of 58959 LinkedIn

Oorzaak aanpakken, niet straffen

Reageer

Door tegenvallers in prestaties raakt de overheid langzaam buiten beeld als het gaat om het vertrouwenwekkend aanpakken van problemen. Wat zou helpen is de focus te verleggen van afrekenen naar rekenschap afleggen.

Het onlangs verschenen onderzoek “Pgb-trekkingsrecht en de (niet) lerende overheid” van de Nationale ombudsman maakt in de titel al gewag van het verschijnsel dat de overheid niet lijkt te leren van gemaakte fouten. De consequentie daarvan is dat niet alleen producten en diensten suboptimaal blijven, maar ook dat succesvolle innovaties meer op toeval gaan berusten dan op ontwikkeling. Meer recent hebben uitspraken over het incident met de ‘Monsterauto’ in Haaksbergen en de hoorzittingen én het uitgebrachte rapport van de Fyra-enquête dezelfde beschadigende reflexen aan het licht gebracht.

De maatschappij blijkt gericht op directe bevrediging van straf en wraakgevoelens. Binnen uren na een incident is de schuldige geïdentificeerd! Vervolgens ontrolt zich een welles-nietesspel met een voorspelbare afloop voor de betrokkene en aanzienlijke imagoschade voor de organisatie. Het leereffect van het incident is dan allang buiten beeld en herhaling ligt dus voor de hand.

Er is morele moed voor nodig om beslissingen te nemen die deze negatieve spiraal doorbreken. De bestaande praktijk van het beoordelen van prestaties van mensen en organisaties laat zich samenvatten met de term afrekenen. Bedoeld als middel om vrijblijvendheid tegen te gaan is het verworden tot een absoluut systeem van protocollen, het zoeken naar schuldigen en het opleggen van straf.

Deze volstrekt invoelbare reflex heeft ertoe geleid dat management zowel als uitvoerders inmiddels gewoon zijn om genoegen te nemen met het vaststellen van een gewenste inspanning als taak, in plaats van de eisen te definiëren waaraan het resultaat van de inspanning zou moeten voldoen. Deze gewoonte is ontstaan door de grote vrees van de taakuitvoerder voor het moeten afleggen van rekenschap over het werkresultaat. De uitvoerder heeft door deze ontwijking een bijna volmaakte vrijblijvendheid veroverd. Zijn werk is op deze manier initiatiefloos en zonder enige satisfactie geworden. Dat is verstikkend voor innovatie, beklemmend voor uitvoerders en leidt tot ontevredenheid van allen die een beroep doen op de prestaties van de organisatie.

Een (her)introductie van het begrip rekenschap biedt uitkomst, want het geeft in essentie weer dat een opdrachtgever aan een uitvoerder om uitleg vraagt over de uitvoering van een opgedragen taak. Het gaat uit van een analyse van oorzaken van het resultaat en leidt dus tot verbetering of tot waardering. Fouten mogen worden gemaakt als die worden gevolgd door het invoeren van verbeteringen. Het afleggen van rekenschap is daarmee een veel directer middel dan afrekenen om vrijblijvendheid tegen te gaan.

Met het afleggen van rekenschap hoeven uitvoerders geen angst meer te hebben voor straf omdat niet schuld en straf maar oorzaak van het procesfalen en verbetering centraal komen te staan. Management hoeft niet meer te vertrouwen op de schijnzekerheid van het protocol en kan rekenen op bruikbare resultaten. Organisaties zijn zo in staat om tegen verantwoorde kosten hun prestaties tijdig te realiseren en daarmee te voldoen aan de verwachtingen. Als opdrachtgevers in het openbaar bestuur – van parlement tot gemeenteraad – tenminste bereid zijn om te stoppen met afrekenen en leren om rekenschap te vragen. Zo komen we 13 jaar na de invoering van het dualisme ook dichter bij het verlaten van het coalitie/oppositiedenken waar de burger schoon genoeg van heeft.

Harald R. Vorstman, oud-hoogleraar Universiteit Twente
Frank Smit, fractievoorzitter VVD Bergeijk

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.