of 59250 LinkedIn

Iedereen een online community

Reageer
Sociale netwerken zijn hot. Overheden willen een netwerk rond thema’s en politici willen communities voor de gemeenteraadsverkiezingen. Beginnersfouten zijn niet nodig. Als men zich maar houdt aan de vier community-regels.

Regel één: mensen moeten zich aanmelden, lid blijven en actief worden in het netwerk. Regel twee: loslaten. Mensen willen bijdragen kunnen leveren. Regel drie: beheren. Het online netwerk moet worden onderhouden, zoals een netwerk in het gewone leven. En regel vier: inzetten. Als het netwerk niet wordt ingezet, kan het niet bijdragen aan het doel.

 

De eerste Amerikaanse presidentscampagne waarin social media aanvankelijk succesvol werden gebruikt, was de campagne van Howard Dean, de Democratische presidentskandidaat die in 2004 verloor van John Kerry. Maar Dean vergat de laatste twee stappen. David Axelrod, de campagnestrateeg van Barack Obama, zei over de Dean-campagne: ‘I don’t think they developed a way to turn [the enthusiasm] into tangible action, into value to the campaign in terms of organization.’

 

Het Obama-campagneteam had de lessen van Dean geleerd en hanteerde de community-regels. Om mensen aan het netwerk te binden, nam het campagneteam de leden zéér serieus. Obama accepteerde uitnodigingen van studenten om te spreken en gaf zijn volgers heuse primeurs. Hij liet zijn aanhangers via sms weten dat Joe Biden zijn vice-president werd. Zonder tussenkomst van journalisten kregen 2,9 miljoen community-leden dit nieuwsfeit uit eerste hand op hun mobiele telefoon.

 

Netwerkleden moeten worden losgelaten, ze moeten zelf dingen kunnen initiëren en organiseren. Wie bang is om los te laten, wantrouwt het kritisch vermogen van de doelgroep. Ten onrechte. Mensen checken feiten bij officiële bronnen. In 2008 gebruikte maar liefst 39 procent van de Amerikanen met een internetaansluiting het internet om ongefilterde informatie te bekijken. Maar in 2004 raakte Dean de regie kwijt door de vele online-communities. Obama bouwde een eigen netwerksite (www.my.barackobama.com) die Facebook-oprichter Chris Hughes beheerde.

 

Iedereen kon een profiel aanmaken op ‘MyBO’, vanaf de homepage zoeken naar lokale evenementen en publiceren via een weblog. MyBO was leuk voor de gebruiker en bood het campagneteam inzicht in activiteiten van leden en lokale leiders. Zonder regel vier – het inzetten van het netwerk – is de inspanning voor niets. Het web 2.0-tijdperk maakt het hebben van volggroepen belangrijker dan het bereiken van doelgroepen. Bij het inzetten van volggroepen was sms onmisbaar voor Obama omdat mensen benaderd konden worden op basis van hun gps-positie. Leden ontvingen een sms als zij in de buurt waren van een evenement. En ze kregen gerichte verzoeken, bijvoorbeeld om nog niet geregistreerde buurtbewoners te vragen zich te registeren om te stemmen.

 

Er is onderzocht wat de invloed van Facebook was op de verkiezingen in 2008. Online campagneactiviteiten bleken een belangrijke extra indicator voor verkiezingssucces. Maar Facebook had nauwelijks invloed voor kandidaten zoals John McCain die weinig moeite deden om een netwerk te cultiveren. Ook was Facebook geen factor in de partijnominatie, ‘nor could it compensate for missing demographic and strategic strengths’. (Gulati & Williams 2008) Daarmee is de cirkel rond. Als de kandidaat niet in staat is mensen aan zich te binden, ontstaat er geen community. Maar als er een actieve community is die niet wordt ingezet, dan heeft het netwerk geen waarde.

 

Binden, loslaten, beheren en inzetten, dat zijn de regels. De partij die snapt dat online communities arbeidsintensief zijn, dat partijgeld voor kraampjes, flyers en koffie op bijeenkomsten met de usual suspects beter besteed kan worden aan beheren en inzetten van de vrijwilligers, die partij werkt het meest als de Obama-campagne. Het worden interessante weken voor de partijen die zo werken bij de raadsverkiezingen.

 

Debbie Appel is communicatie-adviseur

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.