De schaduwkant van preventie
Met 95% van de Nederlandse kinderen gaat het (uiteindelijk) goed en deze groep behoort ook tot de gelukkigste van de wereld. Circa 5% van de kinderen in Nederland heeft te maken met zwaardere en vaak ook chronische problematiek. Een veel groter percentage van de Nederlandse kinderen krijgt op enig moment te maken met meer of minder ernstige problemen. Deze cijfers betekenen dat in het huidige bij lange na niet optimaal werkende stelsel van jeugdzorg een grote groep kinderen ondanks ontbrekende of suboptimale hulpverlening op eigen kracht weer boven Jan komt. De meeste kinderen beschikken over veel veerkracht.
Dit gegeven roept de vraag op hoe ver je moet gaan met het investeren in preventie bijvoorbeeld als het gaat om het vroegtijdig signaleren van potentiële ontwikkelingsrisico's en het op basis daarvan ook zeer vroegtijdig interveniëren. Het zou wel eens zou kunnen zijn dat daarvan een stigmatiserend en zichzelf waarmakend effect van uit gaat (medicalisering), waardoor het percentage probleemkinderen groter wordt dan nodig. Te vroeg hulpverlening inzetten kan het ontplooien van veerkracht belemmeren en vervolgens verslavend gaan werken.
Als het zo is dat veel kinderen die in de problemen komen daar ook min of meer op eigen kracht weer uit komen dan mag en moet de vraag gesteld worden of een fixatie op meer preventie waarvan sprake lijkt te zijn in veel beleidsvisies wel de beste weg is richting een duurzame jeugdzorg. Zeker als die fixatie in tijden van grote budgettaire schaarste ten koste gaat van het oplossen van de zwaardere jeugdzorgproblematiek. Scherp gesteld wordt dan wellicht onnodig geïnvesteerd in kinderen die anders ook wel weer op hun pootjes terecht zouden zijn gekomen ten koste van de meest kwetsbare kinderen die de hulpverlening juist het hardste nodig hebben.
Er valt dan ook uit een oogpunt van effectieve en rechtvaardige besteding van schaarse financiën en het voorkomen van onnodige medicalisering en hulpverslaving mijns inziens veel te zeggen voor het wachten met vormen van vroegtijdige interventie tot dat problemen zich daadwerkelijk (in plaats van alleen potentieel) manifesteren in combinatie met het hebben van een hoog risicoprofiel.