Volg ons op: , 32178 LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Adverteren BB Magazine

Is steunen cultuur staatssteun?

0 reacties

Onlangs heeft Groningen bekendgemaakt dat zij een noodlening van 1,9 miljoen euro wil verstrekken aan het Groninger museum om het van de ondergang te redden. Is die steun staatssteunproof? 

Overheden veronderstellen vaak ten onrechte dat subsidies en niet-marktconforme leningen aan de kunst- en cultuursector niet onder de staatssteunregels vallen. Uit de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie blijkt immers dat subsidies/leningen aan deze sector wel degelijk staatssteun kunnen vormen. Meestal wordt betoogd dat musea en schouwburgen geen ondernemingen zijn. Van staatssteun is immers alleen sprake als de subsidieontvanger een onderneming is.

De Commissie vindt echter dat ook instellingen in de kunst- en cultuursector ondernemingen zijn, omdat zij diensten op een markt aanbieden. Daarnaast wordt vaak betoogd dat de subsidies of leningen aan deze sector geen effect op de interstatelijke handel hebben.

Zonder een dergelijk effect is er ook geen staatssteun. De Commissie vindt echter doorgaans dat een dergelijk effect niet uitgesloten kan worden bij vooral niet-taal specifieke activiteiten, zoals beeldende kunst, dans en muziek. Dat is volgens de Commissie voldoende voor staatssteun.

Of het voorgaande ook voor taalspecifieke activiteiten als theatervoorstellingen, geldt is onduidelijk. De beschikkingspraktijk van de Commissie neigt daar wel toe. Het is verdedigbaar dat steun voor taalspecifieke kunst doorgaans de interstatelijke handel niet kan beïnvloeden, maar denkbaar is bijvoorbeeld dat een subsidie aan een schouwburg in Maastricht die Nederlandstalige theatervoorstellingen aanbiedt ook Vlamingen aantrekt en wel een effect heeft op de interstatelijke handel. Kortom: de kunst- en cultuurinstellingen genieten voor de staatssteunregels geen uitzonderingspositie. Zij zijn net zo goed ondernemingen als anderen. Subsidies en leningen aan deze instellingen kunnen dus staatssteun vormen.

Deze steun moet bij de Commissie worden aangemeld tenzij een vrijstelling van toepassing is. Nederland heeft tot nu toe geen enkele aanmelding gedaan voor steun aan kunst en cultuur. Dit terwijl de overheid jaarlijks miljoenen in die sector stopt. De overheidsinstellingen die kunst en cultuur subsidiëren, verlenen dus mogelijk onrechtmatige steun met alle onaangename risico’s van dien.

Gezien de bezuinigingen op de overheidssubsidies in deze sector, kunnen deze risico’s toenemen. De kans wordt immers groter dat concurrerende instellingen die nu wegbezuinigd worden zich zullen beroepen op concurrentievervalsing. Zij kunnen klachten indienen bij de Commissie of procedures aanspannen voor de nationale rechter. Daar zal echter niet snel bloed uitvloeien. De Commissie heeft tot nu toe steun aan de kunst- en cultuursector altijd goedgekeurd.

Daarnaast kan de Commissie een onrechtmatige steunmaatregel ook achteraf goedkeuren. De risico’s van onrechtmatige steunverlening zullen in vele gevallen meevallen, maar de gevolgen blijven onaangenaam. Geen overheidsinstelling wil betrokken worden bij een onderzoek van de Commissie of bij een procedure voor de nationale rechter. Alleen al omdat dit veel geld, tijd en energie kost.

Het is daarom hoog tijd voor een groepsvrijstellingsverordening op het gebied van cultuur. De behoefte daaraan is groot nu de Commissie de subsidies aan deze sector als staatssteun beschouwt. De Nederlandse overheid zou zich voor een dergelijke groepsvrijstellingsverordening op het gebied van cultuur moeten inzetten.

Mr. Murat Duman, advocaat bij Nysingh advocatennotarissen te Zwolle 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners