Weer oplopende wachtlijsten jeugdzorg onacceptabel, maar wat nu?
Eind 2009 was het al voorspeld. Als het beroep op tweede lijns jeugdzorg vanuit het lokale veld niet wordt ingedamd dan zal het wegvallen van 7 miljoen euro incidentele wachtlijstmiddelen in de Stadsregio Amsterdam onvermijdelijk weer leiden tot oplopende wachtlijsten. Het beroep op tweede lijns jeugdzorg nam in de eerste helft van 2010 toe en inmiddels is de wachtlijst voor kinderen die langer dan negen weken wachten op jeugdzorg toegenomen tot ruim circa 200. Dan gaat het om de zogenaamde "netto wachtlijst" waarbij kinderen die tijdelijke overbruggingszorg ontvangen niet worden meegeteld. Als wordt uitgegaan van de strengere definitie van de "bruto wachtlijst" (kinderen die wachten op de zorg die ze eigenlijk nodig hebben) is de wachtlijst al weer opgelopen tot in de buurt van de 500. Alles wijst er op dat als er verder niets gebeurd de wachtlijst aan het einde van dit jaar wel eens kan zijn opgelopen tot de 1000.
Het is niet verbazingwekkend dat deze problematiek zich het eerste manifesteert in een Stadsregio die immers niet beschikt over eigen belastingmiddelen. In de jeugdzorgregio's die onder het politieke bewind van een provincie bestaan is het beeld tot nu toe nog een stuk gunstiger omdat veel provincies miljoenen extra hebben geïnvesteerd in aanvulling op het geld vanuit de Rijksoverheid. Maar zodra dat stopt zullen ook daar de wachtlijsten weer gaan oplopen als er verder niets gebeurd, dat is een kwestie van tijd.
Wachtlijsten zijn abstracte fenomenen, maar de gevolgen grijpen diep in in situaties van kwetsbare kinderen. Ik illustreer dat aan de hand van een aantal concrete voorbeelden. Geen uitzonderingen maar representatieve voorbeelden.
1. Jimmy is 2 jaar en gediagnositiseerd met een ernstige ontwikkelingsachterstand inclusief forse gezinsproblematiek. Er is een urgente noodzaak tot dagbehandeling van het MOC-Kabouterhuis. De wachttijd bedraagt 1 jaar. Een jaar wachten op behandeling wanneer je 2 jaar bent is een gotspe als bekend is dat juist op jonge leeftijd heel veel goed werk kan worden gedaan. Het is bijna zeker dat tegen de tijd dat er plek is bij het MOC Joey er veel ernstiger aan toe zal zijn.
2. Gezin X staat, na gezamenlijk optrekken van onderwijs, Bureau Jeugdzorg en GGD onder de schaduw van drang en dwang, open voor intensieve ambulante zorg thuis in vrijwillig kader. De wachttijd bedraagt 7 maanden. Er zijn 5 kinderen van 12 jaar en jonger in het gezin waarbij de veiligheid van de kinderen als "op het randje" wordt getypeerd. Hun moeder is 7 maanden zwanger. De wachttijd maakt de kans op afhaken van het gezin door afname van de motivatie groot. Daarmee zal de veiligheid van de kinderen "over de rand" gaan en rest niets anders dan een ondertoezichtstelling en waarschijnlijk ook uithuisplaatsingen.
3. Twee normaal begaafde kinderen, Esther en Pieter, van 6 en 8 worden acuut uit huis geplaatst wegens fysieke mishandeling door een verstandelijk gehandicapte moeder. De kinderen zijn zeer geïsoleerd opgevoed en hebben alleen vriendjes op school in Amsterdam. Binnen de Stadsregio is nergens plek behalve een serie noodbedden waarbij ieder kind op steeds een andere plek komt. Uiteindelijk wordt noodgedwongen gekozen voor een plaatsing buiten de Stadsregio waarbij de kinderen dus uit de eigen (schoolnetwerk) omgeving worden gehaald.
4. Peter is 16,5 jaar en is na een goede ontwikkeling binnen het programma "Beter met thuis" waarin het hem gelukt is te breken met zijn criminele vrienden, toe aan de stap naar meer zelfstandigheid. De wachttijd voor de "16+ voorziening" is 1,5 jaar. Peter is dan 18 jaar en valt dan niet meer onder de jeugdzorg. Hij moet of overbruggen op "Beter met Thuis" waardoor er 2 tot 3 andere kinderen geen BMT traject kunnen volgen of noodgedwongen terug naar zijn zeer onstabiele thuissituatie. De kans op terugval in zijn criminele gedrag is aanzienlijk.
Dit zijn slechts vier voorbeelden van de dagelijkse rauwe werkelijkheid van wachtlijsten. Vooral natuurlijk ronduit schadelijk voor de kwetsbare kinderen en gezinnen. Maar ook zeer belastend voor de medewerkers van Bureau Jeugdzorg die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van deze kinderen terwijl het ze aan de mogelijkheden ontbreekt om daar daadwerkelijk werk van te maken. Naast de mentale belasting van er alleen voor staan (zonder de hulp van de instellingen voor Jeugd en Opvoedhulp) is ook sprake van extra werkdruk waarvoor financieel niet wordt gecompenseerd. En dat gaat weer ten koste van de aandacht die kan worden gegeven aan de andere kinderen waarvoor men verantwoordelijk is.
Ik ga er van uit dat geen weldenkend mens deze situatie acceptabel acht. Dat iedereen het eens is met het streven naar een situatie waarin kinderen nooit langer op zorg hoeven te wachten dan 9 weken omdat elk kind dat wacht er één te veel is. Maar wat kunnen we doen om aan deze situatie een einde te maken? Dat is nog niet zo makkelijk in een tijd waarin het voor de zoveelste maal in een lange zich zelf herhalende geschiedenis wederom vragen om extra (incidentele) wachtlijstmiddelen de politieke handen niet op elkaar zal krijgen.
We kunnen natuurlijk hopen dat de investeringen in preventie en vroegtijdige interventie met behulp van Centra voor Jeugd en Gezin en Zorg Advies Teams er toe gaan leiden dat de druk op de tweede lijns jeugdzorg gaat afnemen. Die investeringen moeten ook zeker doorgaan, maar de realiteitszin gebied te zeggen dat dat effect niet op korte termijn zal optreden. De kans is zelfs groot dat een goed functionerend lokaal veld in eerste instantie nog tot een extra beroep op de tweede lijns jeugdzorg zal leiden. En wat doen we ondertussen met de kinderen die vandaag op de wachtlijst staan? Het accepteren van de hiervoor geïllustreerde ronduit verwoestende effecten lijkt mij geen optie.
We kunnen het probleem proberen weg te relativeren/definiëren vanuit een soort van "wachtlijstmoeheid". Deels is dat eerder al gebeurd met het hanteren van de "netto wachtlijst". Het gebeurd nu ook weer door te rommelen aan de 9 weken termijn vanuit de redenering dat het soms best verantwoord is om kinderen langer dan 9 weken op een wachtlijst te laten staan en dat het dan dus niet telt. Of dat de wachtlijst deels vervuild is omdat sommige kinderen - juist vanwege het bestaan van wachtlijsten - voor de zekerheid maar alvast worden aangemeld terwijl later blijkt dat de problematiek meevalt. Ik sluit niet uit dat de feitelijke wachtlijstproblematiek wat minder is dan nu uit de puur kwantitatieve cijfers blijkt, maar over meer dan een kleine neerwaartse correctie gaat het daarbij zeker niet. Wegrelativeren en wegdefiniëren lost het probleem dus ook niet op.
We kunnen de instellingen voor Jeugd- en Opvoedhulp vragen nog efficiënter te gaan werken. Ik sluit niet uit dat hier nog enige winst te boeken is, maar dan gaat het gegeven de in het recente verleden al meerdere malen toegepaste efficiency kortingen en het feit dat bijvoorbeeld in de Stadsregio Amsterdam de instellingen al op maximale bezettingscapaciteit draaien, over druppels op een gloeiende plaat. Daarnaast bestaat het reële gevaar dat de voortdurende efficiencydruk er toe leidt dat de ontwikkeling naar meer goedkope (kortere en lichtambulante) trajecten zo ver door slaat dat het paard achter de wagen wordt gespannen. Kinderen en gezinnen die langdurige en zwaardere vormen van zorg nodig hebben krijgen dan asprientjes terwijl ze een antibiotica kuur nodig hebben. Het moge duidelijk zijn dat dit niet leidt tot verminderd beroep op de tweede lijns jeugdzorg, eerder integendeel.
Uit de recente discussies over de toekomst het jeugdzorgstelsel is (zie ook al mijn vorige weblogs) is helder geworden dat alleen een fundamentele hervorming van het jeugdzorgsysteem een structurele oplossing kan bieden voor de wachtlijstproblematiek. Meer inzet op Eigen Kracht, preventie, vroeginterventie, minder bureaucratie, meer samenwerking gericht op integraal vraaggericht zorgaanbod, wegnemen van perverse financiële prikkels door financiële ontschotting en financieel stimuleren van samenwerking, gezinsgericht werken, realiseren van een zorgcontinuüm, één gezin, één plan, één vaste regiserende gezinsmanager, ruimte voor professionals op de werkvloer in ruil voor verantwoording op basis van (samenwerkings)resultaten, uitvoeringsgericht werken en stevig investeren in verdere professionalisering. Ik ben er van overtuigd dat deze hervormingen waar langzamerhand breed draagvlak voor aan het ontstaan is de jeugdzorg op termijn een stuk doelmatiger en daarmee ook duurzamer zullen maken. Maar die hervormingen kosten tijd en zullen de wachtlijsten van vandaag en morgen niet oplossen.
Zijn er dan wellicht nog onorthoxere oplossingen te verzinnen waarbij door slimme samenwerkingsverbanden door bestaande financieringsstromen met elkaar te combineren met hetzelfde geld meer zorg kan worden verleend? Naast meer "duofinanciering" van jeugdzorggeld met GGZ-geld kan gedacht kan worden aan meer samenwerking/duofinanciering met de thuiszorg en met de kinderopvang. Investeringen in stenen kosten veel geld, dus wellicht is er ook winst te boeken door meer samenwerking met woningbouwcorporaties. Laat die verantwoordelijk zijn voor de huisvesting waar oudere jeugdigen kunnen verdienen deze woning te blijven huren nadat de jeugdzorg haar ding heeft gedaan en de ambulante hulpverlener naar het volgende pand vertrekt. Dit vergroot ook de kans dat jongeren investeren in hun omgeving/buurt en andersom en dat vergroot weer de kans op maatschappelijke participatie. Maak van de huidige problemen op de woningmarkt een kans door op braakliggende terreinen relatief goedkope maar kwalitatief goede tijdelijke containerwijken te bouwen in combinatie met bijvoorbeeld studentenhuisvesting. Geef studenten de mogelijkheid om in ruil voor een aantrekkelijke huur een aantal uren in de week maatschappelijke dienstverlening te verrichten voor de jeugdzorgcliënten (uiteraard onder regie van professionals). Ik geloof heilig in de bijdrage die dit soort onorthodoxe oplossingen kan leveren aan de oplossing van de wachtlijstproblematiek. Natuurlijk zal het niet makkelijk zijn want de genoemde samenwerkingspartners hebben allemaal met hun eigen financiële problemen te maken, maar wellicht biedt deze samenwerking juist ook voor hun problemen een uitweg. Maar ook hier geldt, het effect zal pas na enige tijd merkbaar zijn en ondertussen en daarmee zijn de kinderen die nu op een wachtlijst staan niet geholpen.
Het feit dat fundamentele hervormingen en onorthodoxe samenwerkingsverbanden pas op termijn een bijdrage leveren aan het oplossen van de wachtlijstproblematiek is natuurlijk geen reden om er niet aan te beginnen. Ik proef in de Stadsregio Amsterdam veel draagvlak om als pilotregio op dit vlak te dienen. Onder aanvoering van portefeuillhouder jeugdzorg Lodewijk Asscher zal ongetwijfeld alles op alles gezet worden op deze beweging op gang te brengen, hopelijk met steun van de Rijksoverheid.
Maar ondertussen blijf ik als bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam nog steeds worstelen met het probleem van de wachtlijsten van vandaag. Met de vele honderden kinderen van nu die steeds meer in de knel komen omdat ze niet tijdig de juiste zorg krijgen. Moet ik dan maar zij aan zij met de kinderen als hun belangenbehartiger de zorg via de rechter gaan afdwingen met massale rechtszaken waarin we ons beroepen op de rechten voor het kind? Het zal me door de politiek en mijn samenwerkingspartners niet in dank worden afgenomen. Moet ik Defense for Children dan maar vragen om deze taak op zich te nemen? Dat is toch eigenlijk een zwaktebod voor een Bureau Jeugdzorg dat zelf als missie heeft om kinderen blijvend op de veiligheidsnorm te houden. Moet ik de politiek dan maar voor de korte termijn harde keuzes voorleggen zoals bijvoorbeeld alles op de jonge kinderen zetten en de 16plussers maar aan hun lot over laten? Ik krijg er pijn in mijn buik van.
Hoe erg ik er ook de pest aan heb en hoezeer ik er ook van overtuigd ben dat een tekort aan geld niet het echte probleem is van de jeugdzorg, voor de korte termijn zie ik geen andere oplossing dan pleiten voor een extra investeringsimpuls. Niet te besteden op de traditionele manier van incidentele extra wachtlijstgelden want dat leidt niet tot structurele oplossingen. Alleen te besteden aan zorgtrajecten die al voldoen aan de geest van de hiervoor genoemde fundamentele hervormingen zodat ze ook direct een bijdrage leveren aan het duurzaam verminderen van de onhoudbare druk op te dure jeugdzorg. Als het kan in de vorm van een maatschappelijke businesscase waarin alle betrokken samenwerkingspartners zich ook commiteren aan het leveren van een bijdrage aan het realiseren van inverdieneffecten. Dat kan de politiek wellicht overtuigen om toch met investeringen over de brug te komen, al zal dat niet makkelijk zijn, want rekening houden met inverdieneffecten betekent nu éénmaal ook het lopen van financiële risico's in latere jaren. Onderling vertrouwen is dan cruciaal en wat daarbij wellicht kan helpen is dat de samenwerkende uitvoeringsorganisaties de politieke financiers uitnodigen om bijvoorbeeld een externe partij (maar het mogen ook beleidsambtenaren zijn) intensief te laten meekijken in de eigen (samenwerkende) keukens zodat periodiek onafhankelijk kan worden vastgesteld dat de uitvoeringsorganisaties inderdaad het maximale doen.
Iets anders kan ik op dit moment niet verzinnen. Ik geef ronduit toe dat ik met mijn handen in het haar zit omdat ik de politiek niet zo snel over de brug zie komen met een investeringsimpuls. Ik daag iedereen uit om gaten te schieten in mijn verhaal en om met andere oplossingen te komen. We kunnen alle hulp gebruiken. Maar wel snel graag. Want op dit moment is sprake van honderden zeer kwetsbare kinderen waarbij de toch al problematische situatie verder verergert simpelweg omdat ze NU op een wachtlijst staan. En als we niets doen zal die wachtlijst de komende tijd nog aanzienlijk verder toenemen met alle dramatische gevolgen van dien.