of 59045 LinkedIn

Leer omgaan met particulier initiatief

Reageer

Veel gemeenten snappen weinig van burgerparticipatie. Hoogste tijd om zich er eens serieus in te verdiepen.

Almere draagt verantwoordelijkheden over aan buurten. De pers schenkt hier aandacht aan doet verslag van problemen die ontstaan onder de kopjes: ‘Samen de buurt doen, nee dank u… De gemeente legt onderhoud bij de bewoners… Ruzie in de participatiesamenleving.’ Terug van vakantie, kan ik niet nalaten te reageren, omdat het – zeker voor de nabije toekomst – een algemeen vraagstuk betreft.

Nederland is het land van particulier initiatief. Als de boom achter het huis van Anne Frank omvalt, is er de volgende dag de Stichting ‘ter behoud van de boom achter het huis van Anne Frank’. Zo is het, zo was het. Geen land ter wereld kent zo veel stichtingen en verenigingen als ons kikkerlandje. In het buitenland wordt opgemerkt: ‘zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting’. Het zit in het bloed. Daarom is het uitroepen door politiek Den Haag van ‘de participatiesamenleving’ een gotspe.

De kern van particulier initiatief is dat het eigen keuzen maakt, autonoom is en alleen particulier initiatief blijft als het zodanig wordt behandeld en wordt gerespecteerd. Daarom roept het beleid van Almere om een reactie. Daaruit blijkt dat de lokale overheid – aangespoord om de beoogde participatiesamenleving ‘werkelijkheid’ te laten worden – haar verantwoordelijkheid over de schutting gooit. En vervolgens de klassieke fout maakt om te veronderstellen dat burgers die afgestoten taken dan maar overnemen en als onbetaalde gemeenteambtenaren gaan optreden. Dan snap je als gemeentebestuur weinig van particulier initiatief.

De laatste tijd krijg ik verzoeken van burgemeesters om te adviseren hoe vermogende particulieren in de gemeente te betrekken bij het oplossen van de gaten die ontstaan door de tekorten in de gemeentebegroting. Burgemeesters – en gemeentebesturen in het algemeen – realiseren zich hierbij niet dat die vermogenden in hun/haar gemeente vermogend zijn geworden omdat zij NOOIT hebben bijgedragen aan overheidstekorten en dat nooit zullen doen.

In Voorschoten hebben vrijwilligers een Cirkelbus voor ouderen georganiseerd. Voor 10 euro per maand kunnen ouderen boodschappen doen, op familiebezoek, naar de bibliotheek, enz. De busjes zijn gesponsord; de chauffeurs worden gratis opgeleid door de lokale rijschoolhouders, het onderhoud wordt gedaan door lokale garagebedrijven. Belt de gemeente op met de vraag of de Cirkelbus – gezien de bezuinigingen op de zorg – ook de gehandicapten zou kunnen vervoeren.

Gemeenten hebben zich weinig verdiept in vrijwillige initiatieven. De activiteiten van lokale fondsen, serviceclubs, kerken, maatschappelijke organisaties, lokale goede doelen organisaties en bedrijven zijn vaak niet bekend. Particulier initiatief, de bereidheid om vrijwillig iets voor de samenleving te doen, is groot. Aan gemeenten het advies zich eerst op de hoogte te stellen en kennis te maken. Overheden hebben hun eigen verantwoordelijkheid, gebaseerd op de politieke democratie. Particulier initiatief heeft eigen keuzen en voorkeuren, gebaseerd op sociale democratie. Soms kunnen ze elkaar versterken, soms elkaars tegenstander zijn. Het zijn twee werelden.

Een positief voorbeeld is Amsterdam. Daar ondertekenden de gemeente en het Landelijk Fondsenoverleg een convenant om bij maatschappelijke projecten de samenwerking te verstevigen en de inzet van subsidiemiddelen en de financiële steun van de vermogensfondsen beter op elkaar af te stemmen. Op de Dag van de Filantropie heeft een groep wetenschappers aandacht gevraagd – middels een Manifest – voor de zelfstandigheid van particulier initiatief ‘om uiting te geven aan een grote bezorgdheid dat aan particulier initiatief in Nederland geen recht wordt gedaan. De vele vrijwilligers worden gezien als onbetaalde arbeidsreserve voor een bezuinigende overheid. Filantropische fondsen op hun beurt worden geacht bij te dragen om gaten in overheidsbudgetten te dichten’. Het Manifest eindigt met de stelling: ‘Een stap is dat partijen elkaar kennen, ontmoeten en – waar mogelijk – elkaar versterken’.

Theo Schuyt, hoogleraar Filantropische Studies, Vrije Universiteit Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.