Volg ons op: , 31398 LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Adverteren BB Magazine

Ontmanteling hennepkwekerij met bestuursdwang: wie draait op voor de kosten?

0 reacties

Afbeeldingmr. J.J.M. Pinners (Juliëtte)

 

Raad van State 1 augustus 2012 (LJN BX3247)

Op 1 augustus 2012 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een opmerkelijke uitspraak gedaan die van belang kan zijn voor zowel gemeenten die bestuursdwang toepassen wegens illegale hennepteelt en de kosten daarvan op de eigenaar en exploitant van het perceel willen verhalen als voor eigenaren en exploitanten van onroerend goed die te maken krijgen met bestuursdwang in verband met hennepteelt  op het perceel door hun huurders.

Recreatiepark Fort Oranje exploiteert een vrij groot kampeerterrein in Rijsbergen, genaamd Fort Oranje. Tijdens een controle in 2010 bleek dat vijf (sta)caravans van de in totaal ongeveer 630 caravans werden gebruikt als hennepkwekerij. Het college van burgemeester en wethouders van Zundert greep in en paste met spoed (en zonder voorafgaande last) bestuursdwang toe wegens handelen in strijd met het bestemmingsplan en gevaar voor de veiligheid en gezondheid van campinggasten.

Het college betoogt in een door haar tegen de eigenaar van het recreatiepark aanhangig gemaakte procedure onder verwijzing naar artikel 5:25 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat de exploitant van het recreatiepark de kosten van de toegepaste bestuursdwang moet betalen. Op grond van deze bepaling is de “overtreder” de kosten verbonden aan de bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijs niet of niet helemaal voor zijn rekening behoren te komen.

Maar wie is in dit geval nu de overtreder? Kan dat de eigenaar en exploitant van het recreatiepark zijn, hoewel zij naar haar zeggen geen weet had van de hennepteelt en de hennepteelt plaatsvond in een aantal stacaravans op haar kampeerterrein, die in eigendom zijn bij haar huurders? De eigenaar stelde zich op het standpunt dat zij geen “overtreder” is als bedoeld in artikel 5:25 lid 1 Awb. Zij voert in dat verband aan dat zij aanzienlijke inspanningen levert om illegale praktijken op haar kampeerterrein te achterhalen en dat zij bij de politie in het verleden melding heeft gemaakt van verdenkingen van hennepteelt in stacaravans op haar perceel. Ook voert zij aan dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan door de huurovereenkomsten en de kopieën van de legitimatiebewijzen van de huurders van de stacaravans te overleggen. Zij wijst er daarnaast op dat haar bestuurder in 2009 is mishandeld door personen die waarschijnlijk betrokken zijn bij hennepteelt op de camping, zodat uit veiligheidsoverwegingen van haar niet gevergd kan worden dat zij als eerste stappen onderneemt om hennepkwekerijen op haar perceel te ontruimen.
 
Dit verweer van de het recreatiepark overtuigt de Afdeling niet.  De Afdeling oordeelt dat de eigenaar van het recreatiepark Fort Oranje weldegelijk als overtreder kan worden aangemerkt en dat de kosten van bestuursdwang dus ook op haar kunnen worden verhaald. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak uit  2011, waarin is geoordeeld dat van een eigenaar van een pand mag worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurder pand wordt gemaakt. Een eigenaar van een pand moet dus aannemelijk maken dat hij niet wist en ook niet kon weten dat het pand als hennepkwekerij wordt gebruikt. Het ligt op zijn weg om het gebruik van het verhuurde pand te controleren. De Afdeling zegt nu expliciet in de uitspraak van 1 augustus 2012 dat dit ook geldt voor eigenaren van verhuurde standplaatsen op een kampeerterrein, waar kampeermiddelen (lees: caravans) worden gebruikt voor de hennepteelt.

De Afdeling licht daarbij toe dat van Recreatiepark  Fort Oranje als professionele exploitant mag worden verwacht dat zij beschikt over een organisatie die is toegerust op het reguliere toezicht van het kampeerterrein en de daarop gesitueerde stacaravans, en dat zij binnen dat kader periodiek moet controleren of de kampeermiddelen illegaal worden gebruikt. Recreatiepark Fort Oranje heeft volgens de Afdeling onvoldoende ondernomen om zich informeren over het gebruik van de stacaravans op de door haar verhuurde standplaatsen. Het bijhouden van een administratie van de identiteit van de huurders en het kunnen overleggen van kopieën van legitimatiebewijzen van de huurders aan de gemeentelijke instanties nadat een overtreding is geconstateerd, legt niet voldoende gewicht in de schaal: dat kan volgens de Afdeling niet als een voldoende adequaat toezicht op het gebruik van de kampeermiddelen gelden. Ook met het (naar zeggen van de exploitant) één maal per jaar controleren van het stroomverbruikmeters van de stacaravans en het maandelijks controleren van vier op het terrein aanwezige transformatorhuisjes maakt de exploitant volgens de Afdeling niet aannemelijk dat zij heeft voldaan aan de eisen die aan haar als professioneel verhuurder kunnen worden gesteld om te voorkomen dat in strijd met artikel 1a van de Woningwet de door haar verhuurder standplaatsen worden gebruikt op een wijze die een gevaar voor de gezondheid of veiligheid.

De hoogste bestuursrechter is dus van oordeel dat een exploitant van een kampeerterrein  voor  (sta)caravans,  periodiek moet controleren of in de caravans op het kampeerterrein activiteiten  plaatsvinden die in strijd zijn met het bestemmingsplan, zoals illegale hennepteelt. 

Deze uitspraak roept wel enige vragen op: zo rijst onder meer de vraag op welke wijze de exploitant toezicht had moeten houden om te voorkomen dat één of meerdere van haar standplaatsen door de betreffende huurders wordt gebruikt ten behoeve van illegale hennepteelt. Wat mag in dit verband redelijkerwijs van de exploitant van een kampeerterrein als het onderhavige (630 standplaatsen) worden verwacht?
Mogelijk dat in deze zaak onder meer de grootte van het kampeerterrein – maar liefst 630 standplaatsen – én het feit dat er eerder hennepteelt was aangetroffen in diverse stacaravans op het terrein én het feit dat ook nog eens de brandveiligheid niet op orde bleek, op de achtergrond heeft meegespeeld bij het oordeel van de Afdeling dat de exploitant “onvoldoende had ondernomen” om zich te informeren over het gebruik van de stacaravans op de door haar verhuurde standplaatsen. In het licht van dié feiten, die niet uit de uitspraak blijken maar uit eerdere uitspraken tussen partijen (LJN nr. BX3247 en LJN nr. BT2855), zou wellicht begrip kunnen worden opgebracht voor de materiële uitkomst van deze zaak. Dat neemt echter niet weg dat het jammer en onbevredigend is dat de Afdeling haar oordeel in deze zaak zo mager motiveert. Te meer omdat in deze procedure kennelijk door de exploitant van het kampeerterrein onweersproken naar voren is gebracht dat haar bestuurder in 2009 is mishandeld door personen die waarschijnlijk betrokken zijn bij hennepteelt op de camping  en de Afdeling daar in haar oordeel niet op ingaat. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

 mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Wetgeving Gebiedsontwikkeling

AfbeeldingIn dit handige boekje hebben wij een aantal wettelijke voorschriften gebundeld, zoals de Wet Ruimtelijke Ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Onteigeningswet. De inhoud is bijgewerkt tot 1 januari 2013.

 

BESTEL GRATIS

 

Afbeelding