Half werk
Mijn ijkpunten voor de beoordeling van het kabinetsstandpunt staan uitgebreid beschreven in mijn eerdere weblogs. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik de voorstellen voor meer inzetten op eigen kracht (conferenties), investeren in Centra voor Jeugd en Gezin, het afschaffen van de indicatiestelling, het ontwikkelen van langdurige stut en steunmaatregelen ("waakvlambegeleiding") voor chronische jeugdzorgproblematiek en de impulsen voor verdere professionalisering van harte ondersteun. Ook de financiële ontschotting waarbij de huidige provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg en LVG-doelgroep (AWBZ) onder de financiële verantwoordelijkheid wordt gebracht van de gemeenten is een majeure wending te goede.
Ronduit teleurstellend is dat de ook door het kabinet onderkende noodzaak om te komen tot integrale financiering niet consistent wordt doorgevoerd. De jeugd-GGZ blijft volledig onder het zorgverzekeringsregime vallen. Voor die JGGZ-cliënten die verder geen beroep doen op andere vormen van jeugdzorg is dat zeker verdedigbaar en dat gaat om de grootste groep. Maar het is onbegrijpelijk dat de financiering voor JGGZ-cliënten die in de multi problem hoek zitten niet ook ontschot wordt. Juist voor de meest kwetsbare groep waar perverse niet-samenwerkingsprikkels moeten worden opgeruimd blijven die perverse prikkels in stand. Het zelfde geldt voor de uitzondering die wordt gemaakt voor de langdurige begeleiding die in het AWBZ-regime blijft. Half werk ten koste van de meest kwestbare kinderen.
Het is met de overheveling van alle verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg naar de gemeenten logisch dat gemeenten wettelijk verplicht worden om in verband met het realiseren van voldoende schaalgrootte samen te werken. Maar waarom dit persé in heel Nederland op de schaal van de GGD/veiligheidsregio's moet zijn ontgaat mij. Hier wreekt zich weer het typische Haagse sjabloon en top down denken. Het risico hiervan is dat dit zal leiden tot onnodige en kostbare reorganisaties (fusies/splitsingen) van met name de Bureaus Jeugdzorg die afleiden van waar het om moet gaan. Het bevorderen van de veilige ontwikkeling van kinderen. Ik pleit voor het bieden van ruimte voor maatwerk per regio, waarbij het aan samenwerkende gemeenten wordt overgelaten op welke schaal zij willen samenwerken.
Van een echt fundamentele en zeer schadelijke denkfout is sprake als het gaat om het plan om de huidige toegangstaken (vrijwillige tak) van de bureaus jeugdzorg in het geheel onder te brengen bij de CJG's. Een typisch staaltje van structuurdenken gebaseerd op onvoldoende inzicht in de uitvoeringspraktijk. En ook in strijd met de doelstelling om de CJG's laagdrempelig te houden. Een groot deel van de cliënten die immers op dit moment in het vrijwillige kader onder de verantwoordelijkheid van de BJZ's vallen betreft gezinnen met ouders die niet willen of kunnen meewerken maar dat onder de dreiging van dwangmaatregelen toch nog doen. Als die groep onder de verantwoordelijkheid van de CJG's komt te vallen zal het laagdrempelige karakter ervan snel verdwijnen en zullen ouders die wel willen en kunnen net zo terughoudend worden om gebruik te maken van de diensten van het CJG als nu met betrekking tot de BJZ's. Ik pleit dus voor het denken in doelgroepen (ouders die wel willen en kunnen versus ouders die niet willen en/of kunnen) in plaats van het denken in structuren (vrijwillig versus gedwongen/justitieel).
De redenering van het kabinet om alleen de justitiële BJZ-taken (jeugdbescherming en jeugdreclassering) afzonderlijk te organiseren teneinde het laagdrempelige karakter van de CJG's te waarborgen is in dit verband een hele vreemde. Dat betreft immers taken die aan de orde zijn nadat de rechter een ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of jeugdreclasseringsmaatregel heeft uitgesproken. Het in gang zetten van zo'n gerechtelijke uitspraak (via de Raad voor de Kinderbescherming) moet dan dus gebeuren vanuit het CJG. En dan wordt het CJG dus de instantie die je kinderen weghaalt en waar je dus beter weg kan blijven.
Een ander mooi voorbeeld van structuurdenken is het voorstel om de AMK-taken bij de BJZ's weg te halen en te verdelen over de meldpunten huiselijk geweld (de aanmeldfuntie) en de Raad voor de Kinderbescherming (de onderzoekstaken). Vanuit de ivoren haagse torens lijkt dit logisch. Meldtaken fuseren met meldtaken. Onderzoekstaken fuseren met onderzoekstaken. Los van de ook hier onnodige en kostbare reorganisaties gaat dit voorstel volledig voorbij aan de uitvoeringspraktijk en inhoud van het werk van de AMK's. De meldfunctie vervult op dit moment een belangrijke advies en consulttaak en is vaak het begin van de inzet van "gedwongen vrijwillige hulp" vanuit de BJZ's. Het grootste deel van de AMK-onderzoeken leiden niet tot een melding bij de RvdK en een verzoek aan de Rechter, maar tot de inzet van "gedwongen vrijwillige hulp" vanuit de BJZ's. Vanuit harkjes denken ziet er er prachtig gestroomlijn uit, maar de inhoudelijke meerwaarde ontgaat mij.
En dan het voorgestelde zeer ingewikkelde (o.a. de tijdelijke centrale aansturing van JB/JR-taken) en met vele onzekerheden omgeven "transitieproces" dat - met een voorbereidingsperiode tot 2014 - tot 2018 moet gaan duren. Natuurlijk is het verstandig om majeure veranderingen zorgvuldig voor te bereiden en geleidelijk en al lerende in te voeren. Natuurlijk is het van belang om de gemeenten pas verantwoordelijk te maken als ze over voldoende bestuurskracht beschikken. Maar iedereen die een beetje verstand heeft van effectief veranderen weet ook dat je majeure veranderingsprocessen niet te lang moet laten voortslepen. Dat is vragen om problemen. Veranderpijn moet je niet te lang laten duren. En als je als Rijksoverheid gemeenten verantwoordelijk wilt maken, maak ze dat dan ook en vertrouw er op dat ze die verantwoordelijkheid ook zullen nemen. Durf dan ook om los te laten in plaats van te werken met "bungelconstructies". Kortom, wat het uiteindelijke voorstel van het nieuwe kabinet ook wordt, gebruik een periode tot 2012 voor voorbereiden en experimenteren en ga dan gewoon doen wat in de praktijk van experimenteren succesvol is gebleken. Laat de praktijk spreken in plaats van dat je een top down bedacht slabloon uitrolt. De geschiedenis leert dat de ellende anders niet te overzien is.
Tot slot valt op dat het kabinetsstandpunt uit gaat van de bekende boekhoudersbenadering dat alles moet passen binnen de bestaande financiële kaders van jaar tot jaar. Op zich een begrijpelijk en verdedigbaar standpunt maar daarmee wordt om de hete brij heen gelopen. Het is leuk om te praten over meer investeren in voorkomen in plaats van genezen, van investeren in eigen kracht en van investeren in professionalisering, maar als je niet aangeeft hoe dat gefinancierd moet worden dan steek je je kop in het zand. In mijn vorige weblog pleitte ik in dit verband voor het maken van een maatschappelijke business case. Wachten tot ergens in 2014-2018 de financiële prikkels als gevolg van ontschotting van geldstromen wellicht meer vanzelf tot de juiste kosten/baten afwegingen gaan leiden betekent het verspillen van kostbare tijd om ook eerder meer resultaat te boeken voor de meest kwetsbare burgers van ons land.