Help, de nieuwe Atlas voor gemeenten is uit
Al een decennium wordt gemeenteland jaarlijks verblijd met de Atlas voor gemeenten. Onlangs verscheen de laatste uitgaaf. Reken maar dat deze ‘Atlas’ in onze gemeentehuizen wordt gespeld. Hoe staat onze gemeente er voor? Zijn we gestegen of – o help! – gedaald op de nationale erelijst?
Hoe serieus moeten wij zo’n ranglijst van gemeenten eigenlijk nemen? Wij Nederlanders zijn natuurlijk dol op lijstjes. Lijstjes van ziekenhuizen, scholen, universiteiten, werkgevers, jonge ambtenaren en ga zo maar door. Dus ook lijstjes van beste, voordeligste en veiligste gemeenten.
De Atlas voor gemeenten is een ‘monitor’, een instrument om ontwikkelingen in de tijd te volgen. De Atlas doet dat al sinds 2003. Andere bekende monitors zijn: Waarstaatjegemeente (KING), Beste gemeente (Elsevier/Louter) en Atlas (alweer!) van lokale lasten (COELO). Uitgezonderd WSJG komen ze allemaal met ranglijsten van gemeenten.
Wat is eigenlijk de waarde van die verschillende instrumenten met hun ‘eigen’ lijstjes? Snijden ze hout? Waarvoor kun je ze gebruiken? Deze vragen dringen zich eens te meer op als we de twee niet-financiële lijstjes (Atlas voor gemeenten en Beste gemeente) naast elkaar leggen.
De top tien van de Atlas voor gemeenten en van Beste gemeente
Atlas voor gemeenten |
|
Beste gemeente |
||||
|
nr. |
gemeente |
inw. x1000 |
|
nr. |
gemeente |
inw. x1000 |
|
1 |
Amsterdam |
780 |
|
1 |
Haren |
18 |
|
2 |
Utrecht |
311 |
|
2 |
Bloemendaal |
22 |
|
3 |
‘s-Hertogenbosch |
141 |
|
3 |
Naarden |
17 |
|
4 |
Amstelveen |
82 |
|
4 |
Rozendaal |
2 |
|
5 |
Den Haag |
495 |
|
5 |
Heemstede |
26 |
|
6 |
Nijmegen |
164 |
|
6 |
Blaricum |
9 |
|
7 |
Haarlem |
151 |
|
7 |
Bussum |
32 |
|
8 |
Arnhem |
148 |
|
8 |
Amstelveen |
82 |
|
9 |
Leiden |
118 |
|
9 |
Oegstgeest |
23 |
|
10 |
Leidschendam-Voorburg |
72 |
|
10 |
Hattem |
12 |
Dus? Een slimme burger woont in Amsterdam, Utrecht of ’s-Hertogenbosch. Tenminste, als hij een abonnement heeft op de Atlas. Leest hij de Elsevier dan woont hij in Haren, Bloemendaal of Naarden. Een groter verschil tussen de twee lijstjes is nauwelijks denkbaar, vooral niet wetend dat de twee ‘kleinere’ gemeenten op het linkerlijstje welbeschouwd buitenwijken zijn van de G4.
Duidelijk is wel dat de ‘aantrekkelijke gemeente’ van de Atlas altijd een grote gemeente is, terwijl de ‘beste gemeente’ van Elsevier juist altijd een kleine gemeente blijkt te zijn.
Hoe dat kan? Natuurlijk hoeft ‘de beste’ niet altijd samen te vallen met ‘de meest aantrekkelijke’, maar het lijkt mij niet dat dit het onverwacht grote verschil vermag te verklaren.
Daarvoor moet er ‘onder de motorkap’ van de monitoren gekeken worden. Vanwege de beperkte ruimte een paar vingerwijzingen. De Atlas houdt vast aan een analysemodel van de stad. In dit theoretische model wordt woonaantrekkelijkheid in verband gebracht met economische groei.
Volgens de theorie komt economische groei vooral voor rekening van een specifieke, kansrijke economische klasse (de ‘creatieve klasse’). Een hoogopgeleid, ondernemend, hardwerkend menstype. De index meet daarom niet ‘zomaar’ woonaantrekkelijkheid, maar woonaantrekkelijkheid voor een economische elite. Dus niet het oordeel van de gemiddelde Nederlandse burger.
Bij Elsevier’s Beste gemeente ontbreekt zo’n theorie. Men gaat, net als de Atlas uit van objectieve basiscijfers, maar doet vervolgens via een enquête een beroep op de lezers om tot een eindoordeel te komen. Elsevier pretendeert dat de uitkomsten van de lezersenquête vergelijkbaar zijn gemaakt met het oordeel van de Nederlandse bevolking.
Conclusie. Bent u bestuurder van een grote(re) stad, hecht u belang aan economische groei en zie u wat in het analysemodel voor de stad (en daar valt veel voor te zeggen), dan is de Atlas voor gemeenten mogelijk een goede keus.
Voor anderen zijn andere monitoren (zoals WSJG) misschien beter bruikbaar.
Voor een uitgebreidere discussie over de Atlas voor gemeenten, inclusief het jaarthema van de optimale gemeentegrootte (casus Zwolle), zie onderzoekwerkt.nl/actueel.
Diederik Brouwer
De auteur is onderzoeker bij OnderzoekWerkt
Reactie op dit bericht
1. Amstelveen
2. Leidschendam-Voorburg
3. Haarlem
4. Zwolle
5. Hilversum
6. Amersfoort
7. Amsterdam
8. Velsen
9. Apeldoorn
10. Utrecht
Exact de helft ervan is ook in de top tien van de Atlas te vinden. Maar om de twee methodes te vergelijken, dient men de rangen voor alle 50 steden te bekijken.
In de statistiek wordt de samenhang tussen twee gerangschikte variabelen door Spearmans rangcorrelatieoëfficiënt bepaald, die tussen -1 en +1 liggen kan. In dit geval is het 0.66. Beide methodes komen dus wel tot overeenkomstige resultaten.
Je zou wel kunnen kijken of de 50 gemeenten in dezelfde volgorgde terug komen in de lijst van Elsevier. Misschien opnieuw bekijken en wellicht klopt je conclusie dan alsnog, maar deze vergelijking en conclusie vind ik te makkelijk.