Tijdelijk en kwetsbaar
De meest kwetsbare groep betreft de ambtenaren met een tijdelijke aanstelling. De centrale overheidswerkgever heeft ruime mogelijkheden om ambtenaren niet onmiddellijk vast aan zich te binden, en maakt daar veel gebruik van. Artikel 6 lid 2 van het ambtenarenreglement (ARAR) biedt een handvol grondslagen voor tijdelijke aanstellingen.
De meest voorkomende tijdelijke aanstelling is de proeftijdaanstelling. Ook de grond van lid 2 onder c (voor het verrichten van werkzaamheden waarvoor slechts tijdelijk een beroep op de arbeidsmarkt kan worden gedaan) wordt veel gebruikt. De rechtspositie die hoort bij deze aanstellingsgronden verschilt behoorlijk. Een proeftijdaanstelling moet worden omgezet in een vaste aanstelling indien is gebleken dat de ambtenaar ‘aan redelijk te stellen eisen’ voldoet. De overheidswerkgever heeft weinig mogelijkheden om hier aan te ontkomen. Het riante uitzicht op een vaste aanstelling is echter niet weggelegd voor ambtenaren met een ‘2 onder c aanstelling’. Voor deze ambtenaren zal het einde van de aanstellingsperiode ook vaak echt het einde zijn.
Maar ook hier kan het ambtenarenrecht verrassingen in petto hebben. De regels van flexibiliteit en zekerheid zijn ook in de ambtelijke rechtspositieregeling verwerkt. Er zijn grenzen aan het aantal opvolgende tijdelijke aanstellingen, en aan de maximale duur van de totale keten van aanstellingen. De vierde tijdelijke aanstelling op rij geldt als een aanstelling in vaste dienst, als er tenminste geen gaten van meer dan 3 maanden in de keten zijn gevallen. Ook als meerdere tijdelijke aanstellingen in totaal een periode van meer dan 36 maanden omvatten, geldt de laatste tijdelijke aanstelling als een vaste aanstelling. Goed tellen dus. En het wordt helemaal tricky als de tijdelijk aangestelde ambtenaar eerst op uitzendbasis dezelfde werkzaamheden verrichtte. Die uitzendperiode telt dan ook mee in de keten van aanstellingen.
Een valkuil is de stilzwijgende verlenging. Het komt voor dat de afdeling P&O even niet goed oplet. Als de afloop van een proeftijdaanstelling niet wordt onderkend en de ambtenaar verricht daarná ook nog gewoon zijn werkzaamheden, is deze ambtenaar in vaste dienst zonder dat er nog een toetsmoment kan worden ingelast. Voor de andere tijdelijke aanstellingsgronden geldt dat in zo’n geval de aanstelling nog eens op dezelfde voorwaarden is verlengd. En dat kan in combinatie met de ketenregeling betekenen dat ook dan een vaste aanstelling is verleend.
Tijdelijke aanstellingen zijn dus vanuit verschillende invalshoeken kwetsbaar. Het ligt voor de hand dat deze groep ambtenaren de eerste klappen van een bezuinigingsronde zal opvangen. Maar tijdelijke aanstellingen zijn ook gevoelig voor juridische fouten, met soms onverwachte gevolgen.
Anja Hoffmans
Clingendael Advocaten