Zo kan het ook: effectieve hulp aan multiprobleemgezinnen
Ik kan iedereen aanraden om kennis te nemen van het boekje en de documentaire. Het bewijst opnieuw dat de inzet van gezinsmanagers waarover ik in eerdere weblogs uitvoering schreef de oplossing zijn voor het bieden van effectieve hulp aan multiprobleem gezinnen.
Minister Rouvoet was er bij en startte zijn toespraak met de nodige humor. Nadat dagvoorzitter Karel van de Graaf zijn grote dankbaarheid had uitgesproken dat de Minister in drukke tijden tijd in zijn agenda vrij had gemaakt om er bij te zijn reageerde de Minister alert met de opmerking "Geen dank, ik ben al lang blij dat tenminste iemand met mij in debat wil over mijn visie op de jeugdzorg".
In zijn speech bracht de Minister een belangrijke nuancering aan op zijn net uitgebrachte visie. Hij gaf aan het standpunt van de MO-groep in haar visie document "Naar een integrale jeugdzorg" te delen als het gaat om de rol die de Bureaus Jeugdzorg moeten vervullen met betrekking tot de aanpak van multiprobleem gezinnen. Volgens de minister moeten BJZ's multiprobleemgezinnen kunnen begeleiden in zowel het vrijwillige als gedwongen kader. Dus ook voor die gezinnen waarbij de dreiging van een juridische maatregel noodzakelijk is om hulpverlening succesvol te laten zijn. Dit is volgens de minister essentieel met het oog op de continuïteit in zorg en kennis die men heeft van het gezin. Als het gaat om multiprobleem gezinnen moeten volgens de minister vrijwillige en gedwongen hulpverlening bij elkaar worden gehouden om snel over en weer te kunnen schakelen tussen vrijwillige en gedwongen zorg.
Ook al gaat het om een politiek irrelevante visie van een demissionair kabinet, toch is het goed dat de minister deze aanvullende helderheid heeft verschaft. Het uit elkaar halen van vrijwillige en gedwongen aanpak zou immers leiden tot overbelasting van de Centra voor Jeugd en Gezin, het verdwijnen van de laagdrempeligheid van de CJG's en uiteindelijk ook tot een toename van het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen. Allemaal zaken die contrair zijn aan het beoogde doel in een duurzaam jeugdzorgstelsel.
Tijdens de discussie met de zaal bleek dat de minister niet van plan was zijn standpunt ten aanzien van het laten voortbestaan van afzonderlijke financiering van de jeugdGGZ (via zorgverzekering) te wijzigen, ondanks het feit dat hij het perverse effect van afzonderlijke financiering (het ontmoedigt de samenwerking die nu juist bij multiprobleem gezinnen zo hard nodig is) volmondig erkent. Die slag moet dan maar geslagen worden door het nieuwe kabinet die hopelijk de kronkelredenering die Rouvoet gebruikte doorziet. Volgens Rouvoet is integrale overheveling van de JGGZ naar een brede doeltuitkering jeugdzorg niet verstandig omdat maar een relatief klein deel van de JGGZ-klantjes ook jeugdzorg klantjes zijn. De kronkel is dat dit juist mede komt omdat de JGGZ die klantjes op dit moment onvoldoende bedient. Men heeft onvoldoende aanbod voor juist de meest complexe cliënten die de JGGZ zorg het meeste nodig hebben in samenhang met andere vormen van jeugdzorg en concentreert zich op de relatief eenvoudige cliënten.
Aan een discussie over het onzalige standpunt van de Minister over de opsplitsing van het AMK werd niet meer toegekomen (zie ook mijn vorige weblog). Maar zolang een nieuw kabinet zijn ogen op de bal houdt (terugdringen van aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen) zal dat ook wel goed komen. Nu leidt het overgrote deel van de AMK meldingen immers tot directe inzet van zorg en het voorkomen van een ots of uithuisplaatsing. En dat kan omdat het AMK onderdeel uitmaakt van het Bureau Jeugdzorg. Opsplitsing van de huidige AMK taken naar een meldpunt (fusie met meldpunt huiselijk geweld) en een onderzoeksfunctie (fusie met Raad voor de Kinderbescherming) betekent dat de routing over meer schijven gaat, het langer duurt voordat zorg wordt ingezet en de kans op onnodige escalatie toeneemt. En dan zal de Raad voor de Kinderbescherming in haar onderzoek al snel moeten concluderen dat een OTS of UHP de enige optie is. En daar ziet niemand op te wachten. Zeker de gezinsmanagers van het Bureau Jeugdzorg niet die in de praktijk bewijzen dat een aanpak van "gedwongen vrijwilligheid" de beste kans biedt op het voorkomen van een OTS of UHP danwel het zo kort mogelijk laten duren van een OTS of UHP.