of 58959 LinkedIn

Vroom & Dreesmann

Remco Bosma en Arie Molenkamp 3 reacties

Net voor de kerst melden de drie retailreuzen V&D, DA-drogisterijen en Macintosh dat ze het niet meer redden. Op nu.nl fulmineert een retaildeskundige daarop zijn visie; "visieloze bedrijven die niet weten hoe ze het anders moeten doen en hoe ze zich moeten onderscheiden" en "het zijn wél de consequenties van het eigen falen". In het tijdperk zonder internet was V&D de plek waar je kon zien wat er allemaal te koop was en dat onder één winkeldak. Tijden kunnen veranderen.

Bij een winkelbedrijf gaat het uiteindelijk om het aantal verkooptransacties dat je doet en de waarde die je per transactie toevoegt. Als je als management die cijfers kritisch genoeg zou analyseren, ook als het nog niet fout dreigt te gaan, herken je tijdig de trend dat het op termijn met de bestaande formule ophoudt. Ingrijpen is dan nog mogelijk.

 

Dan hebben we het in het openbaar bestuur toch maar gemakkelijk; onze bestaanszekerheid is veilig in de wet verankerd, evenals ons (belasting)inkomen. Maar hoe zitten we er eigenlijk echt bij…? Hebben wij onze producten wel helder gedefinieerd en onderzoeken we ook of er echt vraag naar is? Hebben wij wel inzicht in kostprijs en dekkingsgraad van de vergoedingen? Wij zullen u helpen: u beschikt waarschijnlijk over een vrij abstract ingerichte planning en control-cyclus, met uitsluitend inputsturing en een incrementele begroting. Daarmee weet u echt niet waar u staat en hoe goed of slecht u het doet. U (h)erkent dus ook niet dat er eventueel moet worden ingegrepen om naderend onheil af te wenden.

 

Wij horen u denken ...... de overheid kent toch een in de wet geborgde positie? Dat klopt, maar dat neemt niet weg dat het ook onze taak is om te sturen en aangehaakt te blijven. Als we dat niet doen, dan loopt het ook bij ons fout af. Alleen spreken wij publiekelijk nooit over een naderend faillissement. Wij doen dat anders. De periodiek doorgevoerde stelselwijzigingen, de opgedragen herindelingen, de verplichte deelname in gemeenschappelijke regelingen en de uitgevoerde bewegingen van centralisaties en decentralisaties van specifieke taakgebieden zijn toch echt de bij ons gebruikelijke interventies. De uitvoering is dan zodanig uit de band geschoten, dat het niet is te verwachten dat deze nog vanuit de zelfde opzet afdoende is bij te sturen.

 

Hoewel niemand zich echt senang voelt met de bovengenoemde opgelegde structuurwijzigingen, ingrepen die bijna altijd gepaard gaan met een of andere taakstelling, weet ook iedereen dat er nauwelijks aan te ontkomen is. Hoewel…? Moeten we toch niet iets strakker kijken wat we doen, hoe we het doen en wat we kunnen voorkomen? Dat er afdoende ruimte is voor verbetering blijkt wel uit de rapporten van de betrokken rekenkamers die ons gevraagd en ongevraagd informeren. Misschien toch een gesprek aangaan met de concerncontroller? Een tip: bevraag hem of haar aan het einde van de nieuwjaarsborrel; kinderen en dronken mensen spreken altijd de waarheid.

 

Remco Bosma, lid Provincie Staten van Flevoland.
Arie Molenkamp, bestuurslid Kenniskring Auditing Decentrale Overheden

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Hart (Controller) op
Het faillissement van een publiek orgaan is ook via de wet geregeld. Tevens zijn er in de betreffende wetten opties opgenomen, wat te doen bij een naderend of bij een "bankroet" van het orgaan.
Een ondernemer in de private sector kan en zal failliet gaan als deze de marktontwikkelingen niet goed inschat. En dat is niet erg. De ondernemer heeft zijn kans gehad, en door het bankroet maakt deze ruimte voor een alternatief.
Jammer genoeg geldt dit niet voor een falende publiek orgaan. Het management en bestuur blijft vaak zitten en het falende orgaan, ontvangt zelfs extra geld. Wat denk je, wat voor gedrag deze oplossing oplevert?
De publieke sector heeft geen concurrentie en daarmee vervalt een heel belangrijke factor in het gezond houden van de sector. Concurrentie zorgt voor betere kwaliteit en scherpe prijzen. Dat laatste ontstaat omdat de klant die via onderhandelingen of via aankopen bij andere concurrenten dit kan afdwingen.
Tevens werkt de ondernemer met zijn eigen geld, en wilt dit dus zo goed mogelijk inzitten. De publieke sector werkt met het geld van anderen. Geld uitgeven wat niet van je zelf is, is nu eenmaal makkelijker dan je eigen geld uitgeven. Zie de ondersteuning van voetbalclubs. Ik denk niet dat mensen, hun spaargeld gaan inzitten om hun voetbalclub te redden. Iedereen weet dat dit een bodemloze put is. Maar, toch zie je vaak dat burgers van de gemeente eisen, dat dit toch gebeurd. Maar, ook dit kost de burger geld. Vroeg of laat moet er een verlies gelden worden, en de burger wordt of geconfronteerd met hogere lasten of minder voorzieningen.
Een van de essentiële elementen van onze kapitalistisch systeem is dat iedereen zijn eigen geld kan investeren in activiteiten en de voordelen ervan mag behouden. Trouwens, er is geen garantie dat een investering ook winst oplevert. Geen enkele burger of bedrijf gaat zijn zuur verdiend geld investeren om verlies te lijden.
De publieke en private sector zijn twee verschillende werelden met haar eigen waarden en normen. Dit moet je NIET mengen noch ondersteunen.
Door Ries Oonk op
Alles wat in de komende jaren geautomatiseerd kan worden zal worden geautomatiseerd. Dat betekent onheroepelijk schaalvergroting voor gemeenten en verlies van heel veel formatie op uitvoerend èn managementniveau. Laten we eerlijk zijn: de meeste gemeenten kunnen prima met de helft tot tweederde van het personeel worden bestuur (misschien zelfs wel beter!)
Door Fred Daane (kritisch AVRO-lid) op
De uitvoering van de Participatiewet heeft op de laatste maanden mijn aandacht en ik verbaas me soms over het gemak waarmee door de mensen uit dat veld wordt volstaan met een houding van 'dit zijn de regels, en zo wordt het spel gespeeld'. Alsof verantwoordelijkheid samenvalt met bevoegdheden. Op een moment dat ik tegen een oud-wethouder zei, dat ik onze wethouder belast met de uitvoering van de wet niet benijdde, haalde die oud- wethouder zijn schouders op: "Kunst en cultuur, dat is pas moeilijk, sociale dienst: ach, niks meer dan wat regeltjes volgen en toepassen." Zo'n houding, is een opmaat naar een faillissement, een moreel faillissement. Vanuit zo'n houding naar cijfertjes kijken levert op zijn best maatregelen op waarmee gered kan worden wat er te redden valt, damage control, en geen verrassende kijk op een nieuw beleid. En dat is waar heel veel mensen op wachten, een nieuwe kijk, een herijking van het adagium van Jan Schaeffer: in gelul kan je niet wonen. Heren van het binnenlands bestuur: knoop dit in uw oren.

Fred Daane, Zutphen