of 59250 LinkedIn

Tijd voor heldere koers

Reageer

In de ‘participatiemaatschappij’, waarin meer van onderop moet komen, dient de overheid een visie te hebben op de toekomst. Wat gaan we doen en vooral wat niet? 

De toekomst lijkt minder voorspelbaar (en maakbaar) dan ooit, terwijl het meer dan ooit nodig is erop voorbereid te zijn. In de nieuwe werkelijkheid is visievorming dan ook essentieel. Met name langlopende investeringen – bijvoorbeeld in relatie tot klimaatadaptatie – hebben een stip op de horizon en een betrouwbare overheid met consistent beleid nodig. En juist in de ‘participatiemaatschappij’, waarin meer van onderop moet komen, dient de overheid een visie te hebben op de toekomst. Geen blauwdruk, maar wel een verleidelijk toekomstperspectief op basis waarvan projecten van de grond en mensen in beweging komen. Maar daarvoor moet wel gekozen worden: alle ballen in de lucht houden kan niet meer.

Het beeld van de slingerbeweging dringt zich op: van een te grote verwachting van de maakbaarheid van de samenleving, met de overheid als grote roerganger, slaat het nu weer door naar een lethargische overheid die ‘ja’ moet zeggen tegen elk initiatief dat van onderop komt. Los van het gebrek aan democratische legitimering van dit model, vraagt de huidige problematiek om strategieën op maat. Daar past vaak wel, maar niet in alle gevallen een regisserende overheid en marktwerking bij. Soms kan een buurt of één iemand iets voor elkaar krijgen wat de overheid al jaren niet lukt, maar soms zal de overheid de voortrekkersrol moeten vervullen, voorinvesteringen moeten doen en aan projecten moeten trekken en sleuren. Met andere woorden, het is geen overheid of particulier initiatief, maar en-en.

Verder zien we te vaak beleid na een aantal jaar (vaak vier) in de papierbak verdwijnen. Zo werden zonnepanelen eerst wel, toen niet en toen weer wel gesubsidieerd. Bedrijven en burgers hebben behoefte aan een duidelijke koers, waaraan ook over een langere termijn wordt vastgehouden. Vertrouwen is de basis voor het genereren van de noodzakelijke grote investeringen die moeten kunnen worden uitgesmeerd over een langere periode. Een aantrekkelijk toekomstbeeld (visie) kan hiervoor het fundament leggen.

In die visie moeten harde keuzes worden gemaakt: wat gaan we doen en vooral wat gaan we niet doen? Het bundelen van geld, inzet en energie is momenteel cruciaal om nog iets te bereiken. We kunnen het ons (financieel) niet meer veroorloven om – zoals nog veel gebeurt – op alles een beetje in te zetten. Bovendien is een reboot in het denken bij gemeenten nodig. Vooral van het werken langs sectorale lijnen moet afscheid worden genomen. Integraal en lateraal denken moet worden gestimuleerd door beleidsvorming rondom problemen te organiseren in plaats van binnen afdelingen. Zorg en wonen bijvoorbeeld, vereist vergaande samenwerking van alle betrokken bestuurders, ambtenaren (vanuit ruimtelijke ontwikkeling én zorg en welzijn) en maatschappelijke partners.

De Omgevingswet kan helpen in de zoektocht naar het juiste model, maar is geen wondermiddel. Ook nu kan een gemeente een lonkend langetermijnperspectief ontwikkelen, of de strik hieromheen nu structuurvisie of omgevingsvisie heet. Een modern opgezette structuurvisie zou eigenlijk al voor een groot deel ‘Omgevingswet-proof’ moeten zijn. Onzekerheid over de Omgevingswet hoeft dan ook geen belemmering te zijn om aan de slag te gaan.

Ook de angst dat het maken van een visie groot en onbetaalbaar circus wordt, kan worden weggenomen door in een compacte visie alleen in te zetten op de cruciale uitdagingen. Zo’n visie kan organisch groeien en – door de jaren heen – verrijkt worden, mits de koers maar helder blijft. Hiervoor zijn geen honderden pagina’s inventarisatie en analyse nodig, maar wel mensen met visie, creativiteit en enige standvastigheid.

Drs. Gerwin Gabry, sociaal geograaf/planoloog bij KuiperCompagnons en schrijver van het boek: ‘Werken met de structuurvisie en omgevingsvisie; visievorming in de nieuwe werkelijkheid’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.