Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Luisteren naar het kind

Erik Gerritsen
Deze week presenteerde Defense for Children het rapport "Dat ze je naam kennen" met de resultaten van een onderzoek naar de opvattingen van kinderen over de jeugdzorg (www.defenseforchildren.nl). Zeer terecht dat in de hausse van rapporten over de jeugdzorg nu ook "eindelijk" aandacht wordt besteed aan de beleving van de kinderen zelf. De kinderen die in het onderzoek zijn geïnterviewd zijn redelijk positief over de hulp die ze hebben ontvangen (onderbelicht in de media), maar zeer kritisch over het feit dat er te weinig naar hun wordt geluisterd door de jeugdzorgwerkers (de kern van de berichtgeving in de media). Een terecht en herkenbaar signaal al gaat het op dat punt gelukkig ook vaak wel goed, zoals onder meer blijkt uit hiernavolgende verhaal van één van mijn jeugdhulpverleners Ingrid Jonkers.

Sandra, 16 jaar.

 

Negen jaar geleden meldde zich een jonge meid (die ik Sandra zal noemen) van ruim 16 jaar aan bij het crisisinloopspreekuur van mijn afdeling jeugdhulpverlening. Zij kwam amper uit haar woorden en was emotioneel, omdat haar moeder haar afwees en haar die nacht had buitengesloten. Nadat ik haar op haar gemak had gesteld, heb ik in overleg met Sandra contact opgenomen met haar moeder, die mij duidelijk maakte dat zij niks met haar dochter te maken wilde hebben en zeker niet met Bureau Jeugdzorg in zee wilde gaan. Daar dit mijn plicht was, heb ik de moeder informatie gegeven over Bureau Jeugdzorg, mijn functie, ons hulpaanbod en moeders plichten als ouder. Één van de plichten van een ouder van een minderjarige is het garanderen van de veiligheid van zijn/haar kinderen. Daaronder valt ook het verlenen van medewerking aan Bureau Jeugdzorg om de hulpverleners in staat te stellen de veiligheid van de jongere te garanderen als de ouder daar niet toe in staat is/dat zelf niet biedt. Ik vertelde moeder dat ik haar de gelegenheid zou geven van gedachten te veranderen en haar op de hoogte zou houden van de stappen die wij zouden gaan zetten. Daar ging moeder mee akkoord. Zij stemde toe in een plaatsing van Sandra in een crisiscentrum en indien daar op korte termijn geen plek zou zijn, een overbrugging van enkele weken bij haar zuster. Een structurele netwerkplaatsing bij tante was niet mogelijk, omdat de zuster klein behuisd was en reeds drie kinderen huisvestte.

 

Sandra wilde graag geplaatst worden in een crisiscentrum. Contraindicatie voor plaatsing was onder andere excessief drankgebruik. Sandra oogde gezond en helder, maar zij vertelde dagelijks een fles Martini te drinken. Het crisiscentrum gaf aan dat Sandra opgenomen zou kunnen worden als de Jellinek zou kunnen bevestigen dat Sandra twee weken alcoholvrij was. Daar haast geboden was, ben ik met de Jellinek in onderhandeling gegaan. Sandra kon de volgende dag al in gesprek gaan met een psychotherapeut en een medewerker van de Detox afdeling. Omdat Sandra de gang naar de Jellinek eng vond en ik er zeker van wilde zijn dat zij daar aankwam, heb ik haar begeleid.

 

De therapeut was een vaderlijk type aan wie Sandra haar ervaringen in de thuissituatie durfde te vertellen. Zij vertelde over haar verbitterde moeder en haar strijd om de goedkeuring van haar moeder. Moeder was hertrouwd maar niet gelukkig met haar man. Sandra, het oudste kind van een andere vader, had zeer veel huishoudelijke taken. Als zij haar taken niet naar behoren had volbracht, mishandelde moeder haar. Zo had zij Sandra gebrand met een strijkbout (Sandra liet een groot litteken zien), in haar nachtjapon op het balkon laten staan en stroop in haar haren gesmeerd toen moeder vlekken op de borden had aangetroffen. Sandra was een intelligente meid, geschikt bevonden voor het VWO, maar haar prestaties waren nooit goed genoeg voor moeder, die haar uren op haar knieën liet zitten als zij matig of onvoldoende had gescoord. Door de stress kon Sandra zich niet meer concentreren en dreigde zij af te glijden naar het VMBO. Sandra vertelde sinds een jaar het ouderlijk huis zo veel mogelijk te ontvluchten. Om haar problemen te vergeten drink zij een fles Martini per dag. De therapeut bood therapie aan in combinatie met het detoxicatieprogramma. Sandra wilde daar over nadenken en zou gebruik gaan maken van de ambulante hulp van de Jellinek. Vanaf dat moment zou Sandra elke dag gecontroleerd worden. Met als doel een band op te bouwen met Sandra en haar te motiveren voor hulp van de Jellinek, heb ik haar twee weken intensief begeleid.

 

Na twee weken kon Sandra clean en met duidelijke doelen naar het crisiccentrum gebracht worden. Ze was inmiddels vertrouwd met mij en gaf aan prijs te stellen op mijn gezelschap. Ik was er gaandeweg van overtuigd geraakt dat Sandra een geheim met zich meedroeg dat de communicatie met derden in de weg stond en bijdroeg aan haar neerslachtige stemming. In het crisiscentrum werkte Sandra hard aan haar doelen. Terugkeer naar huis was in dat stadium niet wenselijk. Daarom verzorgde ik een indicatie voor haar plaatsing in een residentiële setting, waar Sandra veilig zou zijn en van waaruit gewerkt zou kunnen worden aan een verbetering van het pedagogisch milieu in de thuissituatie.

 

Sandra belde mij tijdens de plaatsing regelmatig op en vroeg uiteindelijk of ik eens langs wilde komen. Daar het tijd was voor een tussenevaluatie, kwam dat goed uit. Vol trots liet zij haar doelenboek zien. Zij had hard gewerkt aan het behalen van haar doelen op het gebied van haar schoolloopbaan en zelfzorg. Ik prees haar om haar inzet, waar Sandra gevoelig voor was. Tijdens dat bezoek begon Sandra voorzichtig te vertellen over een oudere vriendin op wie zij erg gesteld was geraakt. Deze vriendin moederde een beetje over haar en gaf haar geld. Sandra bleek enkele dagen per week in gezelschap van deze vriendin te verkeren. Daar Sandra kwetsbaar was ik ik zicht moest krijgen op het milieu waarin zij verkeerde was ik blij dat Sandra mij uit zichzelf begon te bellen als zij bij de vriendin op het werk was (de vriendin zou in een videotheek werken). Sandra heeft daarop op mijn aandringen de instelling waar zij verbleef op de hoogte gesteld van dit belangrijke contact.

 

Na enkele weken meldde de instelling dat de betreffende vriendin Sandra vaak in gezelschap van in feeststemming verkerende mannen in een dure auto kwam halen. Sandra belde mij enkele dagen later overstuur op en vroeg om een gesprek. Zij vertelde mij verliefd te zijn op deze vriendin, die in de prostitutie bleek te werken en haar daarin wilde betrekken. Ik was blij dat zij mij zo vertrouwde dat zij voor haar geaardheid uit durfde te komen (ik was de eerste persoon aan wie zij het vertelde) en informatie durfde te geven over het milieu waarin zij verkeerde. Daarop heeft er een gesprek plaatsgevonden waarin Sandra, haar begeleider bij de instelling en ik een plan van aanpak hebben gemaakt. Één van de doelen was dat Sandra haar seksuele identiteit zou kunnen accepteren en zich "ondanks dat" stevig zou positioneren. Ik heb haar vervolgens begeleid naar het COC, waar zij zich aan heeft gesloten bij een meidenpraatgroep en verschillende cursussen heeft gevolgd. Zo heeft ze haar netwerk uitgebreid. Daarna was ze klaar voor psychotherapie.

 

Ik heb haar daarop aangemeld bij de Schorerstichting, waar zij verwezen is naar een psychotherapeut die kennis heeft van lesbisch-specifieke hulpverlening. Sandra heeft nog een moeilijke tijd gehad, waarin haar moeder haar niet wilde steunen,maar zij voelde zich zo op haar gemak bij haar jeugdhulpverleners, dat zij met de haar geboden zorg in staat is geweest haar ervaringen te verwerken, de fles te laten staan en haar schoolloopbaan te redden. Na anderhalf jaar kon zij met trots haar HAVO diploma laten zien. De relatie met haar moeder was aanzienlijk verbeterd. Daar Sandra naar zelfstandigheid wilde toewerken, heb ik een indicatie geschreven voor begeleid kamerwonen. Nadat zij haar doelen had gehaald, kon zij zich settelen in een studio.

 

Een jaar geleden werd ik op straat aangehouden door een goed verzorgde jonge vrouw. Dat bleek Sandra te zijn. Zij vertelde nog vaak aan mij te denken omdat zij zo veel aan mij en de jeugdhulpverlening te danken had en mij altijd had willen vertellen hoe goed zij terecht was gekomen. Met trots vertelde zij dat zij een managementcursus had gedaan en inmiddels een goed betaalde baan en een stabiele relatie met een succesvolle vrouw te hebben, met wie zijeen etage betrok die zij, Sandra, had gekocht. Sandra was op weg naar haar auto, waarmee zij haar moeder en nichtje rondreed. Ook in het bijzijn van haar moeder straalde Sandra kracht uit. Deze keer groette haar moeder mij hartelijk. Overtuigd van mijn rol als jeugdhulpverlener liep ik naar huis.

Vacatures