of 59045 LinkedIn

Niet te snel met rode kaart

Reageer

Integriteitsschendingen begaan door ambtenaren of bestuurders tasten de geloofwaardigheid van de overheid aan. Dat vraagt om zorgvuldig onderzoek van de echte mogelijke misstanden.

Kwesties die aan het licht komen worden ten onrechte op één hoop gegooid met bonus graaiende bankiers en andere voetstukvallers. Er ontstaat zo een sentiment van tanend vertrouwen in het optreden van de overheid, een cultuur van wantrouwen. Dat vraagt om zorgvuldig onderzoek van mogelijke echte misstanden. Maar ook om zorgvuldig waken tegen het onterecht trekken van de integriteitskaart en daarmee de waardevermindering van die kaart.

In Nederland is de belangstelling voor dit soort zaken groot: media besteden er veel aandacht aan. Sterker nog, zij zijn vaak de primaire signalerende instantie, eerder nog dan berichten ‘van binnen uit’. Die grote belangstelling is ook wel te verklaren. De overheid heeft een monopoliepositie waar ambtenaren werken met publiek geld: zij moeten daarmee zorgvuldig omgaan. Bestuurders zijn gekozen om de publieke zaak te dienen: zij mogen het eigen belang niet laten prevaleren. Samen zijn ze ‘dienare n van het volk’. In die grote aandacht schuilt wel een gevaar. Het publieke vertrouwen in die dienaren kan onder een kritische grens zakken en tot cynisme en (electorale) afkeer leiden. Dan hebben we een maatschappelijk probleem. Ook binnen de overheid kan het natuurlijk misgaan en dan is zorgvuldig onderzoek naar mogelijke misstanden geboden. Het gaat er dus om die integriteitskaart niet te snel te trekken.

De drempel om aandacht te vragen voor een mogelijke misstand wordt lager. Een lagere drempel is op zichzelf een goede zaak, niet voor niets wordt er nog steeds gebouwd aan het Huis voor de klokkenluiders. Zeker zo belangrijk is de toegenomen aandacht voor de interne melding infrastructuur. Het blijft een gezond uitgangspunt om mogelijke misstanden eerst in de eigen organisatie aan te kaarten en op te lossen. Van deze aanpak afwijken moet een beredeneerde uitzondering blijven.

Reputaties worden soms te gemakkelijk voor het leven gekraakt en ambtenaren worden weleens ten onrechte weggezet als luie zakkenvullers. Ook daar zien we genoeg redenen om onderzoek naar mogelijke schendingen op uiterst zorgvuldige wijze in te richten.

Het oprekken van het begrip integriteit moet worden voorkomen. Wat onder integritisme wordt verstaan is onderhand wel duidelijk. Met deze vondst van professor Leo Huberts van de Vrije Universiteit wordt bedoeld dat casuïstiek al te makkelijk of zelfs onterecht, in het ‘integri-
teitsdomein’ wordt getrokken. Dat kan ook een strategische keuze zijn. Omdat deze kwesties zo veel aandacht en opvolging genereren, is immers de samenhangende deining groter. Dan gaat het dus om beschuldigingen inzake integriteit, terwijl het feitelijk op zijn best om (dis)functioneren gaat. Als een raadslid of fractie uit de raad klaagt over bijvoorbeeld een gemeentesecretaris of een griffier, is er meestal een werkgeverscommissie die dit moet beoordelen. Of het valt onder het normale functio-
neringstraject van de ambtelijke rechtspositie. Dat heeft niets te maken met een mogelijke integriteitskwestie die onderzoek behoeft.

Als bij de burgemeester een claim wordt neergelegd over mogelijke gebreken in de bestuurlijke integriteit, ontstaat een heel andere dynamiek. Dat is dus niet altijd terecht. De burgemeester moet dit soort claims kritisch bezien: gaat het om integriteit of om minder fraai presteren. De claim afpellen en terugbrengen tot de juiste proporties en neerleggen bij de juiste beoordelingsautoriteit.

Hans Groot is adviseur van het Steunpunt Integriteit onderzoek Politieke Ambtsdragers van BIOS. Op 24 november organiseert BIOS de jaarlijkse Dag van de Integriteit.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.