Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Het wordt nooit meer zoals het nooit geweest is

Erik Gerritsen
Het kabinet is demissionair maar minister Rouvoet komt toch nog met zijn brief over de toekomst van de jeugdzorg. De Tweede Kamer heeft al aangegeven daar geen standpunt meer over in te nemen. Wel zal de parlementaire werkgroep toekomst jeugdzorg zelf nog met een rapport komen. Potentieel invloedrijk - zelfs na verkiezingen - als de werkgroep er in slaagt tot consensus te komen. Hierbij alvast wat losse tekstsuggesties.

De titel van het rapport zou kunnen luiden "200.000 kinderen roepen om hulp".

 

Het rapport zou natuurlijk moeten beginnen met een beschouwing over preventie, bijvoorbeeld als volgt:"De ervaring van pedagogen, psychologen en psychiaters leert telkens en telkens weer, dat de moeilijkheden met kinderen te laat worden aangegeven. Wat op jongere leeftijd gemakkelijk verholpen had kunnen worden, kan op latere leeftijd reeds zo verankerd zijn, dat de beste deskundigen slechts met leedwezen kunnen constateren dat de ouders - door onwetendheid, valse schaamte of anderszins - de gunstigste periode voor herstel van hun kind ongebruikt voorbij lieten gaan. Dit betekent dat veel leed bespaard had kunnen worden, indien deskundige instanties eerder in de arm waren genomen."

 

Om één en ander wat aanschouwelijker te maken zou even verderop in het rapport kunnen worden vervolgd met de volgende passage: "Wat zijn de moeilijkheden, voor welke tijdig advies had moeten worden gevraagd? Het antwoord luidt kort en bondig: al die moeilijkheden, die ge als ouders met rustig optreden niet of onvoldoende verhelpen kunt. Men denke aan: liegen, ziekelijk fantaseren, snoepzucht, alles verstoppen, stelen, bedwateren, eenzelvigheid, wreedheid, driftbuien, grote nerveus- en beweeglijkheid, jaloers-, achterlijk- en huiligerigheid, sexuele moeilijkheden, slechte concentratie, spraakstoornissen, moeilijkheden met leren, traagheid, slapeloosheid, eetbezwaren, zelfbevlekking, met ontlasting spelen en smeren, onhandelbaarheid in de vorm van brutaliteit, dwingerig-zijn, ongezeggelijkheid, sarren en vechten, gezichtsstrekkingen, dwanghandelingen, bewegingsstoornissen en zwerflust."

 

Uiteraard is een éénduidige pedagogische visie van groot belang. Daarover zou het rapport het volgende kunnen vermelden:"Het zijn alle uitingen die zorgen baren. Voor al deze verschijnselen geldt, dat bij te hard of te week aanpakken het middel dikwijls erger is dan de kwaal. Men zou een boekenkast vol kunnen schrijven over fouten, door ouders en verzorgers gemaakt ten aanzien van kinderen, die later in gestichten beland zijn en daar nooit hadden behoeven te komen als men tijdig had kunnen helpen. Bij de moeilijkheden die er al waren, kwam in die gevallen dan nog de nodeloze ontwrichting van het gezinsleven als extra complicatie".

 

Maar uiteraard is het rapport verder positief getoonzet. "Beter dan het opsommen van fouten, is het zoeken naar een middel om de misslagen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden." En volgt een groot aantal voorstellen ter verbetering van de situatie zoals "De school als oondgenoot" en "De medisch opvoedkundige bureaux als stoottroep". En "Ook in het repressieve werk is voorkomen beter dan genezen".  Wat nodig is is een "revolutionaire ommekeer" waarin het mogelijk is "tegen plichtverzakende en onmachtige ouders doeltreffend op te treden". Daarbij moet uitgangspunt zijn dat "niet toepassing van straf- en tuchtmaatregelen, maar in hoofdzaak de heropvoeding en verbetering der milieu-omstandigheden de meest productieve werkwijze is".

 

Natuurlijk staat het rapport in het teken van het fundamenteel veranderen van het aanzien van de jeugdzorg waarbij gebruik kan worden gemaakt van deze prachtige metafoor: "Zoals een schip, dat niet naar de eisen van de tijd verbeterd en verbouwd wordt, veroudert, zoals elk bedrijf dat niet ten onder wil gaan zich tijdig dient aan te passen, zo moet ook de kinderbescherming, wil zij op haar taak berekend blijven, haar bakens verzetten als het getij verloopt."

 

Een hele reeks maatregelen zal vervolgens in het rapport de revue passeren zoals bijvoorbeeld "Opleiding personeel gezins- en gestichtsverpleging", en "Strijd tegen versnippering door samenwerking....We zouden dan verlost zijn van het eeuwig vergaderen in te groot verband en het oneindig aantal commissies en rapporten, die uiteindelijk zo weinig vooruitgang gebracht hebben, hoeveel goeds ze ook aan voorstellen, ideeën en plannen inhielden."

 

En tot slot zal het rapport ook opmerkingen kunnen maken over het voorkomen van eerder gemaakte fouten. Twee laatste tekstsuggesties:"De ziekte van onze tijd, overigens niet vrij van nazi-smetten, is om alles te willen bundelen en overkoepelen. Daaruit vloeit ons streven niet voort daar wij, in tegenstelling met de ietwat fascistisch aandoende zucht tot regelen en dwingen van bovenaf, op grond van een critische beschouwing van de kinderbescherming de zwakke punten willen aangeven en door de correctie daarvan tot een betere opzet willen geraken". En "Het ontbrak nergens aan goede wil, evenmin aan grote toewijding, maar alles verzandde in onmacht, door versnippering en gemis aan deskundigheid. De overheid, die leiding had moeten geven, bleef - geremd door de gevolgen van haar bezuinigingspolitiek - op de achtergrond en volstond met te passieve controle."

 

Voor wie het tot aan de laatste twee passages nog niet had begrepen, de tekstvoorstellen zijn niet van mij afkomstig. Het zijn passages uit het rapport "Vijftigduizend kinderen roepen om hulp" meer specifiek uit het hoofdstuk "Van falende kinderbescherming tot doeltreffende bijzondere jeugdzorg" geschreven door D.Q.R. Mulock Houwer  (N.V. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1946).

 

We zijn dus al een tijdje bezig met "de jeugdzorg kwestie". En we zullen er nog wel een tijdje mee bezig blijven. Overigens is de oplossing waar Mulock Houwer uiteindelijk mee komt gezien zijn afkeer voor top down oplossingen nogal teleurstellend. "Gemeenschapsplicht, liefde en bekwaamheid moeten, verenigd in overheidsbemoeiing en particulier initiatief hun uitingsvorm vinden en als zodanig zou men de oplossing kunnen zoeken in een Centrale Raad voor de Bijzondere Jeugdzorg als nationale leidinggevende organisatie met de Arrondissemententsraden voor de Bijzondere Jeugdzorg als uitvoerende landelijke organen voor het preventieve en repressieve werk."

 

De eerste structuuroplossing na de Tweede Wereld Oorlog. Er zouden er nog velen volgen. En we worstelen nog steeds met het vraagstuk van een duurzame jeugdzorg. De geschiedenis leert ons een belangrijke les, maar loopt ook nogal vaak het risico zich te herhalen. Ik wens de parlementaire werkgroep veel wijsheid toe aangevuld met historisch besef. De aanpak is veelbelovend en vrij uniek. Optimisme is een morele plicht en daarom ga ik er van uit dat de parlementaire werkgroep de doorbraak zal realiseren waar de Nederlandse Jeugdzorg al sinds 1945 op wacht.

Vacatures