Verzorgingsgemeenten verschieten van kleur
Bezuinigingen voeren al jaren de boventoon in ons land. Een deel van deze bezuinigingen wordt doorgevoerd door verzorgingstaken over te dragen aan gemeenten. Taken op het gebied van de jeugdzorg, de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) en de Wet werken naar vermogen (Wwnv) worden de komende jaren gedecentraliseerd.
Hierdoor lijkt in Nederland, net als in Scandinavië, een ontwikkeling richting onderling onderscheidende verzorgingsgemeenten in gang te zijn gezet. Lijkt inderdaad, want opmerkelijke verschillen in beleidskeuzes tussen individuele gemeenten hoeven niet te worden verwacht.
Met de decentralisaties krijgen gemeenten de taak om het niveau van zorg en welzijn overeind te houden. Volgens het kabinet wordt de ondersteuning van mensen hierdoor op een betere manier georganiseerd, omdat gemeenten dichter bij de burger staan. Maar niet alle politieke partijen hebben de kabinetsplannen toegejuicht. Met name de oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP hebben zich tegen de gehele overdracht van taken naar gemeenten gekeerd. Zij vrezen dat door de decentralisatie kwetsbare groepen hard zullen worden getroffen. Deze reacties liggen in lijn met de bewering van Green-Pedersen (2002), die heeft gesteld dat politieke stromingen verschillend zouden aankijken tegen versoberingen van de verzorgingsstaat. Dit impliceert dat op lokaal niveau andere beleidskeuzes worden gemaakt aangaande verantwoordelijkheid, de mate van decommodificatie en de aard van de overheidsinterventie.
Grote verschillen op deze beleidspunten zullen echter niet ontstaan. De standpunten van de politieke stromingen lopen namelijk niet meer zoveel uiteen. Dit kan onder meer geconcludeerd worden uit de resultaten van mijn afstudeeronderzoek naar de beleidsreacties van Overijsselse gemeenten op de Awbz-pakketmaatregel begeleiding. Statische toetsing heeft geen significante verschillen aangaande verantwoordelijkheid, de mate van decommodificatie en de aard van de overheidsinterventie tussen gemeenten met een andere dominante politieke ideologie opgeleverd. Als er al verschillen waren, wezen ze juist in een andere richting. Sociaaldemocratische, christendemocratische en liberale idealen lijken zich dus te vermengen.
Helemaal op het punt van de verantwoordelijkheidstoedeling lijken de ideologische verschillen verdwenen. De Overijsselse gemeenten scoorden namelijk hoog op de schaal die aan burgers een grote verantwoordelijkheid toekent, ongeacht hun politieke signatuur. Terwijl vrijheid van het individu en een grote mate van eigen verantwoordelijkheid altijd zijn gezien als speerpunten van het liberalisme. Alles wijst er echter op dat eigen verantwoordelijkheid een meer algemeen gedachtegoed is geworden. Daarbij wordt het door vele politieke partijen gezien als oplossing voor de te omvattende en passief makende verzorgingsstaat.
Er zijn ook andere aanwijzingen voor een verkleuring van de politieke ideologieën. Zo verschillen de grootste politieke partijen op sociaal gebied niet meer zoveel van elkaar als verondersteld. De PvdA heeft haar sociaaldemocratische visie de afgelopen decennia aangepast om een dominante in de politiek te veroveren. Daarbij heeft de partij afscheid genomen van enkele sociaaldemocratische beginselen en zich aangesloten bij neoliberale pleidooien voor marktwerking van privatisering in sociaaleconomisch beleid. Hierdoor is de partij steeds meer richting het CDA en in mindere mate de VVD geschoven. Daarnaast zijn verschillende politieke stromingen betrokken geweest bij de totstandkoming van de huidige en voorgaande decentralisatie van verzorgingstaken. Hierdoor kan worden aangenomen dat zij op vrijwel dezelfde beleidslijn zitten, waardoor ook op lokaal niveau nauwelijks verschillen in beleidskeuzes ontstaan.
De visies van verschillende politieke partijen zijn dus steeds dichter bij elkaar komen te liggen en scheidslijnen zijn vervaagd. Naar buiten toe lijken politieke partijen tegenover elkaar te staan aangaande de decentralisatie van verzorgingstaken. Maar de huidige ontwikkelingen laten een ander beeld zijn. Een beeld waarin de politieke ideologieën zich vermengen. Hebben we eigenlijk nog wel een keuze……?
Marlou Sommer
Auteur is als adviseur werkzaam bij Arcon in Borne.