of 59045 LinkedIn

Royale afkorting heuse kwestie

Reageer

Hoe zit het met de afkortingen van de commissaris van de koning? Tijd om eens stil te staan bij hoe het eigenlijk hoort. Of zou kunnen.

Bij de troonswisseling op 30 april 2013 kreeg Nederland na 123 jaren weer een mannelijk staatshoofd. Met die koningschapoverdracht veranderde ook een aantal functiebenamingen waardoor ‘der Koningin’ veranderde in ‘van de Koning’. Na zo’n lange tijd zijn lijkt de vrouwelijke zelfstandige naamwoord in ons collectieve bewustzijn kennelijk gegraveerd en is het af en toe wennen om de mannelijke aanduiding te gebruiken.

Het viel mij opeens op tijdens het lezen van een aflevering van Binnenlands Bestuur waar gesproken werd over een ‘’commissaris der koning” (zie Binnenlands Bestuur, 6 juni 2014, pagina 16 ‘CDK ALS STEUN EN TOEVERLAAT;). Nota bene een vrouwelijk genitief (“der”) gekoppeld aan een mannelijk zelfstandig naamwoord (“koning”). In dat tekstblok werd ‘commissaris der koning’ afgekort als CdK en ‘commissarissen van de koning’ als CdK’s.

Waar komt die afkorting toch vandaan? Nadat de Nederlanden een koninkrijk was geworden, werden onder de centrale overheid provincies aangewezen. Elke provincie kreeg een Gouverneur des Konings, die diende als tussenpersoon tussen het rijk en de provincie. De Provinciale Wet 1850 verving de titel van ‘Gouverneur’ verving door ‘Commissaris’. De Commissaris des Konings werd in 1848 ingesteld. Na het aantreden van Wilhelmina in 1890 werd de functie aangeduid als Commissaris der Koningin. Zie ook de wet van 22 juni 1891, Staatsblad 125. Naar goed ambtelijk gebruik worden lange aanduidingen van organisatieonderdelen en functiebenamingen afgekort, hoewel er geen wettelijke afkorting is – die is er trouwens ook niet voor BenW. Neem de eerste letter van elke functie en je verkrijgt CdK. De afkorting wordt weer wel gebruikt in circulaires.

De huidige Grondwet en Provinciewet hanteren de term ‘commissaris van de Koning’. Een mooie term voor een dictee op een middelbare school; klein lettertje c en hoofdletter (kapitaal) K. Uit de Akte van Abdicatie kan worden afgeleid dat archaïsch taalgebruik - des Konings - na het ‘moment’ van de overdracht van het koningschap niet meer wordt toegepast.

Maar hoe nu de term ‘commissaris van de Koning’ af te korten? In de parlementaire geschiedenis wordt geen afkorting gehanteerd. Er wordt ‘gewoon’ over commissaris gesproken; dus kennelijk was volgens de wetgever geen afkorting nodig. Het op internet raadpleegbare NRC Stijlboek vermeldt zelfs expliciet: ‘Vermijd de afkortingen CvdK en CdK.’ Elke eerste letter van het ambt van commissaris van de Koning maakt: cvdK. Maar dat oogt niet goed. Een afkorting moet altijd met een hoofdletter beginnen, maar mag wel een kleine letter (onderkast) hebben zoals NZa voor Nederlandse Zorgautoriteit, KLu voor Koninklijke Luchtmacht of AMvB voor algemene maatregel van bestuur. Afkortingen die beginnen met een onderkast bestaan wel - zoals iPads, eBay, pH - maar ze ogen iets te high tech en onvoldoende ambtelijk. Wellicht is de Limburgse optie een ‘oplossing’ waar dit ambt ook bekend is als gouverneur. De Gouverneur des Konings en later de Commissaris des Konings in Limburg ging wonen in de ambtswoning genaamd ‘Gouvernement’. Daar woonden van 1616 tot 1794 reeds de militaire Gouverneurs die het militaire opperbevel over de vestingstad Maastricht voerden. Gewoontegetrouw blijven de Limburgers tot de dag vandaag de commissaris van de Koning daarom aanduiden als ‘gouverneur’.

‘What’s in a name?’ en hoe die te abbreviëren? Wellicht wordt er met de tijd meegegaan en wordt het geüpgraded naar cvdK - of nog korter: cK? Respectievelijk is de meervoud cK’s (uitgesproken als zeekaas?). Of houden we het op ‘commissaris’. Maar, ‘who cares’? Iedereen weet wat wordt bedoeld. Dat is kort en krachtig.

Ard Ruiter is jurist

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.