of 59045 LinkedIn

Soms is vallen beter

Reageer

Gemeentesecretarissen sneuvelen opvallend vaker dan griffiers. Daarmee is niet gezegd dat griffiers het beter doen. Integendeel, stelt politiek-bestuurlijk adviseur Marcel van Dam. ‘Waar niet gesneuveld wordt, wordt te weinig ondernomen.’

Ongeveer 21 procent van de secretarissen die van functie is gewisseld, heeft dat de laatste jaren gedwongen gedaan. Dat blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur. Er zijn geen normen of maatstaven om te beoordelen of 21 procent veel of weinig is. De kop boven het onderzoek “de bedreigde secretaris” doet vermoeden dat het problematisch is. Toch kan met goede reden de kop luiden “de actieve secretaris”. Want in een steeds veranderende omgeving en bestuur dat zich voortdurend moet aanpassen, is iemand nodig die de nek uitsteekt en zaken in beweging brengt en houdt. Wie acteert, loopt risico’s en ‘sneuvelen’ is daar één van. Als dan heilige huisjes in gevaar komen, posities worden bedreigd of ego’s geraakt, kan een secretaris een dankbaar object zijn om de pijlen op te richten. Dan kan persoonlijk een drama zijn, maar maatschappelijk moeten we vooral blij zijn met secretarissen die zich actief durven op te stellen.

Interessant is de vergelijking met griffiers. Zo’n 10 procent van de vertrekkende griffiers doet dat vanwege een conflict. Dat is dus ongeveer de helft van het percentage ‘gesneuvelden’ onder secretarissen. Een mogelijke verklaring voor dit verschil is de aard van het bestuurlijke gremium waar deze functionarissen primair voor werken. Een secretaris ondersteunt het college, een orgaan dat een beperkt aantal leden omvat, wekelijks in beslotenheid vergadert en waarvoor eenheid van bestuur kenmerkend is. Een griffier werkt voor de gemeenteraad, een orgaan dat uit een groot aantal leden bestaat die geen afzonderlijke verantwoordelijkheid dragen voor raadsbesluiten en dat hooguit een paar keer per maand in openbaarheid vergadert. Bovendien is de raison d’etre van een volksvertegenwoordiging dat de leden het niet met elkaar eens zijn. Een raadsbesluit om de griffier eruit te gooien is dan ook lastiger te nemen dan een vergelijkbaar collegebesluit ten aanzien van de secretaris.

Dat kan echter maar een beperkt deel van het verschil verklaren. Een veel belangrijkere mogelijke verklaring sluit aan op wat hierboven is gezegd over de actieve secretaris. De zogeheten dualisering van het lokale en provinciale bestuur had het begin kunnen zijn van een brede vernieuwing van het decentrale politieke bestel. De betonnen behoudzucht en uniformeringsdrang van BZK zijn echter een grote barrière gebleken. De mogelijkheden die er nog wel zijn, komen slechts moeizaam tot ontwikkeling en echte ambassadeurs van deze veranderingen zijn er niet zo veel – ook niet onder griffiers. Terwijl dat nu bij uitstek de groep is die aan de boom kan schudden. Het is maatschappelijk gewenst dat er functionarissen zijn die erop blijven wijzen dat dit volstrekt achterhaalde stelsel uit het midden van de 19e eeuw veranderd moet worden.

Daarmee lopen die griffiers risico’s, maar dat moet inherent zijn aan de functie. Dat daarvoor dingen geprobeerd moeten worden en nieuwe manieren bedacht. Griffiers moeten voorop lopen en hun politiek-bestuurlijke en ambtelijke omgeving uitdagen. Ook als raadsleden niet willen, ook als de burgemeester er geen zin in heeft, ook als het college er schichtig van wordt, ook als er vanuit de ambtelijke organisatie bezwaren worden gemaakt. Zo bezien is de relatief lage ‘sneuvelkans’ van griffiers vooral een indicatie dat de beroepsgroep meer dan tot nu toe de nek moet uitsteken. Voor secretarissen en griffiers geldt het adagium dat waar niet gesneuveld wordt, te weinig wordt ondernomen.

Marcel van Dam, zelfstandig politiek-bestuurlijk adviseur en interim-griffier. Hij deed eerder onderzoek naar gemeentesecretarissen en griffiers.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.