Over mythen (deel 2) en ongemakkelijke waarheden (deel 1) in de jeugdzorg geïnspireerd door John van de Heuvel, misdaadverslaggever
In het SBS6 programma "DAS je goed recht" stelde misdaadverslaggever John van de Heuvel veronderstelde misstanden bij "Bureau Jeugdzorg" aan de kaak. Kernboodschap was dat omdat "Bureau Jeugdzorg" niet gekwalificeerde onervaren medewerkers als volwaardig gezinsvoogd inschakelt kinderen ten onrechte uit huis worden geplaatst. Aanleiding voor mij om de serie "mythen in de jeugdzorg" te vervolgen en de serie "ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg" te starten.
Reageren op dit soort uitzendingen is lastig. Als je de aanval kiest wordt dat al snel uitgelegd als typisch defensief en arrogant gedrag. Terwijl er best wat redenen zijn om die aanval in te zetten. Zo kun je vragen stellen bij de objectiviteit van het programma dat wordt gesponsord door het rechtsbijstandsbedrijf DAS dat natuurlijk op klantenwerving uit is.
Je kunt ook vragen stellen bij de journalistieke aanpak. In het item waarin "undercover" sollicitanten met verborgen camera filmen tijdens een "speeddate" bij BJZ "X" is duidelijk selectief geknipt waardoor ten onrechte het beeld ontstaat dat je zonder de goede papieren kunt worden aangenomen. Er wordt zelfs de suggestie gewekt dat kandidaten worden aangezet tot frauderen met contactjournaals (registreren dat je op huisbezoek bent geweest en ondertussen lekker gaan winkelen op op het strand gaan liggen). Ik daag meneer van de Heuvel uit om de integrale opnames ter beschikking te stellen.
De twee casussen die ten tonele worden gevoerd van kinderen die ten onrechte uit huis zouden zijn geplaatst door BJZ "Y" en BJZ "Z" komen op het eerste gezicht voor de argeloze kijker zeer geloofwaardig en daarmee afschuwelijk over. De algemene woordvoeringslijn van BJZ's is dat er in verband met bescherming van de privacy nooit op individuele zaken ingegaan wordt. Dat maakt het onmogelijk om de andere kant van het verhaal te belichten. Persoonlijk vraag ik me af of BJZ's hier in de toekomst niet anders mee moeten omgaan. Dat wanneer cliënten er voor kiezen éénzijdig de publiciteit in te gaan, dat dan BJZ's ook gerechtigd zijn de andere kant van het verhaal - met de nodige prudentie - naar buiten te brengen. Natuurlijk maken BJZ's ook fouten, maar in de meeste gevallen is die andere kant van het verhaal er gewoon. En dat is altijd een pijnlijke kant, altijd voor de ouders en vaak ook voor de kinderen. Omdat daarover naar buiten treden ook ten koste kan gaan van de veilige ontwikkeling van de kinderen in kwestie is sprake van een duivels dilemma voor BJZ's als ze beschuldigd worden van foute praktijken. Wellicht is het een oplossing dat in dit soort gevallen ten minste met oplegging van geheimhoudingsplicht voor de journalisten BJZ's in staat worden gesteld hun kant van het verhaal te vertellen, zodat de journalisten op zijn minst in staat worden gesteld een integere afweging te maken (er van uitgaande dat ze daarin geïnteresseerd zijn).
Ondertussen kan het wellicht helpen om gewoon een aantal feiten te vermelden ter bestrijding van de mythen die in het TV-programma de ether in werden geslingerd. Zoals Jan Dirk Sprokkereef, bestuurder van BJZ Friesland en voorzitter van de branchevereniging voor BJZ's al in het kader van de overigens zeer beperkte hoor en wederhoor naar voren bracht nemen BJZ's alleen medewerkers in dienst die voldoen aan de juiste opleidingseisen. De suggestie die in het programma werd gewekt dat alleen ervaring als "au pair" voldoende zou zijn is dan ook feitelijk onjuist.
Ook de suggestie dat BJZ's kinderen ten onrechte uit huis plaatst wordt niet door de feiten gestaafd. Natuurlijk kan dit in incidentele gevallen voorkomen, ook BJZ's maken fouten. Maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Voor mijn eigen Bureau Jeugdzorg is bijvoorbeeld spraken van circa 10.000 cliënten per jaar. Daarvan krijgen er circa 2.500 een ondertoezichtstelling (OTS) en daarvan worden er weer circa 1.000 uit huis geplaatst (UHP). Dat is dus maar 10% van het totale cliëntenbestand. Daarbij komt dat een OTS en UHP omgeven is met een uitgebreid stelsel van checks and balances. Het verzoek om een OTS of UHP aan de rechter wordt - op aanvraag van een BJZ - gedaan door de Raad voor de Kinderbescherming die dus onafhankelijk oordeelt of een aanvraag van een BJZ terecht is. Vervolgens is het de rechter die een OTS of UHP oplegt. In veruit de meeste gevallen wordt de aanvraag van het BJZ gehonoreerd en mag je er - gezien de dubbele toets - van uitgaan dat de BJZ's die aanvragen derhalve niet lichtvaardig doen. De enige uitzondering op deze zeer zorgvuldige procedure is de voorlopige (spoed) OTS en spoed UHP waar gezien de veronderstelde acute bedreiging van het kind pas na 14 dagen een uitgebreide toets door de rechter plaatsvindt. Het aantal keren dat een rechter de VOTS/spoed UHP na 14 dagen terugdraait is zeer gering en dat ligt vaak nog aan het feit dat de omstandigheden inmiddels ten positieve zijn veranderd (omdat ouders vanwege het schrikeffect toch ineens zijn gaan meewerken).
Een heel ander dilemma dat zich voordoet als je voor de keuze staat hoe te reageren op dit soort journalistiek is hoe om te gaan met "ongemakkelijke waarheden" waarvan ook vaak sprake is. De neiging is al gauw om die ongemakkelijk waarheden maar onbesproken te laten uit angst dat ze alleen maar tegen je worden gebruikt in een mediastrijd die toch niet te winnen is. Laat ik er toch maar een paar noemen.
Het is weliswaar onjuist dat de BJZ's niet gekwalificeerde medewerkers op moeilijke problematiek afsturen, maar die BJZ's die te maken hebben met hoge werklast, hoog ziekteverzuim en een hoog personeelsverloop (soms meer dan 20%) hebben per definitie te maken met een hoog aandeel wel goed opgeleide maar nog onervaren medewerkers. En natuurlijk worden die nieuwe medewerkers zo goed en zo kwaad als het gaat eerst ingewerkt en ook begeleid door ervaren collega's en krijgen ze niet direct een volle case load, maar de objectief aantoonbare tekorschietende financiering vanuit de Rijksoverheid in combinatie met het feit dat BJZ's vrijwel alleen nog met de moeilijkste doelgroep werken, laat het niet toe dat nieuwe medewerkers gedurende langere tijd rustig het vak kunnen leren. Dit inderdaad grote probleem kan alleen worden opgelost als de financiering van de BJZ's op een adequaat niveau wordt gebracht. DAS een goed recht voor de BJZ's en wellicht dat John van de Heuvel daar eens een programma over kan maken.
Een andere ongemakkelijke waarheid die ook in het programma aan de orde komt is dat het voorkomt dat er in korte tijd meerdere gezinsvoogden in een gezin komen. Het voorbeeld uit het programma van zeven gezinsvoogden is wellicht inderdaad een extreem incident, maar het is een feit dat dit nog te vaak voorkomt, wederom onder andere samenhangend met ziekteverzuim en hoog verloop. Sterker nog, ook de hulpverlenende instellingen wisselen nog wel eens van hulpverlener zodat gezinnen gedurende het jeugzorgtraject vaak tientallen jeugdzorgmedewerkers over de vloer krijgen. En dat is simpelweg een slechte zaak. Niet klantvriendelijk, zorgmijdingsgedrag bevorderend en niet productief. In vorige blogs heb ik dan ook voorstellen gedaan om het aantal hulpverleners dat in één gezin actief is fors te verminderen.
Een volgende ongemakkelijke waarheid die ik wil noemen is dat het lage percentage ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, gezien de doelgroep waar de BJZ's mee te maken hebben, wel eens een indicatie kan zijn van het feit dat er eerder nog te terughoudend wordt omgegaan met het opleggen van OTSsen en UHP's. Dat er te lang aan pappen en nathouden wordt gedaan. Ik kom tot deze hypothese op basis van eigen ervaring met veel casuïstiek die ik inmiddels voorbij heb zien komen en het feit dat de gemiddelde duur van OTSsen en UHP's relatief lang is. Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met te lang pappen en nathouden in het vrijwillige voortraject bij gemeenten en in de vrijwillige hulpverlening bij de BJZ's, waardoor de situatie dusdanig verergerd dat alleen nog langdurige OTS of UHP een oplossing biedt. Ik durf de stelling aan dat sneller en vaker ingrijpen wel eens zou kunnen leiden tot minder langdurige OTS-sen en UHP's.
De laatste ongemakkelijke waarheid die ik nog wil noemen is dat naar alle waarschijnlijkheid door het aflopen van de incidentele wachtlijstgelden enerzijds en het nog niet op orde zijn van de eerstelijns CJG-voorzieningen van de gemeenten anderzijds, de wachtlijsten in de jeugdzorg in 2010 weer zullen gaan oplopen. Dit betreft dan overigens de wachtlijsten bij de zorginstellingen en niet bij de BJZ's zoals meestal in de media wordt gesuggereerd. Ook weer zo'n mythe die maar moeilijk te ontzenuwen is. De BJZ's hebben net zo veel last van het feit dat aan hun zorg toevertrouwde cliënten op een wachtlijst komen te staan bij een zorginstelling als de cliënten zelf.
En nu maar met dichtgeknepen billen afwachten op welke manier de media nu weer aan de haal gaan met deze ongemakkelijke waarheden.