Op weg naar een duurzame jeugdzorg, deel 14: Tenslotte
Het moment is gekomen om de reeks blogs onder de titel "Op weg naar een duurzame jeugdzorg" af te sluiten. Ik wil iedereen bedanken die de moeite heeft genomen mijn lange blogs tot zich te nemen. Vanaf nu stap ik over naar blogs die meer zullen inspelen op de actualiteit met betrekking tot jeugdzorg. Ik sluit de serie af met een aantal laatste persoonlijke bespiegelingen. En ik ben uiteraard heel nieuwsgierig naar reacties. Dat kan via de reactiemogelijkheid of naar Erik.Gerritsen@bjaa.nl.
De visie op een duurzame jeugdzorg is een visie op hoofdlijnen. Dat is een bewuste keuze. Ik heb op meerdere onderdelen wel ideëen over hoe een nadere concretisering er uit zou kunnen zien, maar ben er fundamenteel van overtuigd dat die nadere concretisering vanuit de professionals moet worden aangedragen (zie blog 13). Ik weet zeker dat zaken als "herontwerp van werkprocessen" in het kader van vermindering van bureaucratie en ondersteuning van ketensamenwerking, "inzet van moderne ICT" in het kader van verlaging van transactiekosten voor samenwerking (o.a. door geautomatiseerde informatieuitwisseling) en "professionalisering" bij die nadere concretisering een rol zullen gaan spelen. Maar waar dat precies toe leidt is wat mij betreft aan de professionals zelf daarin ondersteund en aangemoedigd door het management. Ik blijf uiteraard wel graag meedenken!
De visie op een duurzame jeugdzorg die ik in deze serie blogs uit één heb gezet pretendeert een visie te zijn die domeinbelang overstijgend is. Een visie waarin de bescherming van in hun veiligheid bedreigde kinderen centraal staat. Ik kom natuurlijk pas net kijken in deze sector, maar ben oprecht van mening dat er overtuigende puur inhoudelijke redenen zijn om de jeugdzorg zo in te richten als ik heb beschreven.
In die visie dicht ik de Bureaus Jeugdzorg een cruciale rol toe. Dat roept gemakkelijk het verwijt op dat ik als bestuursvoorzitter van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam voor eigen parochie preek. Dat de pot de ketel verwijt dat ie zwart ziet. Dat mijn visie op een duurzame jeugdzorg simpelweg is ingegeven door het domeinbelang van het Bureau Jeugdzorg. Ik heb mijzelf ook meerdere keren de vraag gesteld of ik niet simpel met een doelredenering bezig was. Volgens mij is dat niet het geval. Ik zou de eerste zijn om te pleiten voor het opheffen van de BJZ's als ik dacht dat dat een bijdrage zou leveren aan de oplossing van de problemen in de jeugdzorg. Maar ik kom op naar mijn oprechte mening inhoudelijke gronden tot de tegengestelde discussie. Een duurzaam stelsel van jeugdzorg kan alleen gerealiseerd worden met stevige BJZ's met een helder profiel. De redenen daarvoor zijn uitgebreid beschreven vorige blogs en ik daag iedereen uit om met inhoudelijke tegenargumenten te komen en alternatieve visies.
Ik ga de dialoog graag aan. Daarbij wil ik er nog eens op wijzen dat BJZ's feitelijk geen ander belang hebben dan het belang van de bescherming van de veiligheid van kinderen. BJZ's hebben geen omzetbelang en zijn ook qua takenpakket niet vergelijkbaar met de zorgaanbieders. Regie op een sluitende aanpak van zorg en andere voorzieningen (werken voor kinderen) met behulp van de inzet van (de dreiging met) de wettelijke drang/dwang bevoegheden waarover de BJZ's beschikken is iets anders dan individuele hulpverlening (werken met kinderen en ouders). Effectieve regie vergt onafhankelijkheid. BJZ's worden voor een groot deel p x q gefinancierd (en wat mij betreft zo snel mogelijk in zijn geheel). Dat betekent dat als het werkvolume toeneemt er geld bij komt en als het werkvolume afneemt er gewoon geld af gaat. BJZ's hebben dus ook geen financieel belang bij een zo groot mogelijk werkvolume. BJZ's komen financieel alleen in de problemen als het werkvolume sneller daalt dan met natuurlijk verloop van personeel kan worden opgevangen. Maar zo'n vaart zal dat niet lopen gezien het hoge verloop en de grote toekomstige arbeidsmarktbehoefte aan deskundig jeugdzorgpersoneel bijvoorbeeld bij de Centra voor Jeugd en Gezin.
Kortom BJZ's zijn bij uitstek in de positie om - in opdracht van de politieke opdrachtgever - de onafhankelijke regierol (o.a. in de vorm van gezinsmanagement, het geven van inkoopadvies en het fungeren als schakel tussen eerste en tweede lijn) te vervullen ten aanzien van de meest complexe doelgroep (kinderen met ouders die niet kunnen en of willen meewerken). Het woord regie heeft tegenwoordig nog wel eens een controversiële klank, maar die regie is toch echt nodig om de kernproblemen in de jeugdzorg (gebrek aan samenwerking en te veel bureaucratie) op te lossen. Daarmee heb ik niet gezegd dat niet alle andere netwerkpartners in de jeugdzorg evengoed begaan zijn met het lot van in hun veiligheid bedreigde kinderen. Ik zeg alleen dat de andere netwerkpartners daarnaast ook andere - legitieme - domeinbelangen hebben. Dat is geen verwijt maar een feit. Ook bij alle andere netwerkpartners werken goede mensen in een slecht systeem. Maar om dat zieke systeem weer gezond te maken is een sterk Bureau Jeugdzorg onmisbaar.
Ik besef dat dit met de al jaren durende de negatieve beeldvorming waarbij de BJZ's zo'n beetje de schuld krijgen van alles wat mis is in de jeugdzorg best een lastig uit te leggen boodschap is. De organisatie die zo'n beetje als de verpersoonlijking van alle problemen in de jeugdzorg wordt gezien zou een cruciale sleutel voor de oplossing in handen hebben. En toch is het zo.
Daarbij komt dat de meeste BJZ's - in meer of mindere mate - te kampen hebben met grote problemen waardoor zij op dit moment ook zelf onderdeel van het probleem zijn. Veel BJZ's hebben in meer of mindere mate te kampen met hoog personeelsverloop, hoog ziekteverzuim, hoge werklast, lange doorlooptijden en veel interne bureaucratie, zaken die elkaar soms in vicieuze cirkels in stand houden, waardoor niet kwaliteit geleverd kan worden die van een BJZ mag worden verwacht. Er is dan ook alle reden voor het management van BJZ's waar dit voor geldt om de hand in eigen boezem te steken en aan de slag te gaan met het oplossen van die problemen. Wat daarbij dan wel weer zou helpen is wanneer de politieke opdrachtgevers zorgdragen voor een adequate financiering (dat is nu objectief aantoonbaar niet het geval) en niet elke paar jaar weer tot een andere positionering van de BJZ's besluiten (zoals de afgelopen jaren het geval was).
Maar het feit dat ook de BJZ's nog een behoorlijke verbeterslag moeten maken op punten waarop ze nu nog tekortschieten (zoals bijvoorbeeld een forse professionaliseringsslag van de medewerkers waar dan wel meer dan de nu gefinancierde 0,8% van de salarissom voor opleidingen beschikbaar moet komen) mag en kan geen reden zijn om de BJZ's maar weer op te heffen. Als een cruciale onmisbare schakel in het radarwerk nog onvoldoende functioneert dan is het verwijderen ervan niet de oplossing. Dan moet je er voor zorgen dat die schakel alsnog goed gaat werken.
Ik wil en zal daar graag mijn verantwoordelijkheid in nemen in het kader van het gezegde "verbeter de jeugdzorg, begin bij jezelf". Ik heb heel bewust gekozen om bestuursvoorzitter van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam te worden, omdat een goed functionerend BJZ een belangrijke trigger kan zijn voor het realiseren van een duurzaam jeugdzorgstelsel. Omdat ik er van overtuigd ben dat die verbeteringen vanuit de uitvoering moeten komen. Omdat daar het echte maatschappelijke verschil kan worden gemaakt. Met BJAA zijn we bezig om de nodige stappen de goede richting op te zetten. We hebben eerst de problemen in alle openheid in kaart gebracht. Dat was pijnlijk maar nodig. We vervolgens - ondanks de stevig tekortschietende financiering - aan de slag gegaan met tal van verbeteracties die we op eigen kracht kunnen aanpakken. Zodat niemand ons kan verwijten dat we zelf niet alles er aan doen om de problemen op te lossen.
Maar de eerlijkheid gebied ook te zeggen dat de problemen in de jeugdzorg veel verder strekken dan alleen tot de BJZ's. In die zin hebben alle netwerkpartners de nodige boter op hun hoofd en zou het hen sieren om dat toe te geven. Daarom durf ik in mijn visie op een duurzame jeugdzorg ook een beroep te doen op de vele netwerkpartners ook al heb ik mijn eigen zaakjes nog niet op orde. Ook zij zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen in plaats van alle kritiek van zich af te laten glijden richting de BJZ's. Want de uitdaging om het meest ongetemde probleem in Nederland op te lossen is een uitdaging die alleen kan slagen wanneer alle netwerkpartners hun schouders er onder zetten. Dat klinkt mogelijk wat dreigend en wellicht ook te veel gevraagd, maar het goede nieuws is dat het kan. Een duurzaam jeugdzorgstelsel is mogelijk. Dit complexe probleem zal nooit volledig opgelost kunnen worden maar wel behoorlijk worden getemd. Op basis van mijn eerste ervaringen schat ik gevoelsmatig in dat het probleem op zijn minst kan worden gehalveerd in 10 jaar. Tien- zo niet honderduizenden kinderen zullen daarvan profiteren. De moeite waard om te gaan doen zou ik zeggen.