Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Waterschap politieke speelbal

4 reacties
Hogere kosten en jarenlange reorganisaties zijn het gevolg van gedwongen fusie van waterschappen met provincies.

Nu de verkiezingsprogramma’s vastgesteld zijn, kunnen we de balans opmaken hoe in de politiek gedacht wordt over de toekomst van de waterschappen. Een meerderheid is duidelijk voor het opheffen van het waterschapsbestuur en het onderbrengen van de waterschappen als uitvoeringsorganisaties bij de provincies.

 

Alleen VVD, ChristenUnie en SGP zijn voor het handhaven van wateschappen als een zelfstandige functionele democratie, zoals in de grondwet is verankerd. Het CDA ging met een nipte meerderheid van 51 procent akkoord met het onderbrengen bij provincies.

 

Met het opheffen van de waterschapsbesturen vervalt ook de belangenvertegenwoordiging van de geborgde zetels. Nu zijn ongebouwd, bedrijfsgebouwd en het bosschap nog in het bestuur vertegenwoordigd om hun specifieke belangen te waarborgen. Ook betekent het dat algemene lijsten, die juist als doel hadden de waterbelangen van een bepaalde achterban te vertegenwoordigen weer moeten verdwijnen.

 

Wat dreigt, is dat het meer op de lange termijn gerichte waterbeleid ondergeschikt wordt aan het korte termijn beleid waarmee de politieke lijsten de gunst van de kiezers kunnen winnen. Ook een nationaal fonds voor de financiering van de waterveiligheid dreigt straks speelbal te worden bij de noodzakelijke bezuinigingen. Dat komt omdat de beoogde besparingen bij het opheffen van de waterschapsbesturen en de opsplitsing van de waterschappen niet op korte termijn behaald worden.

 

In de verkiezingsprogramma’s van de partijen die de waterschapsbesturen willen opheffen, wordt niet gesproken over het opschalen van de provincies. Alleen D66 wil overgaan tot de vorming van landsdelen. Consequentie van deze visie is dat meer dan de helft van alle waterschappen moet worden opgesplitst, en hun beheersgebied moet worden herverdeeld op basis van provinciale grenzen. Opschaling van waterschappen op basis van een meer logische indeling van stroomgebieden wordt daarmee afgewezen. Dit leidt tot een omgekeerde beweging in waterschapsland en minder doelmatig waterbeheer.

 

Het valt te betwijfelen of de besparing van 18 miljoen op de bestuurlijke kosten ooit wordt gehaald. Zo moet bijvoorbeeld de provincie Drenthe haar eigen waterschap krijgen! Wat te denken van waterschap Rivierenland dat opgesplitst moet worden in 4 aparte stukken. De provincies Gelderland, Noord Brabant, Utrecht en Zuid Holland moeten dan het waterbeheer op elkaar afstemmen. In plaats van minder bestuurlijke drukte, wordt het omgekeerde bereikt.

 

Een ander voorbeeld is waterschap Vallei en Eem. Hier dreigt het historische conflict tussen de Hertog van Gelre en de bisschop van Utrecht nieuw leven te worden ingeblazen. Maatregelen in Gelderland zijn namelijk van directe invloed op het oppervlak en grondwaterbeheer in Utrecht.

 

Het idee om waterschappen bij provincies onder te brengen zet een rem op doelmatiger waterbeheer. Samenwerking tussen waterschappen en gemeentes op het terrein van de afvalwaterketen en belastingheffing worden ernstig vertraagd. Mogelijke fusies tussen waterschappen worden op de lange baan geschoven. De eerste slachtoffers lijken de waterschappen Veluwe en Vallei & Eem te worden. De provincie Utrecht heeft zich al uitgesproken tegen de voorgestelde fusie.

 

Het is jammer dat de meeste partijen de adviezen van de commissie-Kalden over het openbaar bestuur niet ter harte hebben genomen. De kans is nu groot dat de burger uiteindelijk toch de rekening moet betalen voor deze ondoordachte visie van politieke partijen. Of de burger dit in de gaten heeft moet helaas worden betwijfeld. Het is te hopen dat in het publieke debat de haalbaarheid en betaalbaarheid worden beoordeeld. Daarnaast valt te hopen dat bij het doorrekenen van de politieke programma’s de financiële realiteit voldoende naar voren komt.

 

G.J. van den Brandhof, heemraad namens de ChristenUnie van Waterschap Veluwe

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door burger op
Dat bedoel ik dus. Alweer zo'n bobo met een monoloog zonder witregels.

Door burger op
Zonder de precieze details te kennen, heb ik toch ook het gevoel dat hier een typisch "van de regen in de drup"-verhaal aan de gang is, waarbij politici allerlei dingen roepen zonder zich te bekommeren of die een basis hebben in de realiteit. Het doet een beetje denken aan het gevecht een paar jaar geleden tussen provincies en grote steden over wie nummer 1 mocht zijn bij de rampenbestrijding. Met rampenbestrijding had het eigenlijk heel weinig te maken, wel veel met de ego's van bestuursbobo's.
Door John Steegh  (oud-statenlid, oud-hoogheemraad, oudwethouder (GroenLinks))op
In BB 17/18 vraagt heemraad Van den Brandhof (CU) van waterschap Veluwe aandacht voor het nut van waterschappen. Hij noemt een aantal redenen waarom het dom is het waterschap als ‘zelfstandige functionele democratie’ op te heffen. In reactie daarop spuwt Statenlid Harpe (Groen-Links) in BB 19 zijn gal over de waterschappen. Op dezelfde pagina krijgt gedeputeerde Jansen de kans te betogen dat provincies het bestuurlijke werk van waterschappen zó over kunnen nemen.

Mij verbaast de verbetenheid waarmee de overigens ten onrechte als ‘oudste democratische lichamen’ aangeduide waterschappen worden aangevallen, met niet valide argumenten. Bang voor eígen voortbestaan slaan provinciebestuurders wel erg wild om zich heen. ‘De provincies kunnen het er makkelijk bij doen’ is de oratio-pro-domo die je van provinciebestuurders hoort. Dit argument gaat hooguit op voor Flevoland, Friesland, Limburg en Zeeland.

Vele waterschappen zijn provinciegrensoverschrijdend en onderbrengen bij de provincie zal de bestuurlijke drukte doen toenemen. ‘De waterschappen heffen ten onrechte belasting van mensen die bij de taakuitoefening van het waterschap geen belang hebben’ is de grijsgedraaide plaat van Harpe.

Maar door de extreme afhankelijkheid van provincies en gemeenten van Provincie- en Gemeentefonds, gefinancierd uit rijksmiddelen, betaalt iedere Nederlander mee aan het geld dat in Zeeland aan wegen en cultuur wordt uitgegeven. De pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet. ‘Opheffen van waterschappen bespaart 400 miljoen euro.’ orakelt het IPO en Harpe neemt dat getal klakkeloos over. Dat daarbij de 100 miljoen euro wordt meegeteld die de waterschappen zelf hebben aangedragen in het kader van de operatie Storm is een ergerlijke vorm van bestuurlijk landjepik.

‘Als je al waterschappen zou moeten hebben, dan ook ‘beterschappen’ voor volksgezondheid’ enz. Die ‘beterschappen’ hebben we toch allang? Die heten ziektekostenverzekeraars. En menig verzekerde zou graag net zoveel invloed willen hebben op die verzekeraars als inwoners bij het waterschap hebben, al kan het beter. Niet alles kan via de algemene democratie voldoende democratisch én doelmatig worden geregeld.

Dé succesfactor van de waterschappen is het eigen belastinggebied en eigen democratische controle daarop. Waterschappen zijn daardoor gelukkig geen uitvoeringsloketten van de rijksoverheid. De waterschapsdemocratie moet beter, niet afgeschaft.
Door Leen Harpe  (fractievoorzitter Statenfractie GroenLinks Zeeland)op

Het artikel van de heer Van den Brandhof in BB17/18 over de waterschappen behoeft enige nuancering. Zonder onderbouwing worden stellingen geponeerd, die pleiten voor het instandhouden van de belangenverstrengelende waterschapsorganisatie.

 

In 1987 wordt de ontwerp- Waterschapswet bij de Tweede Kamer ingediend. Onder het motto: ‘Iedere Nederlander heeft belang bij de taken van het waterschap’ gaan in 1995 ook ‘ingezetenen’ belasting betalen. Heel Nederland heeft nu zeker in financiële zin met het waterschap te maken.

 

De vraag blijft of stedelijke gebieden een waterstaatkundig belang hebben bij de taken van het waterschap. In de jaren ’90 ontstond er een discussie over het financiële draagvlak van de waterschappen. Uit economische overwegingen is vervolgens gekozen voor uitbreiding van het gereglementeerde gebied in onder andere de provincie Gelderland. Provinciebestuurders konden de burgers niet duidelijk maken, waarom de droge en hooggelegen Veluwe opeens polderschapslasten moest gaan betalen.

 

Toenmalig CDA-gedeputeerde Te Bokkel laveerde het voorstel handig door de staten om vervolgens zelf de dijkgrafelijke zetel van uiteindelijk het waterschap Veluwe te bestijgen. Te Bokkel heeft meegewerkt aan de totstandkoming van twee nieuwe waterschappen in de Vallei en op de Veluwe. De dijkgraven van destijds de waterschappen Oost-Veluwe en Noordwest-Veluwe moesten aan een dijkgrafelijk baantje worden geholpen, vandaar!

 

Van den Brandhof is ‘gewoon’ per definitie tegen het opheffen van de waterschappen. Maar er is helemaal geen vierde bestuurslaag nodig voor het uitvoeren van de regionale waterbeheerstaken. Met opheffen wordt de ‘bestuurlijke drukte’ tegengegaan en dat wil Van den Brandhofs ChristenUnie ook! Bovendien wordt hiermee jaarlijks circa 400 miljoen euro bespaard.

 

Ronduit misplaatst is zijn opmerking dat: "De burger uiteindelijk de rekening moet betalen." Het zijn in de jaren 90 de waterschappen geweest die burgers in steden en dorpen onnodig de rekening hebben laten betalen. Dat geld kan nu eindelijk terug.

 

Het dreigement dat waterschappen als historisch relict moeten blijven bestaan omdat de wateropgave anders speelbal dreigt te worden van politiek noodzakelijk geachte bezuinigingen is een bekend waterschapsgeluid. Zou dat kloppen dan hebben wij voor de gezondheidszorg behoefte aan een ‘Beterschap’; voor eertijds de staatskerk een ‘Heerschap’; en voor de natuurorganisaties een ‘Rentmeesterschap’.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen