Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Over suikerooms, suikertantes en politieke wezen in de jeugdzorg

Erik Gerritsen

Minister Rouvoet sloot eind vorig jaar een bijzonder akkoord met het Interprovinciaal Overleg (IPO) dat de afgelopen weken aanleiding gaf tot de nodige "dynamiek" in de media. Ik vermoed dat dit akkoord de gemoederen nog wel een tijdje bezig zal houden omdat het de kiem van vele spanningen in zich draagt. Spanningen die te maken hebben met de ongelijke verdeling van suikerooms, de zoektocht naar (nieuwe) suikertantes en problemen met politieke wezen in de jeugdzorg. Ik verklaar mij nader. 

Het regent de afgelopen weken van de juichende berichten dat provincie X of Y er in geslaagd is de wachtlijsten bij de instellingen voor jeugd- en opvoedhulp tot nul of bijna nul terug te dringen, nadat het er midden vorig jaar even naar uit zag dat dit niet zou lukken. Vanwege toezeggingen van Minister Rouvoet aan de Tweede Kamer volgde koortsachtig en soms heftig overleg tussen minister en provincies. Het ''ingrijpen" van de minister lijkt dus zijn effect te hebben gehad. Opvallend is dat de stadsregio's (12 Bureaus Jeugdzorg vallen onder een provincie, 3 vallen er onder een Stadsregio) wat betreft het vieren van successen toch behoorlijk wat stiller of op zijn minst minder juichend zijn. Ongetwijfeld zal binnenkort blijken dat ook daar de wachtlijsten grotendeels zullen zijn weggewerkt, al heeft bijvoorbeeld de Stadsregio Amsterdam al maanden geleden helder gemaakt dat dat op onderdelen niet haalbaar zal blijken te zijn (bijvoorbeeld vanwege een tekort aan pleeggezinnen en woningen voor begeleid wonen voor 16+ kinderen), terwijl overigens de afgesproken "productie" wel wordt gehaald.

 

De relatieve terughoudendheid van de Stadsregio's  in het vieren van successen is wellicht te verklaren door het feit dat zij al zeker weten dat vanaf heden die wachtlijsten weer zullen gaan oplopen. Simpelweg omdat de daarvoor door Minister Rouvoet voor 2010  ter beschikking gestelde middelen onvoldoende zijn zolang de behoefte aan jeugdzorg zich vergelijkbaar zal blijven ontwikkelen als in vorige jaren. Dat is geen kwestie van ritueel zeuren om meer geld maar van een simpel "p x qtje". Nu juichen dat de wachtlijst is fors is teruggebracht terwijl de nieuwe al weer aan het ontstaan is komt dan een beetje gek over.

 

Maar geldt dat dan niet voor de provincies kan je je afvragen? Wat betreft p x q redenering natuurlijk wel. Maar zoals onlangs nog weer eens in de media helder naar buiten kwam fungeren de provincies al jaren in meer of mindere mate als suikeroom voor de provinciale jeugdzorg. Al jaren storten ze - met meer of minder frisse tegenzin - miljoenen bij in aanvulling op de tekortschietende financiering vanuit de rijksoverheid (jeugd en gezin en justitie). Waarschijnlijk zullen de provincies dat in 2010 ook weer doen als de volumeontwikkeling daartoe aanleiding geeft.

 

De provincies hebben dus een eigen financieel instrument in handen om wachtlijsten in de jeugdzorg mee te bestrijden, te weten de provinciale opcenten. De Stadsregio's beschikken niet over eigen financiële middelen en kunnen derhalve niet als suikeroom optreden. Eigenlijk is dat een op zijn zachtst gezegd vreemde situatie. In de grootstedelijke regio's (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag)  waar de jeugdzorgproblematiek het grootste en meest complex is zijn geen suikerooms aanwezig om de tekortschietende financiering vanuit "Vadertje Rijksoverheid" te compenseren. Dit pleit er wat mij betreft voor dat alle Bureau's Jeugdzorg in de toekomst onder de politieke verantwoordelijkheid komen te vallen van een overheidslaag die over eigen financiële middelen beschikt. Zoals ik in vorige blogs heb aangegeven worden dat wat mij betreft de (samenwerkende) gemeenten, maar desnoods moeten de stadsregionale BJZ's maar onder de verantwoordelijkheid komen te vallen van de provincie.

 

Ik maak het nu zelf aan den lijve mee wat het betekent om onder de verantwoordelijkheid te vallen van een Stadsregio. Vooropgesteld dat zowel de verantwoordelijk bestuurder (Asscher) als de betrokken ambtenaren mijns inziens maximaal doen wat ze kunnen doen, is mijn Bureau Jeugdzorg Aggelomeratie Amsterdam  (BJAA) toch een beetje een politieke wees. Onafhankelijk aangetoond en erkend door Asscher is dat er in BJAA geïnvesteerd moet worden om die kwaliteit te leveren waar de in hun veilige ontwikkeling bedreigde kinderen recht op hebben. Maar de Stadsregio kan dat dus niet financieren. Een beroep op de Provincie Noord Holland onder het motto "'de provinciale opcenten die u in uw eigen bureau jeugdzorg investeert worden voor meer dan 50% door burgers in de stadsregio opgebracht, dus wilt u een vergelijkbaar bedrag (enkele miljoenen) investeren in BJAA dat immers ook voor Noord-Hollandse kinderen werkt" wordt simpel door de Provincie afgedaan met het formele argument dat men niet verantwoordelijk is voor BJAA. Ook een beroep op de ministeries voor Jeugd en Gezin en Justitie heeft tot op heden niets opgeleverd omdat men het de eigen verantwoordelijkheid van de Stadsregio vindt en ook vanwege "precedentwerking" geen uitzondering wil maken (terwijl daar dus gezien de uitzonderingssituatie waarin stadsregio's zich bevinden wel degelijk aanleiding voor is). Een beroep van Asscher op de regiogemeenten om bij gebrek aan suikerooms als suikertante te fungeren heeft tot nu toe alleen tot financiële toezeggingen geleid van de gemeente Amsterdam en de gemeente Diemen. De financiële bal wordt heen en weer gespeeld en de politieke wees BJAA staat er bij en kijkt er naar. Een vergelijkbare redenering gaat op voor het ter beschikking stellen van extra geld voor het voorkomen van het weer oplopen van de wachtlijsten bij de instellingen voor jeugd en opvoedhulp. 

 

De kans is derhalve groot dat die wachtlijsten in 2010 weer gaan oplopen, in ieder geval in de stadsregio's, maar mogelijk ook in de provincies als de financiële gevolgen ook te omvangrijk worden voor de provincies. Overigens hebben zowel minister als provincies zich daar in het onlangs gesloten akkoord om bijzondere wijze ingedekt. In dat akkoord erkent men dat het voorkomen van het opnieuw oplopen van de wachtlijsten mede afhangt van de mate waarin de gemeenten er in slagen hun preventieve en eerste lijns taken op het gebied van de jeugdzorg goed uit te voeren. Als ze dat goed doen, zo is de veronderstelling, dan leidt dat al in 2010 tot minder instroom in de tweede lijns jeugdzorg. In het convenant dat gesloten is tussen minister en IPO is dan ook de afspraak opgenomen dat beide partijen een oproep doen aan en in gesprek gaan met de gemeenten om dit ook daadwerkelijk te realiseren. Zoals ik al zei, een bijzonder convenant met een cruciale rol voor een partij (de gemeenten) die niet bij de totstandkoming van dat convenant is betrokken. Naar ik heb vernomen was de VNG dan ook "not amused".

 

Toch is het vanuit het perspectief van de minister voor Jeugd en Gezin gezien een politieke meesterzet. De gemeenten die immers in het kader van de discussie over de toekomst van de jeugdzorg pleiten voor vergroting van hun takenpakket worden nu alvast aangesproken op het (eerst) goed invullen van hun huidige taken. De minister lijkt  (impliciet) te zeggen "laat zien dat jullie je huidige verantwoordelijkheden goed aan kunnen door de toestroom naar de tweede lijns jeugdzorg in te dammen met god functionerende Centra voor Jeugd en Gezin en dan kunnen we praten over eventuele extra taken". De minister kan bijna niet meer verliezen. Of de gemeenten gaat het lukken en dan is zijn beleid gericht op de vorming van Centra voor Jeugd en Gezin een succes, of de gemeenten slagen er in 2010 nog niet in en dan zijn de nieuw ontstane wachtlijsten het gevolg van een tekortschietend gemeentelijk voorveld en de minister niet langer aan te rekenen. De gemeenten zullen hier ongetwijfeld anders over denken en daar zijn ook wel argumenten bij te bedenken, maar ondertussen zitten ze in een lastige positie door de "move" van Rouvoet en IPO. Als gemeenten denken al in 2010 gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid die het convenant biedt om provinciaal/stadsregionaal jeugdzorg geld over te hevelen naar en te investeren in het gemeentelijk voorveld (onder de veronderstelling dat die investering zich daar ook terugverdient) dan zullen ze van een koude kermis terugkomen. Er zal naar ik aanneem geen provincie of stadsregio bereid zijn om er op voorhand van uit te gaan dat gemeenten er in zullen slagen de instroom naar de tweede lijns jeugdzorg in te dammen. Eerst zien, dan geloven.

 

Ondertussen is in de uitvoering de kans groot dat veel gemeenten er in 2010 inderdaad nog niet in zullen slagen de instroom in de tweede lijns jeugdzorg te beperken omdat ze nog stevig worstelen met het vormen van de Centra voor Jeugd en Gezin. Vandaag investeren in preventie en eerste lijn levert nu éénmaal niet al morgen een besparing op de tweede lijn op. Sterker nog, beter vroegtijdig signaleren zal zeer waarschijnlijk in eerste instantie tot meer werk leiden. Het risico is daarnaast reeël dat men in eerste instantie te veel hooi op de vork neemt waarna de problemen in tweede instantie alsnog in verhevigde vorm op het bordje van de Bureaus Jeugdzorg worden gelegd die vervolgens weer te maken krijgen met nieuwe wachtlijsten bij de instellingen voor jeugd en opvoedhulp. De poging in het convenant om door herdefiëring van een, op zich inderdaad ongewenste, fixatie op wachtlijsten af te komen zal onverlet laten dat in 2010 weer veel kinderen te lang moeten wachten op jeugdzorg. In ieder geval in de stadsregio's en ook in de provincies voorzover de portemonnee van de suikeroom ook zijn grenzen kent.

 

We kunnen ons dus alvast schrap zetten voor de volgende ronde politieke strijd over de wachtlijsten in de jeugdzorg. Welke gevolgen dat zal hebben voor de discussie over de toekomst van het jeugdzorgstelsel is moeilijk te voorspellen. Wel is duidelijk dat heftige emotionele strijd rondom wachtlijsten met al het vingertje wijzen, zondebokken en zwarte pieten dat daarmee altijd gepaard gaat niet persé bevordelijk is voor de inhoudelijke discussie die nodig is om tot verstandige keuzes voor een duurzame jeugdzorg te komen.

Vacatures