Nationale aanpak veiligheidsregio's
De 25 politieregio’s werken onvoldoende samen. Al een paar jaar sluimert in Den Haag het verlangen de hele boel nationaal te organiseren. Wat lippendienst aan lokale inbedding hoort standaard bij oprispingen in die richting. Vermoedelijk is er in dit land, zeker op het platteland, geen raadslid meer te vinden die nog oprecht vindt dat de raad enige invloed heeft op de politie. Om van democratische controle maar te zwijgen.
De veiligheidsregio is aanstaande. Ook daar drukt een minster haar verlangen door: op naar verplichte vormen, ook voor de brandweer. Ik geef ze een jaar of tien en dan klinkt ook daar de roep om een nationale aanpak.
En nu dan de omgevingsdiensten. Alweer een minister die voor verplichte vormen gaat. Op, uiteraard, het niveau van de 25 politie/veiligheidsregio’s. En ja, als die onder nationale sturing komen... Het was natuurlijk niet de bedoeling, maar ja, het is nu eenmaal handiger (afstemming, kwaliteit en zo) om die omgevingsdiensten dan maar meteen mee te nemen. Straks, ik doe een gok, opschaling van de Wmo-uitvoering. Argumenten: zie boven.
Ergens halverwege bedenkt iemand dan een tussenvorm: niet nationaal, maar 25 onder nationale aansturing, met een beheersraad van burgemeesters. De voorzitter krijgt ‘doorzettingsmacht’ en wordt een door de kroon benoemde functionaris. Ik vermoed iets van prefect. Nog een oplossing voor de provincies (naar regio’s?) en klaar is kees. Geeft ook meteen de ruimte voor gekozen burgemeesters, inmiddels ongevaarlijke lieden, die dan voornamelijk linten knippen.
En ik? Ik eindig als directeur van het RUK. Het Rijksuitvoeringskantoor Noord-west Drenthe. Want dat zijn gemeenten dan. Staat wel aardig op je visitiekaartje: Directeur RUK. Altijd DRUK.
Anne Doornbos, gemeentesecretaris Noordenveld
Deze ingezonden brief is een reactie op Solistische veiligheidsregio, uit Binnenlands Bestuur 49 van 5 december 2008.