Werken met onmogelijke dilemma's
Iedereen met een beetje gezond verstand weet dat het bieden van 100% garantie op veiligheid een illusie is. Maar elke keer dat het fout gaat is niet alleen afschuwelijk voor de nabestaanden maar ook schokkend en pijnlijk voor de betrokken jeugdzorg werkers. De verschrikkelijke gebeurtenis maakt nog weer eens helder hoe ongelooflijk moeilijk het werk in de jeugdzorg is.
Dat begint al bij de afweging om via de Raad voor de Kinderbescherming wel of niet een machtiging uithuisplaatsing bij de Rechter aan te vragen. Anders dan de beeldvorming ons wil doen geloven wordt er alles aan gedaan om zo'n uithuisplaatsing te voorkomen. Uit de cijfers blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld in de stadsregio Amsterdam slechts 10% van de kinderen die in zorg zijn bij mijn Bureau Jeugdzorg uit huis zijn geplaatst. Simpelweg omdat een uithuisplaatsing, hoe slecht de omstandigheden ook kunnen zijn voor het kind in kwestie om thuis veilig op te groeien, een traumatische ervaring op zich is voor het kind. Het gaat dan dus letterlijk om het kiezen tussen twee kwaden. Er wordt dus alleen gekozen voor een uithuisplaatsing als het echt niet anders kan. Er wordt van alles aan gedaan om uithuisplaatsingen te voorkomen vooral door het inzetten van diverse vormen van zorg gericht op herstel van een veilige opvoed situatie. En daar wordt vaak zeer ver in gegaan. Bijvoorbeeld door het organiseren van intensieve (soms 24 uur per dag) ogen en oren in huis en in de buurt door familieleden en buurtbewoners in situaties waarin sprake is van risicovolle psychiatrische problematiek van ouders. Zelfs dan wordt niet automatisch gekozen voor uithuisplaatsing, maar wordt eerst gezocht naar mogelijkheden waarin er altijd iemand in de buurt is die kan ingrijpen op het moment dat de ouder in kwestie bijvoorbeeld in een psychose raakt.
Het moge duidelijk zijn dat in dit soort situaties de afweging om een kind niet uit huis te plaatsen per definitie gepaard gaan met de nodige risico's. Het kan immers, ondanks allerlei beschermende maatregelen, toch een keer fout gaan. Statistisch komt het gelukkig zelden voor (al is elk geval er één te veel), maar de kans dat het jouw als werker overkomt is aanwezig. Het makkelijkste zou natuurlijk zijn om het kind voor de eigen gemoedsrust dan maar voor alle zekerheid toch uit huis te plaatsen. Maar dat doen we dus niet en we moeten leren leven met de onzekerheid die dat met zich meebrengt.
Hetzelfde onmogelijke dilemma speelt op het moment dat wel tot uithuisplaatsing is overgegaan. Vanaf dat moment is - wederom anders dan de beeldvorming ons wil doen geloven - alles er op gericht om het kind weer zo snel als enigszins mogelijk bij de ouders terug te plaatsen. Dat gaat altijd in kleine stapjes. Van bezoek regelingen met toezicht op kantoor, via bezoekjes deels zonder toezicht op kantoor naar uiteindelijk stapje voor stapje meer bezoekjes in de thuis situatie, eerst begeleid en later onbegeleid. Ook hier is steeds weer sprake van inschattingen of een verdere stap verantwoord is die per definitie een risico met zich meebrengen.
Dit soort beslissingen worden natuurlijk niet door één medewerker van Bureau Jeugdzorg genomen. Binnen Bureau Jeugdzorg zijn meerdere professionals bij dit soort beslissingen betrokken en daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van adviezen van andere betrokken instanties zoals de zorg aanbieders. Maar het feit dat je die moeilijke beslissingen niet in je eentje hoeft te nemen maakt de dilemma's er niet makkelijker op natuurlijk.
Elke dag weer lopen medewerkers in de Jeugdzorg het risico dat ze te laat uithuisplaatsen of te snel weer terugplaatsen. En ja, ze lopen vanwege de inherente onzekerheden die met dit soort beslissingen gepaard gaan ook het omgekeerde risico, dat ze onnodig uithuisplaatsen of onnodig lang wachten met terugplaatsen. En als ze vervolgens geconfronteerd worden met de bekende "kennis achteraf" dan heb je het dus per definitie niet goed gedaan in de ogen van velen, terwijl de Engelsen toch niet voor niets spreken van de benefit of hindsight.
Als bestuursvoorzitter van een Bureau Jeugdzorg ben ik mij er ten zeerste van bewust dat we dagelijks met honderden, zo niet duizenden dossiers deze risico's lopen en dat de kans groot is dat ook mijn Bureau Jeugdzorg binnen afzienbare tijd weer met een familiedrama met dodelijke afloop geconfronteerd zal worden. Ondertussen ben ik trots op de medewerkers die desondanks bereid zijn elke dag weer dit moeilijke werk te doen, omdat ze met veel passie voor kinderen in de knel verschil willen maken. Het is moeilijk werk met onmogelijke dilemma's. Maar het is ook het mooiste werk wat er is.