of 59236 LinkedIn

Integriteitsindustrie gedoogt te veel

Reageer

Met een cursusje of code bevorder je de integriteit niet echt. Heldere regels en strikte handhaving werken beter, meent advocaat Anja Hoffmans.

 

We zijn weer opgeschrikt door een nieuwe bouwfraudeaffaire. Ambtenaren van de provincie Limburg en van vijf gemeenten zijn aangehouden op verdenking van corruptie. Na de bouwfraude in de jaren negentig is met voortvarendheid gewerkt aan het bevorderen van integriteit.

 

Sinds 2006 zijn overheden verplicht een integriteitsbeleid te voeren en een gedragscode voor goed ambtelijk handelen vast te stellen. Alle ambtenaren zijn verplicht om bij aanstelling de eed of belofte af te leggen. Het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) is opgericht om overheden te stimuleren en te ondersteunen bij de ontwikkeling van integriteitsbeleid.

 

Er is inmiddels een ware en kostbare ‘integriteitsindustrie’ ontstaan waarin veel ambtenaren - al dan niet fulltime- werkzaam zijn. Er zijn (model)codes, handreikingen, leidraden, procedureregelingen etc. opgesteld. Er worden congressen, cursussen, workshops en themabijeenkomsten over integriteit georganiseerd. Wie op de www.integriteitoverheid.nl kijkt naar het aanbod van instrumenten dat is ontwikkeld om integer ambtelijk handelen te bevorderen, ziet door de bomen het bos niet meer.

 

Nauw verbonden met het integriteitsbeleid is de klokkenluidersregeling, bedoeld om gemakkelijker misstanden aan de kaak te stellen. Recent onderzoek van de Universiteit Utrecht heeft aangetoond dat de regeling nog niet erg effectief is. Wat in de discussie over integriteit echter wordt gemist is aandacht voor een duidelijk handhavingsbeleid. In de praktijk worden integriteitsschendingen nog te vaak door devingers gezien.

 

Ongetwijfeld hebben ook Limburg en de gemeenten waarvan nu ambtenaren zijn opgepakt de afgelopen jaren aandacht besteed aan integriteitsbeleid en hebben zij het belang van integer handelen benadrukt. Uiteraard heeft de rechter deze zaken nog niet beoordeeld en moet nog worden bezien of de ambtenaren daadwerkelijk de fout in zijn gegaan.

 

Niettemin is de overheid toch weer in opspraak geraakt en zal de Rijksrecherche onderzoek doen naar de handelwijze van ambtenaren die zich mogelijk hebben laten leiden door privébelangen. Duidt de recente bouwfraudeaffaire er op dat alle moeite voor niets is geweest en dat corruptie onder ambtenaren niet is uit te roeien?

 

Incidenten waarbij ambtenaren de fout in gaan, zijn ongetwijfeld niet geheel te voorkomen. Het is uiteraard goed geweest dat - na de bouwfraude - van overheidswege duidelijk is gemaakt dat ambtenaren ervoor moeten waken dat hun privébelangen op geen enkele wijze een rol mogen spelen bij hun werkzaamheden. De vraag is echter wel of de huidige overvloed aan regelgeving, voorlichtingsbijeenkomsten en cursussen niet haar doel voorbijschiet.

 

Kan het niet wat simpeler? Is integriteit zo moeilijk te leren? Dat is natuurlijk niet zo. Van iedere ambtenaar - en politicus - mag worden verwacht dat deze een eigen beoordelingsvermogen heeft en wel weet welk gedrag niet door de beugel kan. Te veel discussie over de vraag wat nog wel en wat geen geoorloofd gedrag meer is, kan er ook toe leiden dat mensen voortdurend de grenzen opzoeken. Maar zoals Ien Dales al zei: een beetje integer bestaat niet.

 

Iedere overheid zou daarom moeten volstaan met het vastleggen van slechts enkele heldere en overzichtelijke regels, bijvoorbeeld over de vraag hoe moet worden omgegaan met relatiegeschenken (wanneer wel/niet aannemen, tot welk geldbedrag is een geschenk geoorloofd). Van minstens even groot belang is een strikt handhavingsbeleid: duidelijk moet zijn dat niet-integer gedrag in geen enkel geval wordt gedoogd en, integendeel, streng wordt bestraft. Het ambtenarenrecht biedt voldoende mogelijkheden tot disciplinaire bestraffing, variërend van een schriftelijke berisping tot de ultieme straf van ontslag zonder uitkering.

 

De Centrale Raad van Beroep heeft, als hoogste ambtenarenrechter, geen enkele moeite met de beoordeling van de vraag welk ambtelijk gedrag wel of niet is geoorloofd en oordeelt streng over integriteitsschendingen. Daarbij is voor de Raad niet doorslaggevend of de regels heel precies schriftelijk zijn vastgelegd en of de ambtenaar al dan niet naar een cursus is geweest die hem integer handelen had moeten leren.

 

Zelfs de schijn van belangenverstrengeling is voor de Raad voldoende om een forse straf voor de ambtenaar gerechtvaardigd te achten. Bovendien hecht de Raad veel belang aan de eigen verantwoordelijkheid van de ambtenaar. Voor de Raad is integriteit dus niet zo’n ingewikkelde zaak.

 

Indien de overheden op een eenvoudige en duidelijke wijze het belang van integer handelen onderstrepen en niet-integer gedrag veel consequenter bestraffen, zouden de vele kostbare instrumenten die nu worden ingezet ter bevordering van integriteit niet nodig hoeven te zijn. Integriteit is ook een kwestie van varen op een nuchter verstand en een goed gevoel. En een oud spreekwoord zei het al: zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

 

Anja Hoffmans is advocaat bij Clingendael Advocaten in Den Haag

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.