Toch niet weer half werk?
In het NRC van 24 april lees ik dat de parlementaire werkgroep die binnenkort met haar rapport over de toekomst van de jeugdzorg komt de jeugdzorg nog drastischer wil veranderen dan het kabinet. Als de maatregelen zoals ze in het NRC-artikel staan kloppen dan is opnieuw sprake van half werk.
Uitermate positief is dat de parlementaire werkgroep de enige juiste conclusie trekt als het gaat om het ontkokeren van de verschillende financieringstromen. Minister Rouvoet was in zijn kabinetsstandpunt halverwege en inhoudelijk inconsistent blijven hangen, maar de parlementaire werkgroep pakt éénduidig door met haar pleidooi voor het eveneens onderbrengen van de (financiële) verantwoordelijkheid voor de jeugd-GGZ bij de gemeenten.
Het is tegen deze achtergrond onbegrijpelijk dat de parlementaire werkgroep tevens lijkt te kiezen voor het onderbrengen van de jeugdbeschermings en jeugdreclasseringstaken bij de rijksoverheid, in plaats van eveneens bij de (samenwerkende) gemeenten. Met dat voorstel is de consistentie van redeneren vanuit de inhoud ineens weer volslagen zoek.
Het bij elkaar houden van zorg en dwang is één van de cruciale pijlers onder een duurzame jeugdzorg. Het centraliseren van de justitiële jeugdzorg taken (naar ik aanneem in de vorm van een zbo of agentschap onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie) zal leiden tot een door niemand gewenste "justitionalisering" van juist de meest complexe doelgroep van de jeugdzorg (kinderen met ouders die niet willen of kunnen samenwerken). Dan heb je het dus over de meest kwetsbare kinderen.
Het gezinsmanagement vanuit de Bureaus Jeugdzorg zoals dat zich nu zo succesvol vanuit de uitvoeringspraktijk aan het ontwikkelen is (zie vorige weblog) en dat juist bij uitstek geschikt is voor deze meest complexe en meest kwetsbare doelgroep zou nog voor dat het zich goed en wel heeft kunnen ontwikkelen al weer door een typische haagse top down structuurwijziging in de kiem gesmoord worden.
Als dit inderdaad het voorstel van de parlementaire werkgroep zal worden dan geven ze daarmee toe aan de machtige lobby van de gemeenten c.q. het ministerie van Binnenlandse zaken, die blijkbaar alleen het makkelijke jeugdzorgwerk willen overnemen en ver weg willen blijven bij het moeilijke werk (terwijl de kern van de oplossing voor een duurzame jeugdzorg juist is gelegen in een integrale verantwoordelijkheid bij één bestuurslaag) en van het Ministerie van Justitie waarvan bekend is dat men alle justitietaken het liefst centralistisch aanstuurt (los van de vraag of dit voor het gewenste maatschappelijke resultaat de beste oplossing is). Dit terwijl een evaluatie rapport van Ordina dat in opdracht van datzelfde ministerie van Justitie is opgesteld juist pleit tegen structuurwijzigingen.
In één van mijn eerste weblogs maakte ik me al zorgen over dit machtige "monsterverbond" tussen gemeenten/Binnenlandse Zaken en Justitie dat zal leiden tot meer ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen en jeugdige boefjes en eeuwige wachtlijsten. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat de parlementaire werkgroep zich bij dit monsterverbond aansluit dat zich puur laat verklaren uit domeinbelangen die domineren boven het belang van het oplossen van een complex maatschappelijk probleem. Ik kan me niet voorstellen dat men kiest voor een oplossing waarbij de meest kwetsbare kinderen in de kou blijven staan.
Dus in vredesnaam beste parlementaire werkgroep, blijf bij de inhoud, redeneer vanuit de aard van de doelgroepen waarmee de jeugdzorg te maken heeft, en houdt de ogen op de bal van de gewenste maatschappelijke resultaten gericht. Als u dat doet dan kan het niet anders dan dat u uitkomt bij de gouden combinatie van een maximale financiële ontkokering zoals u die zelf voorstelt en het ver weg blijven van structuuringrepen. Lees er het RMO rapport "De ontkokering voorbij" nog maar eens op na voor de wetenschappelijke onderbouwing.