of 59221 LinkedIn

Moraal, leiders, Muppets

Reageer

Wethouders zijn geen bankiers. Toch staan ze soms aan bankiersverleidingen bloot en stellen (zetel)winst boven het algemeen belang. Hoe wapen je je tegen die verleiding? Simpel, wat u niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet.

Lessen trekken uit de Londonse City

Moraal speelt niet bij mondiale megabanken net zomin als bij andere beursgenoteerde multinationals. De redenatie bij zulke bedrijven is dat ze eigendom zijn van aandeelhouders, en die eisen zoveel mogelijk winst, binnen de wet. Punt. ‘A-moreel’ noemen bankiers in de City dat; als het mag van de wet, moet jij wel onschuldig zijn. En dus verkoop je dat derivaat aan een muppet bij een Nederlandse woningbouwcorporatie, een kleine Italiaanse bank of een Zweedse gemeente, ook al weet je dat die muppet geen idee heeft wat-ie koopt. Had-ie de kleine lettertjes in het contract maar moeten lezen.

Het probleem is niet dat mensen bij banken en andere beursgenoteerde ondernemingen slecht zijn. Het probleem is dat velen daar zijn opgehouden met nadenken over goed en kwaad en vooral over die fascinerende grijze zone ertussenin waar dingen wel mogen maar je ze toch niet zou moeten doen. Een prachtig voorbeeld: de reactie van de ABN Amro-top in 2015 nadat ze hun eigen salaris flink hadden verhoogd. De samenleving ontstak in woede, waarop de leiding liet weten: “We betreuren de negatieve beeldvorming die is ontstaan.” Dat is a-moraliteit ten top. Je hebt geen spijt van wat je doet, je hebt spijt dat hierover “negatieve beeldvorming” ontstaat. Want daar heb je last van bij het maken van winst binnen de wet.

Nee, dan wethouders of kwaliteitsjournalistiek. Beide beroepsgroepen hebben een cruciale maatschappelijke functie waar je veel meer moet meewegen dan dat ene criterium van zetel winst respectievelijk ‘de’ kijk-, lees-, of luistercijfers. Veel bankiers noemen moraal en zo’n waaier aan criteria en overwegingen graag ‘soft’ terwijl neoliberale economen nogal eens het woord ‘sentimenteel’ gebruiken. Tja. Mijn eigen term zou zijn: driedimensionaal. Of in het geval van wethouders, 7-dimensionaal: de eigen partij, de fractie, de coalitie, de media, de kiezers, de ambtenaren en natuurlijk alles wat te maken heeft met de eigen portefeuille. Allemaal hebben ze hun belangen en rechten en niemand kan helemaal zijn zin krijgen. Op een zee navigeren met zoveel stromingen, golven, schepen en ronddrijvend wrakhout is een opgave, en het valt te begrijpen dat sommigen bezwijken aan de bankiersverleiding en zeggen: mijn enige criteria zijn de peilingen en de verkiezingen, mijn ‘aandeelhouders’ zijn immers mijn kiezers en zolang ik die ‘bedien’ binnen de wet moet ik wel onschuldig zijn.

Maar er zijn ook, in journalistiek zowel als politiek, nog altijd velen die het gegeven is verder te kijken – zelfs nu het met zoveel zwevende kiezers en commerciële nieuwsmedia moeilijker is dan ooit het algemeen belang boven de eigen korte termijn overlevingsdrift te stellen. Een eerste stap is denk ik het besef dat je aan de wet houden niet moreel leiderschap is, maar elementair fatsoen.

Stap twee is dat moraal uiteindelijk toch gewoon bestaat uit simpele geboden: Wat u niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet – en verplaats je dus in die ander. Moraal doet ook pijn in de zin dat je het algemeen belang laat prevaleren boven je eigen. Verwacht je schouderklopjes dan is het niet meer moreel maar een transactie want je wil voor je ‘morele handelen’ uiteindelijk gewoon iets voor terug, namelijk die schouderklopjes. Ten slotte: als je het niet kan uitleggen aan je oude vader of je pientere nichtje van negen moet je het gewoon niet doen.

Joris Luyendijk, schrijver/journalist. Hij spreekt 22/11 over moreel leiderschap op de conferentie van de wethoudersvereniging.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.