelijk in graaien. Wanneer die systeemfout geëlimineerd moet worden begint dat met het bijstellen van onze percepties op groei, graaien en duurzaamheid. Dit beperkt zich niet tot opstellen van nieuwe ethische regels. Het gaat hier om gezond sociaal economisch verstand en het besef dat we de ecologische, sociale en economische grenzen niet alleen hebben benaderd, maar al lang overschreden. Als dit besef werkelijk doordringt dan zullen we de traditionele maatschappelijke systemen, structuren en blokkerende paradigma’s moeten doorbreken om duurzaam te kunnen ‘winnen’.