Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Jeugdzorg na de val

Erik Gerritsen

Na een paar keer uitstel was het bijna zo ver en zou minister Rouvoet met zijn hoofdlijnenbrief over de toekomst van de jeugdzorg komen. En toen viel het kabinet. Hoe moet het nu verder na de val? Is sprake van een zegen, uitstel van executie, vergroot risico op een tombola of een uitgelezen kans op een nieuw begin?

De afgelopen maanden was duidelijk dat er op de haagse burelen flink geworsteld werd met het kabinetsstandpunt "Zorg om jeugd". Voorzover daar iets van naar buiten kwam was duidelijk dat sprake was van een typische "Haagse worsteling". Bestookt met vele lobbydocumenten van de verschillende domeinbelangenbehartigende (branche)organisaties en vooral in topoverleg tussen ministeries, in het bijzonder de ministeries van Jeugd en Gezin ("hoe krijgen we al die verschillende perspectieven bij elkaar"), Justitie ("kwaliteit justitiële taken moet worden geborgd door stevige centrale vinger in de pap") en Binnenlandse Zaken ("alles naar de gemeenten"), gingen verschillende structuurmodellen door de ambtelijke en ministeriële molens. Of we het resultaat nog te zien krijgen is zeer de vraag. De kans is groot dat het onderwerp jeugdzorg controverieel wordt verklaard.

 

Hoe dan ook zal sprake zijn van uitstel van besluitvorming over de toekomst van de jeugdzorg. Hoe erg is dat? Ik ben daar ambivalent over. Voortdurende onzekerheid over de toekomst is nooit goed en er waren signalen die wezen in de richting van een kabinetsstandpunt met positieve elementen als financiële ontschotting van de LVG en een deel van de JeugdGGZ (de complexe problematiek) en het leggen van de financiële verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg in één politieke hand (de gemeenten zij het in gefaseerd tempo afhankelijk van het op orde zijn het opdrachtgeverschap van gemeenten). Tegelijkertijd deden geruchten de ronde over een fusie tussen meldpunten kindermishandeling en Raad voor de Kinderbescherming waarvan de inhoudelijke meerwaarde mij volledig ontgaat. Ook zou sprake zijn van een top down opgelegde uniforme indeling in (GGD)regio's als het gaat om het realiseren van voldoende schaalgrootte ten aanzien van het politiek opdrachtgeverschap van (samenwerkende) gemeenten met betrekking tot de tweede lijns jeugdzorg, wat ongetwijfeld  aanleiding zou geven tot allerlei energie vretende en contraproductieve reorganisaties bij Bureaus Jeugdzorg.

 

Maar afijn, met een kabinetsstandpunt hadden we in ieder geval de vaart in de discussie kunnen houden en een zorgvuldig besluitvormingstraject kunnen volgen. Als de toekomst van de jeugdzorg straks onverhoopt onderwerp van de kabinetsformatie wordt lopen we de grote kans dat het een "modellentombola" wordt en dan zijn we nog veel verder van huis. En wellicht dat we het Ministerie van Jeugd en Gezin ook weer kwijt raken. Niet dat ik zo'n grote fan was van de wijze waarop dit ministerie functioneerde (zie bijvoorbeeld mijn eerste weblogs), maar een programmaministerie is in potentie een belangrijke zo niet noodzakelijke randvoorwaarde om op het niveau van de Rijksoverheid de ruimte te scheppen voor uitvoeringsgericht domein overstijgend samen werken op de werkvloer van de jeugdzorg. Ik ben het met de schrijvers van het Berenschot rapport "De Koning van het schaakbord of Jan zonder Land? eens dat het veel te vroeg is om het experiment van de programmaministeries als mislukt (of in het geval van Jeugd en Gezin als speeltje van de Christen Unie) te beschouwen. Wat mij betreft komt er een kernkabinet met programmaministers waarvan Jeugd en Gezin er één is. 

 

Veel meer zou ik tijdens een kabinetsformatie niet geregeld willen zien omdat de kans op onomkeerbare ongelukken bij zo'n complex onderwerp erg groot is (tenzij het nieuwe kabinet natuurlijk gewoon de voorstellen uit mijn weblogs overneemt). Wat een nieuw kabinet volgens mij met betrekking tot de jeugdzorg als eerste zou moeten doen is het aangaan van een echt partnerschap met de uitvoering. Formuleer met de uitvoerende partijen gezamenlijk  in een aantal topconferenties een aantal gewenste resultaten en daag vervolgens de uitvoerende partijen (zowel landelijk als regionaal) uit om binnen drie maanden met een plan te komen om die resultaten te realiseren binnen bepaalde budgettaire randvoorwaarden. Meer tijd is niet nodig want alle studies zijn wel verricht en alle standpunten zijn bekend. Komen de uitvoerende partijen er gezamenlijk uit dan hoef je er als Rijksoverheid alleen nog maar een klap op te geven. Lukt dit niet en blijven er verschillen van mening dan kun je als Rijksoverheid ook met meer gezag de knopen doorhakken omdat de uitvoerende partijen hun kans hebben gehad (en verspeeld).

 

Als het nieuwe kabinet voor dit partnerschap met de uitvoering kiest dan gloort er een nieuw begin dat wel eens veel sneller tot resultaat zal kunnen leiden dan het ongetwijfeld langdurige wetgevingsproces dat zal volgen, maar waarop niet gewacht hoeft te worden als het gaat om het vinden van praktische oplossingen. De zegen van een duurzame jeugdzorg binnen handbereik. Maar gezien de geschiedenis van kapot reorganiseren van de jeugdzorg blijft permanente alertheid geboden om te voorkomen dat de val van het kabinet slechts uitstel van executie van de jeugdzorg betekent.

 

Vacatures