Wachtlijst ellende in beeld, deel 3 tot slot
"Tot slot" is eigenlijk een misleidende afsluiting. De voorbeelden van wachtlijst ellende die ik in een korte serie weblogs heb gegeven zijn immers "slechts" representatief voor de honderden kinderen die alleen al in de Stadsregio Amsterdam op de wachtlijst staan. Nu dus de laatste weblog in deze serie. Maar besef dus "this is not the end".
G is 16 jaar. Hij gaat al een jaar of drie niet meer naar school. Hij heeft eigenlijk nooit de overstap van basisschool naar middelbare school gemaakt. Hij was onvindbaar voor de hulpverlening. Zijn woonadres was onbekend, ook voor de leerplichtambtenaar. G scoort slecht op alle leefgebieden. Er is geen veiligheid, geen structuur, geen inkomen, enzovoort. Op een gegeven moment ontstaat er tenminste contact met G die overigens niets wil weten van hulpverlening. Er is een ondertoezichtsstelling in combinatie met een uithuisplaatsing uitgesproken. De wachtlijst voor het kamertrainingscentrum (leren zelfstandig te wonen) is ruim een half jaar. Er wordt geen overbruggingshulp aangeboden anders dan ambulante gesprekken eens per 14 dagen. Inschrijven op school lukt niet omdat de school allerlei eisen stelt waar G op dit moment niet aan kan voldoen. Nu er dus eindelijk contact is kan de hulpverlening vanwege wachtlijsten niets bieden en verliest G alle vertrouwen in de hulpverlening die hij toch al nauwelijks had. Motiveren voor vrijwillige hulpverlening wordt zo steeds meer onmogelijk.
H is 13 jaar en uit huis geplaatst in een instelling voor jeugdpsychiatrie sinds eind 2009. De kinderrechter en de instelling hebben aangegeven dat H zo snel mogelijk in een pleeggezin moet worden geplaatst omdat een langdurig verblijf in een residentiële setting niet goed is voor haar verdere ontwikkeling. Het is voor H heel nadelig om op een leefgroep te blijven wonen waardoor haar persoonlijke ontwikkeling met name als het gaat om haar emotionele toegankelijkheid stevig te lijden heeft. Omdat het zo lang duurt voordat een geschikt pleeggezin is gevonden is er bij H een veel weerstand en wantrouwen ontstaan richting hulpverleners.
I is 17 jaar en komt uit een onrustige opvoedsituatie, veelvuldig verhuisd en getuige geweest van huiselijk geweld jegens zijn manisch depressieve moeder door meerdere ex-partners. I ontwikkelt zich positief en is eindelijk tot aan het werken naar zelfstandigheid. Hij wordt aangemeld voor een kamertrainingstraject. Omdat hij langer dan 10 maanden moest wachten op een plek escaleerde de woonsituatie waar hij tijdelijk verbleef. I vertrok uit het gezin, was niet meer gemotiveerd en liet de boel de boel.
J is 13 jaar en heeft een trieste voorgeschiedenis en veel gedragsproblemen. J is vanwege psychiatrische problemen en suïcide neigingen op een spoedplek opgenomen binnen de psychiatrie. Bedoeling was hier kort te blijven. Helaas moest J uiteindelijk 4 maanden op deze crisisplek blijven omdat er geen geschikte vervolgplek te vinden was. Dit lange verblijf was zeer nadelig voor J. Zijn gedrag verslechterde en hij dreigde met messen omdat de onduidelijkheid over zijn perspectief hem stress en onrust gaf. J is uiteindelijk doorgeplaatst naar een internaat, maar het is de vraag of dit de juiste plek voor hem is. De zorg is dat hij mogelijk zou kunnen verharden. Helaas was alleen deze plek beschikbaar. Wenselijk zou zijn geweest een orthopsychiatrische stabiele groep, maar helaas was daar pas plek in het voorjaar van 2011.
En zo kan ik dus nog wel een tijdje doorgaan, maar dat doe ik maar even niet. Vermenigvuldig de voorbeelden die ik heb gegeven in uw hoofd met 100 en u heeft een indruk van de urgentie van het wachtlijstprobleem in ons beschaafde Nederland.