Onzalig wetsvoorstel verhoging griffierecht
De griffierechten voor burgers gaan fors omhoog. Dat legt de bijl aan de wortel van de democratische rechtsstaat.
Burgers zullen exorbitant meer griffierecht moeten gaan betalen als gevolg van een nieuw wetsvoorstel. De regering voert als rechtvaardiging twee argumenten aan. Allereerst zouden rechtzoekenden meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Daarnaast kunnen de overheidsfinanciën beter op orde worden gebracht door de rechtspraak meer kostendekkend te maken.
Het wetsvoorstel is juridisch gezien niet in overeenstemming met het Europese recht. In het ‘Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden’ is de toegang tot de rechter vastgelegd. In 2000 is het ‘Handvest van de Grondrechten in de Europese Unie’ tot stand gekomen. In het handvest wordt een reeks persoonlijke, burgerlijke, economische en sociale rechten vastgelegd. Het EU-Handvest vermeldt expliciet dat een ieder wiens door de Unie gewaarborgde rechten en vrijheden zijn geschonden, recht heeft op een doeltreffende voorziening in rechte. Rechtsbijstand moet worden verleend aan degene die over onvoldoende financiële middelen beschikt om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen.
Daaruit blijkt dat vanuit Europees rechterlijk perspectief de toegang tot de rechter van elementair belang wordt geacht. De hoogte van het griffierecht in het wetsvoorstel, dat de geringe drempelwerking van het huidige griffierecht verre overschrijdt, zal tot gevolg hebben dat het voor de gemiddelde burger financieel gezien geen optie meer zal zijn om te procederen. Daarmee zou in Nederland de toegang tot de rechter enkel nog op papier bestaan. Reeds op grond daarvan kan worden geconcludeerd dat de voorgestelde wetgeving in strijd met het Europese recht is.
De regering ziet echter geen strijd met Europese regelgeving omdat rechtzoekenden allereerst zelf verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van geschillen. Daarbij zouden eventuele geschillen veelal ook via mediation kunnen worden opgelost. Voorts acht de regering de verhoging van het griffierecht niet van een dermate omvang dat deze voor de burgers niet meer te dragen zou zijn en waardoor de toegang tot de rechter onmogelijk wordt. De Raad van State maakt in haar advies over dit wetsvoorstel terecht kritische kanttekeningen bij het standpunt van de regering. Zo heeft de burger niet altijd een vrije keuze om geschillen middels mediation op te lossen. Verder merkt de RvS op dat een financiële benadering van de rechtspraak niet voorop hoort te staan, daar de functie van de rechtspraak in de samenleving een collectief goed is en daarmee meer dan alleen dienstverlening voor strijdende partijen.
Het wetsvoorstel is bovendien in strijd met een veel fundamenteler gegeven, waaruit zowel het Europese recht als ook de zienswijze van de RvS voortkomt. Dit fundamenteler gegeven betreft de leer van de scheiding der machten (de trias politica) van Montesquieu die aan elke democratische rechtsstaat ten grondslag ligt. Een belangrijk aspect is daarbij het principe van checks and balances tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Het belemmeren van de toegang tot de rechterlijke macht verstoort dit principe.
Uiteindelijk zullen de burgers die hun recht niet meer kunnen doen gelden het vertrouwen in de democratische rechtsstaat verliezen. Door de voortschrijdende economische crisis zal deze ontwikkeling alleen nog worden versneld. Met de risico’s en gevolgen van hun besluitvorming houden de huidige politiek verantwoordelijken echter onvoldoende rekening. Verbetering van de overheidsfinanciën kan op velerlei manieren worden bereikt, daarvoor hoeft niet direct de bijl aan de wortel van de democratische rechtstaat te worden gelegd.
Mr. A.A.G. (André) Cent Adviseur -Fiscaal jurist bij Adviesgroep Nederlandse Gemeenten (ANG)
Reactie op dit bericht
Hetzelfde wetsvoorstel voorziet in het heffen van griffierecht van de verweerder.
Eerst hevelt het Rijk vrijwel alle bevoegdheden richting gemeenten (Wabo, Wmo etc.) en daarna bepaalt het Rijk dat de gemeente als verweerder gaan betalen als burgers het niet eens zijn met het besluit.
Het Rijk creert hiermee een miljoeneninkomsten bron over de rug van gemeenten.